Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings within statutory deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of State declared the applicant's appeal for annulment inadmissible because no request for continuation of proceedings was filed within thirty days of the prior rejection. The applicant had previously sought suspension of enforcement, which was denied, yet failed to act within the required timeframe to pursue the annulment claim. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal, dismissing the case and ordering the applicant to bear the procedural costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Rules of Procedure of the Council of State; A party who fails to request continuation of proceedings within thirty days of a rejection of a suspension request is deemed to have withdrawn the annulment appeal.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 237.701 van 17 maart 2017
in de zaak A. 220.472/X-16.756.
In zake: de VZW VRIJ BASISONDERWIJS WAKKERZEEL
WESPELAAR
woonplaats kiezend te 3150 Wakkerzeel-Haacht Pastoriestraat 48B
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 16 september 2016, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Beleid en Onroerend Erfgoed van 1 juli 2016 tot voorlopige bescherming als dorpsgezicht van de dorpskern van Wespelaar in Haacht.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 236.764 van 14 december 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
Het genoemde arrest is op 22 december 2016 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
X-16.756- 1/3
Op 9 februari 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
4. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van het beroep tot nietigverklaring is te dezen van toepassing.
X-16.756- 2/3
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien maart 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-16.756- 3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.701