Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.533 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.533 Généré par l'IA

ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.533 · Conseil d'État

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.533
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

De vordering, ingesteld op 9 februari 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[h]et besluit van ongekende datum van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw tot aanvaarding van het bijzonder bestek voor de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp ‘ophaling textiel via straatcontainers & huis-aan-huis’ nr. 2016-096

Regeste Legislator

Généré par l'IA

ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.533 · Conseil d'État: De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 februari 2017, om 10.00 uur.

Mots-clés

Généré par l'IA
traitement des déchets consignation de produit polluant exportation des déchets déchets non valorisables neutralisation des déchets taxe de ramassage des ordures
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 237.533 van 2 maart 2017

in de zaak A. 221.451/XII-8310

In zake: 1. de BVBA VLAAMS INZAMEL CENTRUM TEXTIEL

(VICT)

2. de NV CURITAS

3. de NV RECUTEX

4. de VZW FEDERATIE VAN DE BELGISCHE

RECUPERATIE VAN TEXTIEL(COBEREC TEXTILES)

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bettina Poelemans kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem MG Building II

Kortrijksesteenweg 1144 G

bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Wauters

tegen:

de GEMEENTE SINT-PIETERS-LEEUW

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 9 februari 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[h]et besluit van ongekende datum van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw tot aanvaarding van het bijzonder bestek voor de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp ‘ophaling textiel via straatcontainers & huis-aan-huis’ nr. 2016-096

en de besteksbepalingen.”

XII-8310-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 februari 2017, om 10.00 uur.

Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Jorien Van Belle, die loco advocaat Kris Wauters verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Dirk De Greef, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

3. Met een beslissing van 23 februari 2017 van het college van burgemeester en schepenen is de bestreden beslissing ingetrokken.

De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

IV. Kosten

4.1. In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.

4.2. Er is te dezen grond om met toepassing van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 67, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ de verzoekende partijen een XII-8310-2/3

rechtsplegingsvergoeding toe te kennen, nu zij door de intrekking van de bestreden beslissing van 23 februari 2017 als de in het gelijk gestelde partijen dienen te worden beschouwd.

Wat de begroting van de omvang van de rechtsplegings-

vergoeding betreft, is er geen reden om zoals de verzoekende partijen vragen hun elk een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen. De vordering die zij immers gezamenlijk hebben ingesteld betreft immers slechts één en hetzelfde geschil.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 800 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen, elk voor een vierde.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 2 maart 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Dierk Verbiest

XII-8310-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.533