Belgian State administrative appeal dismissed due to missing response memo and withdrawn subject matter.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the administrative appeal filed by Greet Druyts against a government decision to reassign her to a logistics service. The court ruled that the applicant failed to submit a counter-memo within the statutory sixty-day period and that the subject of the appeal had been withdrawn by the respondent on June 2, 2016. Consequently, the appeal was declared without object, and the respondent was ordered to bear the litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 21, second paragraph of the Council of State Rules; Article 7 of the Regent's Decision of 23 August 1948: An administrative appeal is dismissed as inadmissible if the applicant fails to submit a counter-memo within the prescribed time limit, and the appeal is declared without object if the challenged decision has been withdrawn prior to the hearing.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 237.435 van 22 februari 2017
in de zaak A. 218.512/XIV-36.930
In zake: Greet DRUYTS
woonplaats kiezend te 2340 Beerse Kardinaal Cardijnlaan 60
tegen:
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 19 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van “van de ordemaatregel genomen door de bestuurlijk directeur-coördinator CSD Antwerpen op 28 december 2015, waarbij verzoekster herplaatst wordt naar de dienst logistiek - site Valaar als onthaalmedewerker”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoekster ter kennis werd gebracht op 3 juni 2016.
Op respectievelijk 9 september 2016 en 8 september 2016 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 januari 2017.
XIV-36.930-1/3
Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht.
Adviseur Ruben Goosens, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
Bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.
Verzoekster heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
4. In een brief van 13 juli 2016 deelt de verwerende partij mee dat de bestreden beslissing werd ingetrokken op 2 juni 2016. Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden, zodat er geen reden meer is om met toepassing van artikel 7 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot
XIV-36.930-2/3
regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ een memorie van wederantwoord in te dienen. In de gegeven omstandigheden past het de kosten lastens de verwerende partij te leggen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig februari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Geert Debersaques
XIV-36.930-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.435