Court dismisses appeal as claimant lacks standing due to administrative error in repealed police regulations.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed Mario Jans's appeal against the Town of Tienen's decision to allow a business transfer on the Sunday market. The Town argued the police regulation was repealed, yet the claimant relied on a specific article that had been removed from the public text. The court found the claimant lacked standing because the legal basis for his objection was void at the time of the decision, despite the Town's administrative oversight in coordinating the regulations.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 5.7.4 of the police regulation; Art. 30/1, § 1 of the Council of State Act: A party lacks standing to challenge an administrative decision if the legal provision relied upon was already repealed or inapplicable at the time of the decision, rendering the objection inadmissible regardless of the authority's drafting errors.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 237.405 van 21 februari 2017
in de zaak A. 217.163/X-16.371.
In zake : Mario JANS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de STAD TIENEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 2 oktober 2015, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et besluit van 27.07.2015 van het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Tienen houdende toelating te verlenen voor wijziging van de specialisatie aan [A. S.] zijn standplaats volgens planligging Kalkmarkt KM-01
op de dinsdagmarkt over te laten aan [F. V.] op voorwaarde dat [A. S.] het bewijs levert van schrapping in de [kruis]puntbank van ondernemingen”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
X-16.371-1/7
Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een verslag opgesteld.
Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 januari 2017.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Annelore Verbeeck, die loco advocaat Wim Mertens verschijnt voor verzoeker, en advocaat Thomas Beelen, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies, behoudens wat de kosten betreft, gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoeker, handelaar in voedingswaren, heeft een standplaats op de dinsdagmarkt te Tienen.
Ook A. S., handelaar in zaden en meststoffen, heeft er een standplaats. Hij wenst zijn standplaats over te laten aan F. V., die er vleeswaren wil verkopen.
X-16.371-2/7
Op 27 juli 2015 stemt het college van burgemeester en schepenen van de stad Tienen met de wijziging van de specialisatie (naar vleeswaren) en de overlating van de handelszaak van A. S. aan F. P. in, “op voorwaarde dat [A. S.] het bewijs levert van schrapping in de kruispuntbank van ondernemingen”.
In opdracht van verzoeker stelt een gerechtsdeurwaarder op 15 september 2015 vast dat er op de markt 101 marktkramen staan, waarbij op 36 standplaatsen voedingswaren worden verkocht en op 65 standplaatsen non-
foodproducten.
IV. Belang
Exceptie
4. De verwerende partij werpt tegen dat het beroep onontvankelijk is bij gebrek aan belang van verzoeker. Het enige middel steunt volledig op artikel 5.7.4 van het politiereglement dat opgeheven is en alleen maar door een materiële vergissing niet geschrapt werd in de tekst van het reglement die ter beschikking staat van het publiek. Voorts wordt een schrapping van het artikel voorbereid en zou de verwerende partij na een eventuele vernietiging opnieuw dezelfde beslissing als het bestreden besluit kunnen nemen.
Beoordeling
5. Noch is verzoeker zonder belang bij het beroep omdat zijn enig middel mogelijk verworpen moet worden, noch is hij zonder het vereiste belang omdat een eventuele vernietiging voor hem alleen de mogelijkheid, en niet de zekerheid, van een gunstigere beslissing opent.
De exceptie van gebrek aan belang is ongegrond.
X-16.371-3/7
V. Onderzoek van het enig middel
Standpunt van de partijen
6. Verzoeker leidt een enig middel af “uit de schending van artikel 5.7.4 van het Politiereglement van de stad Tienen, artikel 14.1 van het Reglement van de stad Tienen houdende organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, i.h.b. het beginsel patere legem quam ipse [fecisti], de formele en de materiële motivering, de artt. 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen en het zorgvuldigheidsbeginsel; doordat de verwerende partij een wijziging van specialisatie naar handel in vleeswaren en vestiging toelaat, terwijl reeds meer dan 20% van de abonnementen toegekend werden aan voedingswaren”.
Verzoeker argumenteert dat de verwerende partij op grond van haar politiereglement slechts voor maximaal 20 % van de standplaatsen toelating mag verlenen om voedingswaren te verkopen. De gerechtsdeurwaarder stelde op 15 september 2015 echter vast dat in 36 van de 101 marktkramen voedingswaren worden verkocht. Dit komt overeen met 35,6 %, wat de maximale bovengrens van 20 % ruim overschrijdt.
7. De verwerende partij stelt in de memorie van antwoord vast dat het middel volledig is gebaseerd op het feit dat artikel 5.7.4 van het politiereglement voorschrijft dat maximaal 20 % van de abonnementen voor standplaatsen op de dinsdagmarkt mogen worden toegekend aan voedingswaren en dat dit maximum overschreden was op het ogenblik dat de bestreden beslissing werd genomen. Tevens stelt zij vast dat zij bij de goedkeuring van het stedelijk reglement betreffende de organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten van 25 juni 2009 heeft vergeten om in de tekst van het politiereglement die ter beschikking van het publiek wordt gesteld, afdeling 5.7, waarin het gemeentelijk reglement van inwendig bestuur op de openbare markten van 27 juni 1996 werd gecoördineerd, te schrappen. Het belet niet dat die afdeling
X-16.371-4/7
werd opgeheven door de opheffing van het reglement van 27 juni 1996 en door de goedkeuring van het stedelijk reglement betreffende de organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten op 25 juni 2009. Het is, volgens de verwerende partij, duidelijk dat er in de stad Tienen slechts één reglement betreffende de organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten geldt, meer bepaald het stedelijk reglement betreffende de organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten zoals goedgekeurd op 25 juni 2009.
Beoordeling
8. In zijn verslag komt de auditeur tot de conclusie dat artikel 5.7.4 van het politiereglement waarop het middel steunt, ten tijde van de bestreden beslissing stilzwijgend was opgeheven en dus niet geschonden kan zijn.
Het middel moet volgens hem worden verworpen.
9. Dit wordt door verzoeker terecht niet betwist. Naar hij ter terechtzitting meedeelt, gaat het hem nog alleen om de kosten.
Het enige middel wordt verworpen.
VI. Kosten
Standpunt van de partijen
10. Nadat al in het auditoraatsverslag was opgemerkt “dat, indien de gecoördineerde versie van het Politiereglement correct was bijgehouden, verzoeker misschien geen beroep had ingesteld”, benadrukt verzoeker zelf in de laatste memorie dat hij op een dwaalspoor is gezet doordat de verwerende partij haar politiereglement niet zorgvuldig heeft gecoördineerd.
11. De verwerende partij, daarentegen, is van mening dat zij de in het gelijk gestelde partij is en dat verzoeker, indien hij normaal zorgvuldig was
X-16.371-5/7
geweest, zich voorafgaand aan het verzoekschrift door haar had kunnen laten inlichten over de toepasselijke stedelijke reglementen.
Beoordeling
12. Verzoeker overtuigt ervan dat hij door de verwerende partij op het verkeerde been is gezet en dat hij zonder die misleiding het beroep niet zou hebben ingesteld.
Er is bijgevolg reden toe om de verwerende partij tot de kosten te veroordelen. Van die kosten maakt een rechtsplegingsvergoeding ten voordele van verzoeker evenwel geen deel uit. Verzoeker is niet te beschouwen als een in het gelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro.
X-16.371-6/7
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig februari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-16.371-7/7
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.405