Court lifts urgent suspension order because the administrative authority withdrew the contested decision and allowed the event.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the urgent suspension order previously granted against the City of Brussels' refusal to permit the 'Koerdistan Cultuurweek' event. Although the applicants had sought a suspension, they failed to file a separate request for annulment of the original decision, which the City had subsequently withdrawn and allowed. Consequently, the court determined the applicants no longer qualified for the suspension measure and ordered the opposing party to bear the costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 4, third paragraph of the Council of State's coordinated laws; Article 68, sixth paragraph of the General Rules of Procedure: The Council of State must lift an urgent suspension order if the contested administrative decision is withdrawn or annulled, thereby rendering the suspension measure obsolete.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 237.414 van 21 februari 2017
in de zaak A. 220.281/X-16.732.
In zake : 1. de VZW KOERDISCH INSTITUUT
2. Derwich FERHO
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joke Callewaert en Mieke Van Den Broeck kantoor houdend te 1210 Brussel Haachtsesteenweg 55
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de STAD BRUSSEL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-François De Bock kantoor houdend te 1050 Brussel Waterloosesteenweg 612
bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Uyttendaele kantoor houdend te 1060 Brussel Bronstraat 68
I. Voorwerp
1. Met een vordering, ingesteld op 15 september 2016, vroegen de verzoekende partijen de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de beslissing [van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brussel] van 8 september verstuurd dd. 12 september 2016
en ontvangen door verzoekende partij dd. 14 september 2016 waarbij geen toestemming werd verleend voor het organiseren va[n] het evenement ‘Koerdistan Cultuurweek’ van 22 tot 26 september 2016”.
X-16.732-1/3
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 235.805 van 20 september 2016 is de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de weigering van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brussel van 8 september 2016 tot toelating van het op 13 juni 2016 door D. Ferho namens de vzw Koerdisch Instituut aangevraagde evenement Koerdistan Cultuurweek, van 22 tot 25 september 2016, op het Spanjeplein.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 februari 2017.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Opheffing van de schorsing
3. De verzoekende partijen hebben na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. Daar is kennelijk niet vreemd aan het feit dat de verwerende partij de bestreden collegebeslissing heeft ingetrokken en het betrokken evenement als nog heeft toegelaten.
X-16.732-2/3
4. De Raad van State is er overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
5. In de gegeven omstandigheden zijn de verzoekende partijen niet te aanzien als de in artikel 68, zesde lid, van het algemeen procedurereglement bedoelde verzoeker. Er is integendeel reden om de kosten van de vordering tot schorsing ten laste van de verwerende partij te leggen.
BESLISSING
1. De schorsing bevolen bij arrest nr. 235.805 van 20 september 2016 wordt opgeheven.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig februari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.732-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.414