Court dismisses urgent execution suspension request as environmental permit already suspended by prior ruling.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of municipal and provincial planning decisions regarding an industrial expansion. The applicant argued the case was urgent due to noise and water issues caused by the new business, but the court noted the business's operation had already been suspended by a previous ruling. Consequently, the alleged negative effects could no longer manifest, rendering the urgency requirement unmet.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 1 of the Coordinated Laws on the Council of State; A request for suspension of execution based on urgency is rejected when the underlying activity causing the alleged harm has already been suspended by a prior judicial decision.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 237.616 van 10 maart 2017
in de zaak A. 220.658/X-16.779.
In zake : Maria JANSSENS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 36
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1. de STAD SCHERPENHEUVEL-ZICHEM
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 18
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dany Socquet kantoor houdend te 3080 Tervuren Merenstraat 28
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de BVBA FINGO – FREDERICKX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 7 november 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 26 mei 2016 van de gemeenteraad van de stad Scherpenheuvel-Zichem houdende de definitieve
X-16.779-1/9
vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Uitbreiding bedrijventerrein Schuttersveld‟, en van het besluit van 14 juli 2016 van de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant houdende de goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Uitbreiding bedrijventerrein Schuttersveld‟.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partijen hebben een nota en een administratief dossier ingediend.
Auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting van 27 januari 2017, welke terechtzitting is uitgesteld naar de terechtzitting die heeft plaatsgevonden op 24 februari 2017.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor verzoekster, advocaat Willem-Jan Ingels, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Dany Socquet, die verschijnt voor de tweede verwerende partij en advocaat Joris Gebruers, die loco advocaat Wim Mertens verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
X-16.779-2/9
III. Tussenkomst
3. Met een op 13 december 2013 ingediend verzoekschrift vraagt de bvba Fingo-Frederickx om in het geding te mogen tussenkomen.
Er is grond om dat verzoek in te willigen.
IV. Feiten
4.1. Het bedrijf van de tussenkomende partij houdt zich in hoofdzaak bezig met de productie van betonelementen en is gelegen aan de Schuttersveldstraat 11 te Scherpenheuvel-Zichem. Het bedrijf is volgens het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgestelde gewestplan Aarschot-Diest deels gesitueerd in een gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen en deels in agrarisch gebied.
In het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de stad Scherpenheuvel-Zichem (hierna: het GRS), wordt de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) voor de uitbreiding van het lokaal bedrijventerrein Schuttersveld vooropgesteld.
4.2. Op 6 september 2010 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Scherpenheuvel-Zichem een positief planologisch attest voor het behoud en de regularisatie van het bedrijf van de tussenkomende partij op de huidige locatie.
4.3. Het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Uitbreiding bedrijventerrein Schuttersveld‟ (hierna: het GRUP) beoogt het zone-
eigen maken van de bestaande zonevreemde bedrijven op het bedrijventerrein, het opvangen van de behoeften voor herlokalisatie, zowel van verkeersgenererende bedrijven, zonevreemde en zone-eigen bedrijven die niet op de huidige locatie verder kunnen ontwikkeld worden, als voor het opvangen van
X-16.779-3/9
de behoeften van nieuwe bedrijven die mogelijk voor hinder kunnen zorgen in de bebouwde omgeving.
Het plangebied situeert zich in het westen van de stad Scherpenheuvel-Zichem, in de deelgemeente Messelbroek, en omvat de bedrijfsgebouwen van de tussenkomende partij, evenals het terrein van Ecowerf, het containerpark en een garage langsheen de Mannenberg.
4.4. Verzoekster woont in de nabijheid van het plangebied, aan de Mannenberg 249 te Messelbroek.
4.5. Bij brief van 12 juli 2011 stelt de dienst Mer dat op basis van de screeningsnota en de ingewonnen adviezen het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-
MER niet nodig is.
4.6. Op 26 november 2012 wordt een plenaire vergadering gehouden over het voorontwerp van het GRUP.
4.7. Op 16 juli 2015 dient de tussenkomende partij een milieuvergunningsaanvraag in voor het verder exploiteren en veranderen van een inrichting voor de productie van betonelementen.
4.8. Op 14 september 2015 stelt de gemeenteraad van de stad Scherpenheuvel-Zichem het ontwerp van gemeentelijk RUP voorlopig vast.
Het GRUP voorziet in de herbestemming van het grootste deel van het plangebied tot een zone voor lokaal bedrijventerrein. Er wordt tevens een zone voor ontsluitingsweg voorzien en aan de randen van het plangebied wordt een zone voor groenbuffer en waterberging voorzien. Verder wordt in een aantal overdrukken en symbolische aanduidingen voorzien, onder meer met betrekking tot de fasering en de interne ontsluiting.
X-16.779-4/9
4.9. Tijdens het openbaar onderzoek, dat van 9 oktober 2015 tot en met 9 december 2015 over het ontwerp-GRUP wordt gehouden, brengt de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant een advies uit en worden 22 bezwaren ingediend.
4.10. In zitting van 29 februari 2016 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (de Gecoro) de bezwaren.
4.11. Bij besluit van 3 maart 2016 verleent de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant de door de tussenkomende partij gevraagde milieuvergunning (zie randnummer 4.7) voor een termijn van 20 jaar.
4.12. Op 26 mei 2016 stelt de gemeenteraad van de stad Scherpenheuvel-Zichem het GRUP definitief vast.
Dit is het eerste bestreden besluit.
4.13. Bij besluit van 14 juli 2016 keurt de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant het GRUP goed.
Dit is het tweede bestreden besluit.
4.14. Met een besluit van 7 september 2016 verklaart de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw de onder meer door de verzoekster tegen de onder randnummer 4.11 vermelde milieuvergunning ingestelde beroepen ongegrond en bevestigt zij de in eerste aanleg genomen beslissing van de deputatie.
4.15. Met ‟s Raads arrest nr. 237.394 van 16 februari 2017 wordt de tenuitvoerlegging van de milieuvergunning van 7 september 2016 geschorst.
X-16.779-5/9
V. Ontvankelijkheid van de vordering
5. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de tweede verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden zich alleen opdringen indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld mochten zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
VI. Schorsingsvoorwaarden
6. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
VII. Spoedeisendheid
Uiteenzetting van verzoekster
7. In het verzoekschrift zet verzoekster uiteen dat de milieuvergunning die op 7 september 2016 aan de tussenkomende partij is afgeleverd, “wat betreft zijn planologische grondslag”, op het bestreden GRUP
steunt. In de mate dat verzoekster zich beroept op deze vergunning en de daaruit voortvloeiende hinder, welke zonder het bestreden GRUP onmogelijk zou zijn goedgekeurd, toont zij volgens haar meteen de feitelijke grondslag van de spoedeisendheid aan.
Verzoekster wijst op de vergunningshistoriek en stelt dat de geluidsoverlast die het bedrijf veroorzaakt “ondraaglijk” is. Zij wijst op de meer dan verdubbelde vergunde drijfkracht van de machines, die zonder het nieuwe GRUP onmogelijk kan worden uitgevoerd, en op een inspectieverslag van 26 mei X-16.779-6/9
2016 van het departement Leefmilieu waaruit de geluidshinder van het bedrijf moet blijken. Verzoekster stelt dat de uitbating van het bedrijf van de tussenkomende partij, dat volgens haar zijn rechtstreekse grondslag vindt in het GRUP, “een normale ervaring van de omgeving [...] onmogelijk [maakt]. De levenskwaliteit wordt door de uitbating, en dus door het [G]RUP, op een zeer ernstige wijze verstoord”. Verder stelt zij dat de uitbating een “uitermate onesthetische en industriële aanblik” genereert, en acht zij “het voortdurend af en aan rijden van zwaar verkeer over wat ooit een landbouwweggetje was, [...]
onaanvaardbaar”. Ook meent zij dat de “[u]itbating van een inrichting planologisch toelaten waarbij het bedrijf verondersteld wordt, in geval van [...]
regenval, het water af te voeren naar de terreinen van zijn buren, [...]
onaanvaardbaar”. Zij wijst er in dit verband op dat haar woning reeds tweemaal door wateroverlast is getroffen. Ook stelt verzoekster dat zij “wanneer zij langsheen de N10 en de smalle landelijke buurtwegen wandelt met haar twee kleinkindjes, telkenmale geconfronteerd [wordt] met de rustverstorende industriële bedrijvigheid van [de tussenkomende partij]”. Daarenboven biedt het GRUP bijkomende uitbreidingsmogelijkheden.
Beoordeling
8.1. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Er kan in beginsel alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken werd uiteengezet en gestaafd.
8.2. De door verzoekster aangevoerde omstandigheid dat het bestreden GRUP de noodzakelijke rechtsgrond vormt voor de aan de tussenkomende partij verleende milieuvergunning van 7 september 2016, toont op zich de spoedeisendheid van de vordering nog niet aan.
X-16.779-7/9
8.3. Verzoekster steunt de spoedeisendheid van haar vordering in essentie op de nadelen, verbonden aan de uitbating van het bedrijf van de tussenkomende partij. De tenuitvoerlegging van de op 7 september 2016 aan de tussenkomende partij verleende milieuvergunning werd evenwel met ‟s Raads arrest nr. 237.394 van 16 februari 2017 geschorst. Ten gevolge daarvan kan het bedrijf van de tussenkomende partij niet langer uitgebaat worden, en kunnen de met die uitbating verband houdende negatieve effecten zich niet langer manifesteren. De spoedeisendheid van de vordering is daarmee niet (langer)
aangetoond.
8.4. De door verzoekster ter terechtzitting geuite vrees dat de tussenkomende partij geen uitvoering zal geven aan ‟s Raads arrest nr. 237.394
van 16 februari 2017, doet niet anders besluiten, nu de tenuitvoerlegging van dit arrest, zo nodig met behulp van de openbare macht, afdwingbaar is.
VIII. Besluit
9. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen.
BESLISSING
1. Het verzoek van de BVBA Fingo – Frederickx tot tussenkomst wordt ingewilligd.
2. De Raad van State verwerpt de vordering.
X-16.779-8/9
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien maart 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Stephan De Taeye
X-16.779-9/9
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.616