Court dismisses annulment claims against casino contract decisions due to withdrawal of proceedings by the applicant.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's withdrawal of proceedings valid, thereby dismissing the annulment claims against the municipality's casino contract decisions. The applicant had previously sought to invalidate the award of the casino project to BCS Investissement and related municipal resolutions. Since the applicant withdrew the case before the auditor's report was served, the court ruled in favor of the municipality and ordered the applicant to bear the litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 93 and 100 of the Council of State Rules of Procedure; withdrawal of proceedings terminates the case and results in dismissal of the applicant's claims.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 237.561 van 7 maart 2017
in de zaken I. A. 219.962/XII-8206
II. A. 219.964/XII-8207
In zake: I + II. de NV MIDDELKERKE CASINO KURSAAL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerard Soete kantoor houdend te 8400 Oostende Kerkstraat 8/1
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
I + II. de GEMEENTE MIDDELKERKE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Barteld Schutyser en Tom Villé kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partijen I + II:
1. de NV B.C.S. INVESTISSEMENT
2. de NV NAPOLEON GAMES
samen vormend een tijdelijke handelsvennootschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Helga Van Peer, Valentijn De Boe en Veerle Pissierssens kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 268A
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de beroepen
1. Het beroep in de zaak A. 219.962/XII-8206, ingesteld op 9 augustus 2016, strekt tot de nietigverklaring van:
XII-8206-1/5
“de beslissing van 25 juli 2016 van de gemeente Middelkerke, Schepen-
college, Buitengewone Zitting van het College van Burgemeester en Schepenen […] waarbij het Schepencollege betreffende punt 41 (opdracht project casino-gunning) besliste :
‘Artikel 1:
Dat de inschrijver ‘BCS Investissement nv — Napoleon Games’ de meest economisch voordelige offerte heeft ingediend en dat de opdracht voor het ‘project Casino Middelkerke’ aan die inschrijver wordt gegund.
[…]’.”
Het beroep in de zaak A. 219.964/XII-8207, ingesteld op 9 augustus 2016, strekt tot de nietigverklaring van:
“de beslissingen van de gemeenteraad van de gemeente Middelkerke van 25 juli 2016, […] waarbij op de zitting van de gemeenteraad van de gemeente Middelkerke van 25 juli 2016 werd geoordeeld over de punten 11
(project Casino Middelkerke — DBFMO-overeenkomst goedkeuring) over punt 12 (project Casino Middelkerke — concessieovereenkomst tijdelijke en nieuwe speelzaal — goedkeuring), punt 10 (project Casino Middelkerke —
sub-opstalovereenkomst - goedkeuring) en punt 13 (project Casino Middelkerke — onderverhuur tijdelijke speelzaal — goedkeuring).
Met daarbij de navolgende beslissing betreffende punt 11 :
Artikel 1 :
De ‘DBFMO-overeenkomst’ in het kader van het ‘Project Casino Middelkerke’, waarvan de tekst als bijlage bij dit besluit wordt gevoegd om er integraal deel van te blijven uitmaken, wordt goedgekeurd.
[…]’ Betreffende punt 12 werd beslist :
‘Artikel 1 :
De ‘concessieovereenkomst tijdelijke en nieuwe speelzaal’ in het kader van het ‘Project Casino Middelkerke’, waarvan de tekst als bijlage bij dit besluit wordt gevoegd om er integraal deel van te blijven uitmaken, wordt goedgekeurd.
[…]’ Betreffende punt 10 :
‘Artikel 1 :
De sub-opstalovereenkomst tussen de gemeente Middelkerke en de opdrachtnemer tot het verlenen van sub-opstal aangaande het goed gelegen te Middelkerke, kadastraal gekend 1ste afdeling, sectie B, nummer 180/03C
voor het bezetten van gewestgrond op de Zeedijk — Epernayplein (met uitzondering van het openbaar domein en de zeewering), wordt goedgekeurd.
De tekst van de sub-opstalovereenkomst wordt als bijlage bij dit besluit gevoegd om er integraal deel van te blijven uitmaken.
[…]’ Betreffende punt 13 :
XII-8206-2/5
‘Artikel 1 :
De onderhuurovereenkomst aangaande een gedeelte van het Sporthotel gelegen te 8430 Middelkerke, Westendelaan 94, wordt goedgekeurd.
[…]’.”
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 235.775 van 15 september 2016 zijn de beide zaken samengevoegd en zijn de vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen.
De verzoekende partij heeft in beide zaken een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
Auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 februari 2017.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaten Barteld Schutyser en Tom Villé, die verschijnen voor de verwerende partij, en advocaat Kathleen Willekens, die loco advocaat Helga Van Peer verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord.
Auditeur Inge Vos heeft een advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
XII-8206-3/5
III. Afstand van geding
Met een brief van 23 januari 2017 deelt de raadsman van de verzoekende partij mee wat volgt:
“Er kwam een minnelijke overeenkomst tot stand tussen nv Micas en de gemeente Middelkerke waardoor de procedure wordt stopgezet.
Met huidig schrijven vraag ik U de zaak door te halen.”
Dit schrijven werd verzonden vooraleer het auditoraatsverslag werd betekend en kan niet anders dan als een afstand van geding worden beschouwd.
IV. Kosten
4.1. In de gegeven omstandigheden past het de kosten van de vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van de beroepen tot nietigverklaring ten laste te leggen van de verzoekende partij.
4.2. In beide zaken vraagt de verwerende partij dat de verzoekende partij zou worden veroordeeld tot betaling van een verhoogde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 840 euro.
Gelet op het bepaalde in artikel 67, § 2, laatste lid, van het voormelde besluit van de Regent van 23 augustus 1948 is er evenwel aanleiding om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het basisbedrag, zijnde 700 euro, in de beide zaken.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van de beroepen tot
XII-8206-4/5
nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro en een rechts-
plegingsvergoeding van 1.400 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor de helft.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 maart 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Johan Bovin
XII-8206-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.561