Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.424 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.424 Généré par l'IA

Court dismisses urgent injunction request against public psychiatric center's award decision due to subsequent withdrawal.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.424
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's urgent request to suspend the execution of a contract award decision. The psychiatric center subsequently withdrew the contested decision on February 14, 2017, rendering the injunction request without subject matter. Consequently, the court ruled that the applicant had lost their interest in the proceedings and ordered the opposing party to bear the costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 30/1 of the coordinated Council of State laws and Article 67 of the Regent's Decree of 23 August 1948: When a contested administrative decision is withdrawn before the execution of an urgent injunction, the injunction request loses its subject matter and is dismissed, with costs awarded to the party that withdrew the decision.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent injunction withdrawal of decision loss of interest administrative procedure costs allocation contract award public psychiatric care adjudication d'un marché public

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
article 30/1 of the coordinated laws on the Council of State
article 67 of the Regent's Decree of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 237.424 van 21 februari 2017

in de zaak A. 221.389/XII-8307

In zake: 1. de NV NEXTEL

2. de BVBA JOJO SYSTEMS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pascal Mallien en Elias Van Gool kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 24

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het OPENBAAR PSYCHIATRISCH ZORGCENTRUM

REKEM

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 2 februari 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de gunningsbeslissing van het extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoon-

lijkheid van de Vlaamse Overheid Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem dd. 11 januari 2017, kennisgegeven ten vroegste op 18 januari 2017, om de overheidsopdracht van diensten betreffende het leveren, plaatsen en onderhouden van camera’s voor observatie en bewaking gekend onder het projectnummer OPZC2015/1000/up/jr te gunnen aan nv Seris Technology en derhalve niet aan één van de verzoekende partijen”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend.

XII-8307-1/3

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 februari 2017, om 10.00 uur.

Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Elias Van Gool, die verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

3. Met een beslissing van het openbaar psychiatrisch zorgcentrum Rekem van 14 februari 2017 is de bestreden beslissing ingetrokken.

De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

IV. Kosten

4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.

Er is te dezen grond om met toepassing van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ het door de verzoekende partij gevorderde bedrag van 700 euro toe te kennen, nu zij door de intrekking van de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

XII-8307-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 februari 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Pierre Barra

XII-8307-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.424