Court dismisses appeal due to failure to file continuation request within 30 days after rejection of suspension.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's appeal inadmissible, establishing a presumption of withdrawal of proceedings. The applicant had previously failed to request suspension and did not submit a continuation request within the statutory 30-day period following the rejection of that request. Consequently, the court ruled that the applicant had effectively abandoned the legal action and dismissed the appeal.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Council of State Rules; Upon rejection of a suspension request, a 30-day period commences for filing a continuation request, after which a presumption of withdrawal applies if no such request is submitted.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 237.574 van 7 maart 2017
in de zaak A. 220.574/IX-8947
In zake: Jana SCHOENMAEKERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Geukens kantoor houdend te 3700 Tongeren Moerenstraat 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VZW KATHOLIEK SECUNDAIR ONDERWIJS
SINT-JOZEF BILZEN-HOESELT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 25 oktober 2016, strekt tot de nietig-
verklaring van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Katholiek Se-
cundair Onderwijs Sint-Jozef Bilzen-Hoeselt van 14 september 2016, waarbij het aan Jana Schoenmaekers toegekende oriënteringsattest C wordt bevestigd.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 236.340 van 31 oktober 2016 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
IX-8947-1/3
Het genoemde arrest is op 8 november 2016 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
Op 17 januari 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge-
hoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken-
nisgeving van het arrest.
4. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechts-
pleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toe-
passing.
IX-8947-2/3
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 maart 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8947-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.574