Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.462 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.462 Généré par l'IA

Cassation appeal dismissed due to failure to request continuation after auditor's report recommending rejection.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.462
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Cassation dismissed the appeal because the requesting parties failed to request the continuation of proceedings within thirty days of receiving the auditor's report. The parties had argued for the invalidation of a prior administrative decision, but the auditor recommended rejection based on procedural grounds. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal of the case, leading to the dismissal of the appeal and an order for the parties to bear the costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 21, paragraph 7 of the coordinated laws on the Council of State; Article 18, paragraph 1, first paragraph of the Royal Decree of 30 November 2006: When the requesting party fails to request the continuation of proceedings within thirty days of the auditor's report recommending rejection, a presumption of withdrawal of the case applies.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal auditor's report continuation of proceedings cassation appeal procedural default Council of State costs allocation qualité pour recourir contre permis

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the coordinated laws on the Council of State
Article 18, paragraph 1, first paragraph of the Royal Decree of 30 November 2006
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 237.462 van 23 februari 2017

in de zaak A. 219.918/VII-39.740.

In zake: 1. XXXX

2. XXXX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de LEIDEND AMBTENAAR van het departement RWO

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lemache kantoor houdend te 3800 Sint-Truiden Tongersesteenweg 60

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het cassatieberoep, ingesteld op 2 augustus 2016, strekt tot de nietigverklaring van het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen nr. RvVb/A/1516/1295 van 28 juni 2016 in de zaak 1213/0769/A/6/0730.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij beschikking van 26 augustus 2016 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.

VII- 39.740-1/3

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 2 januari 2017, samen met de mededeling bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.

Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.

De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.

4. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing.

VII- 39.740-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.

3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partijen niet bekendgemaakt.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Pierre Lefranc

VII- 39.740-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.462