Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.618 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.618 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to applicant's failure to request continuation after auditor's report.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.618
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Justice of the Flemish Community dismissed the applicant's appeal for non-enforcement of a ministerial decision declaring a property uninhabitable. The applicant submitted memorials but failed to request a continuation of proceedings after the auditor's report recommended rejection. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal of the legal action. The applicant was ordered to pay the associated court fees and legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, paragraph 7, of the coordinated laws on the Council of State; Upon receipt of an auditor's report recommending rejection, failure to request continuation within thirty days constitutes a presumption of withdrawal of the legal action.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal auditor's report continuation of proceedings administrative appeal court fees Flemish Community Council of State droit d'habitation

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7, of the coordinated laws on the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 237.618 van 10 maart 2017

in de zaak A. 214.636/X-16.120.

In zake: Martine MAURISSEN

woonplaats kiezend te 1030 Brussel Rassonstraat 54

tegen:

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Walter Muls kantoor houdend te 1000 Brussel Antoine Dansaertstraat 92

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 23 december 2014, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 27 oktober 2014

houdende ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring van de woning gelegen Hendrik I-lei 28 bus 4/3 te 1800 Vilvoorde.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Barbara Speybrouck heeft een verslag opgesteld.

X-16.120-1/3

Dat verslag werd aan verzoekster ter kennis gebracht op 13 november 2016.

Op 30 januari 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.

Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van verzoekster een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.

Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.

4. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.

X-16.120-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast.

2. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien maart 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X-16.120-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.618