Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.417 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.417 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings within statutory deadline.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.417
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the appellant's request to annul the mayor's noise curfew order. The appellant had previously lost a suspension request and failed to file a new continuation application within the required thirty-day period. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal of proceedings, resulting in the dismissal of the case and an order for the appellant to bear the costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 7 of the Council of State Rules; When a party fails to request continuation of proceedings within thirty days after a suspension request is rejected, a presumption of withdrawal of the proceedings applies.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal continuation of proceedings statutory deadline Council of State Rules procedural dismissal administrative appeal costs allocation nuisances sonores

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 7 of the Council of State Rules

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Arrêt nr. 236.053 van 11 oktober 2016
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 237.417 van 21 februari 2017

in de zaak A. 220.418/X-16.751.

In zake : de BVBA KASAR

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Hans Van De Cauter en Pierre Chomé kantoor houdend te 1050 Brussel Dautzenbergstraat 42

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de STAD VILVOORDE, vertegenwoordigd door :

- het college van burgemeester en schepenen - de burgemeester bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdende te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. Het beroep, ingesteld op 4 oktober 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de stad Vilvoorde van 19 september 2016 tot oplegging van een sluitingsuur aan café The Royal Lounge, Vlaanderenstraat 99, vanaf 02.00 u gedurende zeven uur. Tevens vraagt zij dat de Raad van State bij wege van voorlopige maatregelen duidelijke modaliteiten vaststelt voor de expertise door een onafhankelijke geluidsexpert.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 236.053 van 11 oktober 2016 zijn de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en de vordering tot oplegging van voorlopige maatregelen verworpen.

X-16.751-1/3

Het genoemde arrest is op 13 oktober 2016 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.

Op 30 november 2016 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.

4. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

5. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing.

X-16.751-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig februari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Johan Lust

X-16.751-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.417