Court lifts urgent suspension order because plaintiff failed to request annulment of the contested decisions.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the urgent suspension order previously granted in a separate ruling regarding a waste management contract award. The plaintiff had not filed a request for annulment of the contested decisions after the initial suspension was ordered. Consequently, the court was legally bound to terminate the suspension and order the defendant to bear the litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 4, third paragraph of the Council of State Act; If a party seeking urgent suspension fails to request annulment of the contested decision, the court must lift the suspension.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 237.565 van 7 maart 2017
in de zaak A. 220.667/XII-8258
In zake: de NV TERRA ENGINEERING & CONSULTANCY
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9000 Gent Kortrijksesteenweg 867
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFEN-
MAATSCHAPPIJ (OVAM)
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christophe Lenders en Joris Wouters kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij:
de NV ENVIROSOIL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Defreyne kantoor houdend te 8870 Izegem Gentsestraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 8 november 2016, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van:
“- de beslissing van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij van 21 oktober 2016, inzake de toewijzing van een opdracht voor diensten
XII-8258- 1/4
„Raamovereenkomst VOCl : fase BSP, piloot en BSW Vlaams Gewest‟, met besteknummer RO160503, aan de naamloze vennootschap Envirosoil, - de beslissing van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij van 21 oktober 2016, om de offerte van TEC NV voor de opdracht voor diensten „Raamovereenkomst VOCl : fase BSP, piloot en BSW Vlaams Gewest‟, met besteknummer RO160503, onregelmatig te verklaren, - de impliciete beslissing om de voormelde opdracht niet aan TEC NV te gunnen.”
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 236.643 van 1 december 2016 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van OVAM van 21 oktober 2016 waarbij de opdracht voor diensten “Raamovereenkomst VOCl: fase BSP, piloot en BSW Vlaams Gewest” wordt gegund aan de nv Envirosoil en de offerte van de nv TEC onregelmatig wordt verklaard en is de vordering voor het overige verworpen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 februari 2017.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Rika Heijse, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Lisa Van Besouw, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Werner Vanparijs, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
XII-8258- 2/4
III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissingen te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
IV. Kosten
4. Bij besluit van de administrateur-generaal van OVAM van 16 december 2016 werden de bestreden beslissingen van 21 oktober 2016
ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van verwerende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 236.643 van 1 december 2016
bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro.
XII-8258- 3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 maart 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin
XII-8258- 4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.565