Court grants urgent suspension of municipal council election procedure due to structural unmanageability and imminent loss of office.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State granted an urgent suspension of the municipal council's decision to initiate new elections due to structural unmanageability. The petitioners, a former mayor and alderman, argued they faced immediate dismissal and that a standard suspension would be too late. The court found the council's declaration of unmanageability valid but ordered the election procedure suspended to protect the petitioners' interests.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 47bis of the Municipal Decree; The court may grant an urgent suspension of execution when structural unmanageability exists and the petitioner faces imminent loss of office, provided a standard suspension would be ineffective.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 237.482 van 23 februari 2017
in de zaak A. 221.510/X-16.870.
In zake : 1. Veerle BAEYENS
2. Astrid DE WINNE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de GEMEENTE HAALTERT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Tim Souverijns kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 18 februari 2017, strekt in de eerste plaats tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Haaltert van 14 februari 2017 om de procedure te starten voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen conform artikel 47bis van het gemeentedecreet.
Ook vragen verzoeksters “het verbod op te leggen aan de gemeenteraad van de gemeente Haaltert om op 23 februari 2017 om 20u00 het eerste agendapunt te behandelen met betrekking tot ‘Verkiezing en eedaflegging van de schepenen na gezamenlijke voordrachtakte’ tot de Raad van State zich heeft kunnen uitspreken over de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid (in het geval de termijn om een zitting te bepalen en een
X-16.870-1/15
uitspraak te doen voor dezelfde donderdag 23 februari 2017 om 20u00 te kort zou zijn voor de Raad van State)”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 februari 2017, om 11 uur.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor verzoeksters, en advocaten Frank Judo en Tim Souverijns, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
III. Feiten
3. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 wordt te Haaltert een bestuursmeerderheid gevormd door dertien van de vijfentwintig gemeenteraadsleden: N-VA (zes zetels), sp.a (drie zetels) en Open en Liberaal (vier zetels). Eerste verzoekster (N-VA) is burgemeester, tweede verzoekster (sp.a) schepen.
X-16.870-2/15
Op 28 juli 2016 stelt de gemeenteraad een eerste keer de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente vast. Twee leden van Open en Liberaal, onder wie schepen G. Verbestel, stemden daartoe mee met de oppositie.
In de beslissing wordt onder meer geargumenteerd dat het niet opgaat dat er een structurele minderheid aan het bewind is die geen slagkracht meer heeft en dat de laatste drie gemeenteraadszittingen duidelijk het signaal geven dat het noodzakelijke vertrouwen van de gemeenteraad en diens steun aan het college van burgemeester en schepenen niet langer aanwezig is.
Naar blijkt uit documenten die uitgaan van G. Verbestel, werkte zij intussen aan een “plan voor de toekomst” en een bestuursakkoord voor de periode 2016 - 2024, waarvoor zij het vertrouwen zou hebben van dertien gemeenteraadsleden van Centrumlijst-VLD, CD&V en Open en Liberaal.
In zijn bemiddelingsverslag van 6 oktober 2016 betwijfelt de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen of er “werkelijk reeds sprake is van onbestuurbaarheid van de gemeente in de zin van artikel 47bis Gemeentedecreet”. Hoe dan ook stelt hij vast dat zijn bemiddelingspogingen niet tot een verzoening tussen de coalitiepartners leidden.
Op 21 november 2016 trekt de gemeenteraad zijn beslissing van 28 juli 2016 tot vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid in opdat ook de nieuwe feiten die aantonen dat het bestuur onherroepelijk ontwricht is en die een stabiel, efficiënt, positief en krachtdadig bestuur onmogelijk maken, bij de beoordeling van de onbestuurbaarheid betrokken kunnen worden. Vervolgens wordt – met dertien stemmen vóór – een tweede keer de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente vastgesteld.
In het verslag van 20 januari 2017 over zijn nieuwe bemiddelingsopdracht besluit de provinciegouverneur dat de conclusie in zijn vorig verslag ongewijzigd blijft en dat een herstel van de bestuursmeerderheid met N-VA, sp.a en Open en Liberaal uitgesloten lijkt.
X-16.870-3/15
De gemeenteraad neemt op 14 februari 2017 kennis van de brief van 2 februari 2017 waarin de Vlaamse minister bevoegd voor binnenlands bestuur meedeelt dat de bemiddeling niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd en dat er zich geen oplossing aandient. De gemeenteraad besluit de procedure te starten voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen volgens artikel 47bis van het gemeentedecreet.
De gemeenteraadsleden zijn op 15 februari 2017 uitgenodigd geworden voor een gemeenteraadszitting op 23 februari 2017, om 20 u, op de agenda waarvan als eerste punt de verkiezing van nieuwe schepenen op basis van een gezamenlijke voordrachtsakte staat.
IV. Ontvankelijkheid
Exceptie
4. Volgens de nota van de verwerende partij is de vordering onontvankelijk omdat ze gericht is tegen een besluit dat geen rechtsgevolgen heeft. Het bestreden besluit is uitsluitend beperkt tot de kennisname van de brief van de Vlaamse minister dat de bemiddeling mislukt is. Het risico op het verliezen door verzoeksters van hun mandaat als burgemeester en schepen is niet het gevolg van het bestreden besluit, maar van het besluit dat eventueel op de gemeenteraad van 23 februari 2017 zal worden genomen.
Beoordeling
5. Artikel 47bis van het gemeentedecreet bepaalt onder meer:
“Als de Vlaamse Regering vaststelt dat de bemiddeling van de gouverneur mislukt is en er zich geen oplossing aandient, brengt ze de gemeenteraad daarvan op de hoogte.
In dat geval kan de gemeenteraad vervolgens de procedure starten voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen. De gemeenteraad brengt de Vlaamse Regering daarvan onmiddellijk op de hoogte, waarna de Vlaamse Regering de burgemeester ontslaat. De Vlaamse Regering stelt de gemeenteraad hiervan in kennis.”
X-16.870-4/15
Naar de gemachtigde ten overstaan van de afdeling Wetgeving van de Raad van State verklaarde, is de gemeenteraad niet verplicht om de procedure voort te zetten nadat de bemiddelingspoging van de gouverneur mislukt is (advies van de afdeling Wetgeving, Parl.St. Vl.Parl. 2011-2012, stuk 1467/1, 206).
6. Met de bestreden gemeenteraadsbeslissing van 14 februari 2017
neemt de gemeenteraad niet alleen kennis van de brief waarin de Vlaamse minister meedeelt dat de bemiddeling van de gouverneur zonder succes was en dat er zich geen oplossing aandient, maar kiest hij er tevens voor gebruik te maken van de mogelijkheid om de procedure voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen te starten.
Zoals het Evaluatierapport structurele onbestuurbaarheid, waarnaar de verwerende partij zelf verwijst, aangeeft doet aldus de gemeenteraadsbeslissing parallel onder meer de procedure lopen tot aanstelling van nieuwe schepenen en tot aanstelling van een nieuwe burgemeester.
De aangevochten gemeenteraadsbeslissing doet zich dan ook voor als een juridisch determinerende stap in de richting van de verwijdering van verzoeksters uit hun ambt van burgemeester, respectievelijk schepen. Ze doet zich te hunnen aanzien voor als een voor vernietiging, en dus ook schorsing, vatbare voor-beslissing.
7. De exceptie wordt verworpen.
V. Onderzoek van de vordering tot schorsing
A. Grondvoorwaarden
8. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat
X-16.870-5/15
minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
B. Voorwaarde van een ernstig middel
Standpunt van de partijen
9. Verzoeksters leiden een eerste middel af uit “schending van de artikelen 47, 47bis en 60, §1, Gemeentedecreet, artikel 2 en 3, Wet 29 juli 1991
betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het materieel motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel alsook het verbod op machtsafwending, gebrek aan rechtsgrond op grond van de onwettigheid van de beslissing van de gemeenteraad van 21 november 2016 tot vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente Haaltert”.
Verzoeksters argumenteren onder meer dat de gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016, in zoverre ze de argumentatie herneemt van de gemeenteraadsbeslissing van 28 juli 2016 tot vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid, slechts de uitdrukking is van de wil van G. Verbestel van Open en Liberaal om tot een nieuwe coalitie te komen voor de resterende duur van de legislatuur en overigens ook voor de volgende. Zoals al op 26 juli 2016 bleek, heeft zij namens Open en Liberaal een nieuw bestuursakkoord gesloten met de fracties van de oppositie, waarin zonder meer wordt gekozen voor de verdere uitvoering van het binnen de huidige meerderheid gesloten meerjarenplan. Open en liberaal en G. Verbestel in het bijzonder willen aldus niets veranderen aan het geplande beleid, maar wensen gewoon te wisselen van coalitiepartners.
In de mate waarin de gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016 berust op nieuwe elementen van na 28 juli 2016 voeren verzoeksters aan dat
X-16.870-6/15
het voortdurende niet bereiken van het aanwezigheidsquorum op de zittingen van de gemeenteraad en het vervolgens niet goedkeuren van de agendapunten op de zittingen van de gemeenteraad na een tweede oproeping, waardoor een omvangrijke lijst van agendapunten niet goedgekeurd geraken en die lijst steeds omvangrijker wordt, “op zich” nog geen verantwoording uitmaakt van de structurele onbestuurbaarheid. Met betrekking tot geen enkel van de agendapunten wordt concreet toegelicht in welk opzicht de werking van de gemeente geblokkeerd wordt; de agendapunten raken niet aan de essentie van het beleid.
Ten slotte menen verzoeksters dat de omstandigheden van na de gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016 bevestigen dat er een gebrek aan structurele onbestuurbaarheid is en uitwijzen dat de argumentatie inzake structurele onbestuurbaarheid van de gemeente “in essentie is te herleiden tot niet meer dan de loutere wil om een nieuw samengesteld schepencollege tot stand te zien komen”:
- bij het agendapunt voor de gemeenteraadszitting van 23 februari 2017 inzake het vaststellen van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2017 wordt uitdrukkelijk aangegeven dat wordt gewacht met het goedkeuren van het agendapunt tot na de aanstelling van een nieuw college;
het eerder goedkeuren zou betekenen dat er geen sprake is van onbestuurbaarheid en het doel van een nieuw samengesteld college van burgemeester en schepenen zou niet worden bereikt; het tarief van de opcentiemen is nochtans hetzelfde als het vorige dienstjaar;
- door de nieuw voorgedragen burgemeester is gevraagd dat alle voorheen niet goedgekeurde agendapunten op de gemeenteraad van 23 februari 2017 zouden worden behandeld om te worden goedgekeurd.
10. De verwerende partij werpt in de nota tegen dat de gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016 de structurele onbestuurbaarheid motiveert met een verwijzing naar de lange lijst van beleidsmaatregelen die niet goedgekeurd geraken op de gemeenteraadszittingen van augustus, september en oktober 2016. Op 30 januari 2017, twee weken vóór de bestreden beslissing, is
X-16.870-7/15
die lijst aangegroeid tot 62 punten. Er wordt volgens de verwerende partij “dus in de meest letterlijke zin niet meer bestuurd in Haaltert”. De bestuurlijke stilstand geldt ook voor het schepencollege, dat geen beslissing meer kan nemen met een financiële impact en dat met een vertrouwensbreuk kampt.
Voorts betoogt de verwerende partij dat de bestuurlijke stilstand rechtstreeks de inwoners van de gemeente treft, en tot frustratie leidt bij contractpartijen, partners van de gemeente en het personeel. Het stilleggen van de gemeenteraad heeft ook tot gevolg dat de gemeente niet kan tegemoetkomen aan de verplichting tot het vaststelling van de jaarrekening van 2015 en tot het aanstellen van een stedenbouwkundig ambtenaar.
Op dit moment is er nog geen goedgekeurd budget voor 2017.
Komt het uitblijven van die goedkeuring niet voor in de gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016, op het ogenblik van het bestreden besluit was zij wel al aan de orde.
Tevens wijst de verwerende partij op het verslag van de gouverneur over zijn bemiddelingsopdracht. Als er geen oplossing via gesprekken meer mogelijk is, dan is de vervanging van het schepencollege de enige nog resterende oplossing om uit de impasse te geraken. De structurele onbestuurbaarheid is niet minder reëel omdat de voorbeelden die ter staving ervan worden aangevoerd, niet doen blijken van grondige, inhoudelijke meningsverschillen. Zelfs al zou G. Verbestel de bedoeling hebben om het huidige beleidsplan verder te zetten en om een coalitiewissel te bewerkstelligen, het doet geen afbreuk aan het feit dat er binnen de gemeente Haaltert niet meer wordt bestuurd en dat het college niet meer kan rekenen op een meerderheid binnen de gemeenteraad.
De conclusie van de verwerende partij is dat de bestreden gemeenteraadsbeslissing van 14 februari 2017 wettig is “aangezien de gemeenteraad van de verwerende partij in zijn zitting van 21 november 2016 op
X-16.870-8/15
grond van wettige motieven tot vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid heeft besloten”.
Beoordeling
11. Het bestreden besluit is voorbereid en bouwt voort op de gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016 tot vaststelling, conform artikel 47bis van het gemeentedecreet, van de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente Haaltert.
De onwettigheid van de beslissing van 21 november 2016 lijkt in voorkomend geval noodzakelijk de wettigheid van het aangevochten besluit om de procedure te starten tot het aanstellen van een nieuw college van burgemeester en schepenen, aan te tasten.
12. De regeling van artikel 47bis tot vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente is op het eerste gezicht een uitzonderlijke procedure die met grote omzichtigheid moet worden toegepast. Het principe is dat overeenkomstig artikel 60, respectievelijk 47 van het gemeentedecreet, de burgemeester wordt benoemd en de schepenen worden verkozen voor een periode van zes jaar.
13. De enkele wil om het vertrouwen in het schepencollege op te zeggen en om tot een nieuw schepencollege te komen, lijkt op het eerste gezicht niet van aard om de structurele onbestuurbaarheid te kunnen schragen. Tijdens de parlementaire voorbereiding van het artikel 47bis van het gemeentedecreet is uitdrukkelijk overwogen dat de onbestuurbaarheidsprocedure “geen motie van wantrouwen zoals in Wallonië” behelst (verslag namens de commissie, Parl.St.
Vl.Parl. 2011-2012, nr. 1467/14, 15).
14. De structurele onbestuurbaarheid van de gemeente lijkt vóór alles een feitelijke aangelegenheid te zijn, die met voorbeelden uit de praktijk van het bestuur van de gemeente moet worden bewezen.
X-16.870-9/15
Wie of wat precies tot die feiten aanleiding gaf, lijkt in beginsel niet relevant ter beoordeling van de structurele onbestuurbaarheid. Op zich wordt de realiteit van een werkelijk bestaande ernstige en permanente obstructie van het bestuur op het eerste gezicht niet tegengesproken doordat ze, helemaal in oorsprong, terug zou gaan op, bijvoorbeeld, weinig inhoudelijke discussies. In principe mag van de Raad van State dan ook geen zoektocht naar, en beoordeling van, de exacte wortels van de structurele onbestuurbaarheid worden gevergd.
15. Het voorgaande geldt evenwel niet tot buiten de grenzen van wat nog als redelijk kan worden beschouwd. Aldus oordeelde de Raad van State in de particuliere omstandigheden van de zaak die tot zijn arrest nr. 235.032 van 10 juni 2016 (randnr. 15) leidde, dat het feit dat de gemeente met voorlopige twaalfden moest werken op het eerste gezicht in essentie te herleiden was tot de loutere wil om een nieuw samengesteld schepencollege tot stand te zien komen.
Die enkele wil is, zoals gezien, onvoldoende ter verantwoording van de structurele onbestuurbaarheid.
Het is een feit dat artikel 47bis van het gemeentedecreet personen die per se een nieuw schepencollege tot stand willen zien komen, ertoe kan inspireren om het er doelbewust op aan te leggen het bestuur van de gemeente te verlammen en te ontregelen. Ook een aldus gewilde en gezochte, daadwerkelijke obstructie van het bestuur kan in aanmerking komen om de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen te verantwoorden. Maar vereist is dan wel minimaal dat de kunstmatig gecreëerde façade niet kennelijk zo doorzichtig is dat ze redelijkerwijze als niets meer kan worden beschouwd dan als een zuiver voorwendsel om van college van burgemeester en schepenen te veranderen.
16. In de motivering van de structurele onbestuurbaarheid in de gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016 worden vooralsnog twee delen onderscheiden.
X-16.870-10/15
17. Een eerste deel heeft betrekking op feiten en gegevens die zich voordeden voorafgaand aan de eerste vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid bij gemeenteraadsbesluit van 28 juli 2016.
Er wordt in de nota van de verwerende partij op het eerste gezicht niet bij die feiten stilgestaan, laat staan nog op geïnsisteerd.
De betrokken feiten blijken ook amper, tot niet, in de gemeenteraadsbeslissing van 28 juli 2016 tot vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid aan bod te komen, terwijl die beslissing op 21 november 2016
alleen maar werd ingetrokken om nieuwe feiten en elementen die zich sedert de gemeenteraadsbeslissing van 28 juli 2016 hebben voorgedaan in de beoordeling van de structurele onbestuurbaarheid te kunnen meenemen.
Uit een en ander volgt ten minste in de huidige stand van de procedure dat aan de feiten in dit eerste deel geen groot gewicht kan worden toegekend.
18. Een tweede deel van de motivering in de gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016 slaat op de periode na 28 juli 2016. In dit deel wordt in substantie de afwezigheid van (al dan niet dringende)
beleidsmaatregelen aangevoerd doordat de gemeenteraad op 29 augustus 2016 en 26 september 2016 niet heeft kunnen beraadslagen of beslissen bij afwezigheid van een voldoende aantal raadsleden en doordat daarna de betrokken agendapunten – tijdens een volgende zitting na een tweede oproeping – op 8 september 2016, respectievelijk 10 oktober 2016 niet goedgekeurd zijn geworden. Aldus zou, volgens de nota van de verwerende partij, de lijst van de te nemen beleidsbeslissingen aangegroeid zijn tot 62.
Laten nu net, op voorstel van de kandidate-nieuwe burgemeester, voor de gemeenteraadszitting van 23 februari 2017 62 punten aangebracht zijn, om te worden behandeld nadat de gemeenteraad tot de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen is overgegaan.
X-16.870-11/15
Het gaat om punten die eerder tevergeefs geagendeerd werden; er lijken geen wijzigingen in aangebracht.
19. Een inkijk in de motieven voor de houding van de gemeenteraad geeft onder meer W. Michiels tijdens de gemeenteraadszitting van 10 oktober 2016. Hij verklaart:
“De punten die vandaag opnieuw op de dagorde staan en die eerder door de gemeenteraad vanaf september niet werden goedgekeurd, liggen vandaag weer op tafel. Wij willen daarbij opmerken dat elk van deze punten ons als oppositie nauw aan het hart liggen. Om ze evenwel geen tweede keer te moeten afkeuren stellen we voor om al deze punten te verdagen naar een volgende zitting van de gemeenteraad, meer bepaald tot dat de minister een beslissing heeft genomen inzake de structurele onbestuurbaarheid van onze gemeente. Ik dank u.”
Een ander gemeenteraadslid, R. Coppens, vraagt op de gemeenteraadszitting van 21 november 2016 met betrekking tot een punt:
“alhoewel ik dat agendapunt kom te agenderen zouden wij willen voorstellen om dit punt te verdagen naar een latere zitting”. Op die latere zitting, van 3 januari 2017, vraagt het raadslid om het naar nog later te verdagen “omdat we momenteel nog altijd in onbestuurbaarheid zijn”.
Typerend, zo lijkt, is ook de toelichting met betrekking tot een ontwerp van het dringende besluit tot het vaststellen van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2017, geagendeerd om op de zitting van 23 februari 2016 te worden goedgekeurd na de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen: “Door de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen in zitting van heden is de onbestuurbaarheid opgeheven en kan de Raad alsnog overgaan tot het vaststellen van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2017, zijnde 1.250 opcentiemen.” Veelbetekenend zijn eveneens de expliciete overwegingen in het ontwerp “dat de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen een noodzakelijke voorwaarde was om de onbestuurbaarheid van de gemeente te beëindigen” en “dat een vaststelling van gemeentelijke opcentiemen op onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2017, voorafgaand aan de aanstelling van een nieuw schepencollege, zou leiden tot het
X-16.870-12/15
bestendigen van de bestuurscrisis in de gemeente Haaltert tot het einde van de bestuursperiode”.
20. Met andere woorden worden de nodige beleidsbeslissingen gewoon niet genomen en uitgesteld, om ertoe bij te dragen de onbestuurbaarheid te beëindigen. Dit is op het eerste gezicht danig ongerijmd.
In die bijzondere omstandigheden lijkt de argumentatie in de gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016 met betrekking tot de niet-
goedkeuring door de gemeenteraad, en dus het uitblijven, van tientallen beleidsbeslissingen zich redelijkerwijze en essentieel voor te doen als de loutere manifestatie van de wil om het oude college van burgemeester en schepenen door een nieuw te vervangen.
Feiten die de loutere uitdrukking zijn van die wil of ermee samenvallen, zijn evenwel, als meer vermeld, op het eerste gezicht niet van aard een structurele onbestuurbaarheid te kunnen wettigen.
21. Samenvattend doen verzoeksters aannemen, althans in de huidige stand van zaken, dat de verwerende partij in de gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016 niet op deugdelijke grond heeft besloten tot de vaststelling van een structurele onbestuurbaarheid in de zin van artikel 47bis van het gemeentedecreet.
De gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2016 lijkt onwettig en bijgevolg ook de bestreden beslissing. Het eerste middel is ernstig.
C. Voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid
Standpunt van de partijen
22. Eerste verzoekster wijst er op dat zij onmiddellijk na de kennisneming door de Vlaamse regering van het bestreden besluit als
X-16.870-13/15
burgemeester kan worden ontslagen. Tweede verzoeksrer dreigt op zeer korte termijn haar ambt van schepen te verliezen. Een gewone schorsingsprocedure zou onherroepelijk te laat komen om hun nadeel op te vangen of hun belangen veilig te stellen.
23. De verwerende partij voert ter zake geen verweer.
Beoordeling
24. Het betoog van verzoeksters is geloofwaardig. Zij maken aannemelijk dat zij op zeer korte termijn hun ambt van burgemeester, respectievelijk schepen, dreigen te verliezen.
Ook aan de tweede en laatste cumulatieve voorwaarde voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is voldaan.
VI. Onderzoek van de gevorderde voorlopige maatregel
25. Ingeval de Raad van State er niet in zou slagen tot een uitspraak over de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te komen vóór 23 februari 2017, om 20 u, vragen verzoeksters om aan de gemeenteraad de voorlopige maatregel op te leggen waarvan sprake is in randnr. 1, tweede alinea.
26. De bedoelde hypothese doet zich niet voor. De voorlopige maatregel wordt verworpen.
BESLISSING
1. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Haaltert van 14 februari 2017 om conform artikel 47bis van het gemeentedecreet de procedure te starten voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen.
X-16.870-14/15
2. De Raad van State verwerpt de vordering voor het overige.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.870-15/15
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.482