Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.504 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.504 Généré par l'IA

Belgian Council of State dismisses appeal due to lack of current legal interest after dismissal.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.504
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's appeal for annulment of a disciplinary fine, ruling the claim inadmissible. Although the applicant had been previously dismissed from the police force, the court found no direct personal benefit from annulling a non-executed fine. The decision rests on the principle that a party must demonstrate a current, direct interest in the outcome of the proceedings.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 1 and 2 of the Law of 13 May 1999 on the disciplinary status of police personnel; An administrative appeal is inadmissible if the applicant no longer suffers a direct personal disadvantage from the contested act due to subsequent events, such as dismissal, rendering the act unexecutable.

Mots-clés

Généré par l'IA
lack of legal interest current standing disciplinary fine police personnel dismissal from office annulment appeal inadmissibility détournement de retenues sur les salaires

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Law of 13 May 1999 on the disciplinary status of the personnel of the police services
Royal Decree of 7 July 1997 on the publication of the judgments and decisions of inadmissibility of the Council of State

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
GwH 30 September 2010, no. 109/2010
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIVe KAMER

nr. 237.504 van 28 februari 2017

in de zaak A. 213.684/XIV-35.944

In zake : XXXX

wonend te 9550 Herzele Houw 47

alwaar woonplaats wordt gekozen

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR

gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145/A

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 15 september 2014, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen d.d. 22 juli 2014 […] waarbij aan verzoekende partij de zware tuchtstraf van de inhouding van 10% van de bruto maandwedde gedurende één maand wordt opgelegd”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld.

XIV-35.944-1/6

De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 september 2016.

Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Rikkert Schoofs, die loco advocaat Jean-François De Bock verschijnt voor verzoeker, en attaché Jana Mouton, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Verzoeker was ten tijde van de feiten commissaris van politie bij de federale politie.

3.2. Op 27 maart 2012 worden lastens verzoeker twee processen-verbaal opgesteld naar aanleiding van een verkeersongeval met stoffelijke schade waarbij verzoeker een positieve ademtest heeft afgelegd.

3.3. Voor de voormelde feiten wordt verzoeker op 17 mei 2013

veroordeeld door de politierechtbank te Oudenaarde. Een afschrift van het vonnis

XIV-35.944-2/6

en van het strafdossier wordt door het parket met een brief van 1 oktober 2013

bezorgd aan de tuchtoverheid.

3.4. Op 22 juli 2014 beslist de hogere tuchtoverheid om, afwijkend van het definitief advies van de Tuchtraad van 10 juni 2014, verzoeker de zware tuchtstraf van inhouding van 10 % van de brutowedde gedurende één maand op te leggen.

Dit is de bestreden beslissing.

3.5. Op 13 mei 2015 wordt aan verzoeker, op grond van andere feiten, de zware tuchtstraf van ontslag van ambtswege opgelegd.

Het beroep tot nietigverklaring van die beslissing is verworpen bij arrest nr. 234.833 van 24 mei 2016.

IV. Ontvankelijkheid van het beroep

Ambtshalve exceptie van het gebrek aan belang

4. Bij het in gereedheid brengen van de zaak werden de partijen voorafgaand aan de terechtzitting uitgenodigd om ter terechtzitting standpunt in te nemen omtrent de weerslag van het voormelde arrest nr. 234.833 van 24 mei 2016

en de afstanden in de zaken G/A 214.229/XIV-36.068, 214.748/XIV-36.196 en 215.821/XIV-36.419, met name wat betreft het belang.

Ter terechtzitting stelt de verwerende partij dat de bestreden beslissing niet werd uitgevoerd en dat deze thans ook niet meer kan worden uitgevoerd. Zij verwijst daarbij naar de artikelen 39 en 40 van het koninklijk besluit van 26 november 2001 ‘tot uitvoering van de wet van 13 mei 1999

houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten’.

XIV-35.944-3/6

Verzoeker betwist niet ter terechtzitting dat de opgelegde straf geen uitvoering heeft gekend, maar stelt, samengevat, dat die desgevallend nog zou kunnen worden uitgevoerd via schuldvergelijking.

Beoordeling

5. Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang.

Een verzoeker beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: hij dient door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden en de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling moet hem een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook.

Het staat aan de Raad van State te oordelen of een verzoeker die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij zijn beroep. De Raad van State dient er evenwel over te waken dat de belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt B.4.3).

6. Verzoeker is in de loop van de voorliggende procedure bij beslissing van 13 mei 2015 om andere tuchtrechtelijke redenen definitief ontslagen uit het ambt (supra, punt 3.5.). Die beslissing is definitief en houdt in dat verzoeker geen personeelslid meer is van het operationeel kader en van het administratief en logistiek kader van de politiediensten in de zin van artikel 2 van de wet van 13 mei 1999 ‘houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten’.

Hierdoor kan de bestreden straf ook geen uitvoering meer hebben, ook niet via “schuldvergelijking”. Voorts wordt niet tegengesproken dat de bestreden

XIV-35.944-4/6

beslissing geen uitvoering heeft gekend terwijl verzoeker de voormelde hoedanigheid van personeelslid had.

In die feitelijke context doet verzoeker niet blijken van enig voordeel dat de nietigverklaring van een niet-uitgevoerde bestreden beslissing hem zou verschaffen, en waarbij evenmin blijkt noch aannemelijk is gemaakt dat het er door ondergane moreel nadeel nadien niet is opgeslorpt door de definitief geworden beslissing tot ontslag van ambtswege.

7. Ambtshalve wordt vastgesteld dat verzoeker geen actueel belang heeft bij het beroep.

Het beroep is niet ontvankelijk.

V. Anonimisering

8. Verzoeker vraagt de anonimisering van het arrest, bij de publicatie ervan.

Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ kan bij de publicatie van de beschikking of van het arrest de identiteit van natuurlijke personen, op uitdrukkelijk verzoek van een natuurlijke persoon die partij is bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig is, worden weggelaten.

De vraag wordt ingewilligd.

XIV-35.944-5/6

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.

3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker weggelaten.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig februari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Geert Debersaques

XIV-35.944-6/6

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.504