Court dismisses annulment appeal as the contested administrative decision was implicitly revoked by a subsequent award.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the annulment appeal because the contested decision awarding the contract to Aertssen was implicitly revoked by a later definitive decision awarding it to Aannemingenbedrijf Aertssen. The applicant sought to annul the Flemish Environmental Agency's original refusal to award the contract to Deme Environmental Contractors, but the subject matter no longer existed. The court ruled the appeal was dooloss under Article 93 of the Council of State's Rules of Procedure, thereby rejecting the claim.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 93 of the Council of State's Rules of Procedure; An administrative appeal is inadmissible and dooloss if the contested decision has been implicitly revoked by a subsequent definitive act.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 237.570 van 7 maart 2017
in de zaak A. 207.950/XII-7240
In zake: de NV DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Annelies Verlinden en Evelien De Raeymaecker kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stéphane Libeer kantoor houdend te 1040 Brussel Sint-Michielslaan 55/10
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 29 maart 2013, strekt tot de nietigver-
klaring van “de beslissing dd. 24 december 2012 van de Vlaamse Milieu-
maatschappij, Afdeling Operationeel Waterbeheer […] waarbij werd besloten de opdracht op basis van het Bestek L 2012 R 003 A ‘Slibruiming van de Bazeput te Kallo’ toe te wijzen aan nv Aannemingen Aertssen en derhalve niet toe te wijzen aan de nv Deme Environmental Contractors”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 222.863 van 14 maart 2013 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de
XII-7240- 1/4
beslissing van de Vlaamse Milieumaatschappij van 24 december 2012 om de overheidsopdracht “Slibruiming Bazeput te Kallo” (bestek L 2012 R 0003 A) te gunnen aan de nv Aannemingen Aertssen ingewilligd en voor het overige verworpen.
De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 februari 2017.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Evelien De Raeymaecker, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Matthias Kirsch, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
XII-7240- 2/4
III. Toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948
‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’
3. De bestreden gunningsbeslissing werd door de beslissing van de Vlaamse Milieumaatschappij, afdeling Operationeel Waterbeheer, van 10 mei 2013 waarbij de opdracht op grond van het bestek L2012R0003A “Slibruiming van de Bazeput te Kallo” wordt gegund aan de nv Aannemingsbedrijf Aertssen, impliciet maar zeker ingetrokken. Deze beslissing is definitief geworden, zodat het beroep zonder voorwerp is gevallen en “doelloos” is geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
IV. Kosten
4. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de kosten van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring ten laste te leggen van de verwerende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 350 euro.
XII-7240- 3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 maart 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin
XII-7240- 4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.570