Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings within statutory deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's appeal inadmissible, finding a presumption of withdrawal of the proceedings. The applicant had previously lost a request for suspension of execution and failed to file a continuation request within thirty days of the ruling's notification. Consequently, the court dismissed the appeal and ordered the applicant to bear the procedural costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Council of State Rules; When a party fails to request continuation of proceedings within thirty days after a suspension request is rejected, a presumption of withdrawal applies, rendering the subsequent appeal inadmissible.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 237.421 van 21 februari 2017
in de zaak A. 220.097/X-16.714
In zake: Frank SCHROYEN
tegen:
de gemeente MOL
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 19 augustus 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van Het College van Burgemeester en Schepenen, Gemeente Mol, dd. 10-08-2016 […] m.b.t. de goedkeuring van de Wielerwedstrijd te Ezaart op 18 september 2016”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 235.651 van 31 augustus 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen.
Het genoemde arrest is op 1 september 2016 aan verzoeker ter kennis gebracht.
Op 17 oktober 2016 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
X-16.714- 1/3
Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
4. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro.
X-16.714- 2/3
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig februari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.714- 3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.421