Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.671 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.671 Généré par l'IA

Court dismisses urgent suspension request against municipal decision declaring contractor irregular and awarding contract.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.671
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's urgent request to suspend the execution of a municipal decision declaring a contractor irregular and awarding a restoration contract. The underlying decision was subsequently withdrawn by the municipality on March 6, 2017, rendering the suspension request without subject matter. Consequently, the court ruled that the applicant had lost their interest in the proceedings and ordered the opposing party to bear the legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 30/1 of the coordinated laws on the Council of State and Article 67 of the Regent's decision of 23 August 1948: When a contested administrative decision is withdrawn before the execution of a suspension request, the request is deemed without subject matter, and the applicant is considered the party in the right for cost allocation purposes.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent suspension request withdrawal of decision loss of interest cost allocation administrative procedure soumissionnaire évincé révocation de la faillite avis de concours

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 30/1 of the coordinated laws on the Council of State
Article 67 of the Regent's decision of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 237.671 van 16 maart 2017

in de zaak A. 221.531/XII-8318

In zake: de SP ORGLARSTVO ANTON SKRABL

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elke Casteleyn kantoor houdend te 9160 Lokeren Antwerpse Steenweg 47

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de STAD BRUGGE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Neil Braeckevelt kantoor houdend te 8000 Brugge Ezelstraat 25

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 21 februari 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[h]et besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van 6 februari 2017

houdende de beslissing tot onregelmatigverklaring van [sp Orglarstvo Anton Skrabl] en de gunning van de opdracht ‘restauratie orgel Onze-Lieve-Vrouwekerk’ aan Lapon Orgelbouw bvba […] tegen het nagerekende inschrijvingsbedrag van EUR 459.950,00 (excl. btw).”

II. Verloop van de rechtspleging

2. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 maart 2017, om 10.00 uur.

XII-8318-1/3

Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Elke Casteleyn, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Evelien Vanhauter, die loco advocaat Neil Braeckevelt verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

3. Met een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge van 6 maart 2017 is de bestreden beslissing ingetrokken.

De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

IV. Kosten

4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.

5. Er is te dezen grond om met toepassing van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ de door de verzoekende partij gevorderde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij door de intrekking van de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

XII-8318-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 16 maart 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Dierk Verbiest

XII-8318-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.671