Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.704 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.704 Généré par l'IA

Court dismisses appeal for firearm permit refusal due to failure to submit counter-memorandum within statutory deadline.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.704
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's appeal against the Minister of Justice's refusal to grant a firearm permit. The applicant failed to submit a counter-memorandum within the sixty-day deadline required by the Regent's Rules of Procedure. Consequently, the court found the applicant lacked standing to pursue the annulment of the original decision.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, second paragraph; Article 7 of the Regent's Rules of Procedure: Failure to submit a counter-memorandum within the prescribed period results in the determination that the applicant lacks the requisite interest to continue the proceedings.

Mots-clés

Généré par l'IA
firearm permit refusal lack of standing procedural deadline counter-memorandum Council of State administrative appeal interest requirement infractions à la législation sur les armes

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, second paragraph of the Rules of Procedure of the Council of State, as coordinated on 12 January 1973
Article 7 of the Regent's Rules of Procedure of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 237.704 van 20 maart 2017

in de zaak A. 220.107/XIV-37.176

In zake: Mandor CLEEREN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stany Wens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Quinten Matsijslei 34

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 26 augustus 2016, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de minister van Justitie van 27 juni 2016

waarbij het beroep dat verzoeker conform artikel 30 van de Wet van 8 juni 2006

had ingesteld tegen de beslissing van de Gouverneur van de Provincie Antwerpen dd. 15 juni 2015 tot weigering van afgifte van een vergunning voor een vuurwapen werd verworpen”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 17 november 2016.

XIV-37.176-1/3

Op 16 februari 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-

rechtspraak van de Raad van State‟.

Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.

Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.

Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.

4. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.

XIV-37.176-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver-

klaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings-

vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig maart tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Geert Debersaques

XIV-37.176-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.704