Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.404 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.404 Généré par l'IA

Court dismisses appeal against expropriation plan as landowner's field is not affected by the designated sewer line.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.404
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the landowners' appeal seeking to annul the municipal council's decision accepting the sewer line and expropriation plan. Although the applicants argued their field was impacted by the sewer line despite textual contradictions in the official plan, the court found the plan materially separable from the expropriation plan. The court determined that the designated sewer line only affected properties along the Koningin Astridlaan, leaving the applicants' field untouched, thus validating the municipality's decision.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 12, paragraph 7 of the Decree of 8 May 2009 on the establishment and realization of sewer lines; The expropriation plan is an incomplete and non-appealable legal act if no authorization is granted by the Flemish Government, and a claim challenging the sewer line plan is inadmissible if the land in question is not materially affected by the designated line.

Mots-clés

Généré par l'IA
expropriation plan sewer line plan inadmissible appeal material separation Flemish Government authorization graphical plan contradiction residence rights distance aux eaux publiques

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 12, paragraph 7 of the Decree of 8 May 2009 on the establishment and realization of sewer lines
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

nr. 237.404 van 21 februari 2017

in de zaak A. 214.876/X-16.135.

In zake : 1. Stefan AERTS

2. Nathalie JACQMAIN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Jongbloet kantoor houdend te 1000 Brussel Jan Jacobsplein 5

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de GEMEENTE KONTICH

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves Loix kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 27 januari 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Kontich van 16 juni 2014 “houdende de definitieve aanvaarding rooilijn- en onteigeningsplan Koningin Astridlaan van het gedeelte tussen huisnummer 60 en 72 met inbegrip van de zone voor het retentiebekken”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.

X-16.135-1/6

De verzoekers hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2016.

Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Jeff Gillis, die loco advocaat Pieter Jongbloet verschijnt voor de verzoekers, en advocaat Katrien Vergauwen, die loco advocaat Yves Loix verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. De verzoekers zijn eigenaar van een weiland aan de Ooststatiestraat te Kontich, kadastraal bekend sectie C, nr. 213/g (hierna: het weiland van de verzoekers). Op ongeveer 100 meter van het weiland van de verzoekers takt de Ooststatiestraat aan op de Koningin Astridlaan. Tussen het weiland van de verzoekers en de laatstgenoemde laan bevinden zich met woningen en bedrijfsgebouwen bebouwde percelen met een totale diepte van meer dan 80 meter.

4. Op 17 maart 2014 stelt de gemeenteraad van de gemeente Kontich het ontwerp van rooilijn en onteigeningsplan voor de Koningin Astridlaan nrs. 60 tot 72 voorlopig vast en keurt hij de individuele innames goed.

X-16.135-2/6

Op het onteigeningsplan is het weiland van de verzoekers opgenomen als inname 11. Het blijkt dat de gemeente Kontich op het weiland van de verzoekers een bufferbekken wil aanleggen.

5. Tijdens het openbaar onderzoek, dat georganiseerd wordt van 15 april 2014 tot 14 mei 2014, dienen de verzoekers een bezwaarschrift in, waarin onder meer wordt aangevoerd dat het decreet van 8 mei 2009 ‘houdende vaststelling en realisatie van de rooilijnen’ (hierna: het rooilijndecreet) “geen geldige habilitatiewet [is] voor de onteigening van een perceel teneinde er een bufferbekken te kunnen inplanten”.

6. Op 16 juni 2014 beslist de gemeenteraad, na onderzoek en weerlegging van de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschriften, dat “[h]et ontwerp van rooilijn- en onteigeningsplan met tabel van grondinnemingen voor het deel van de Koningin Astridlaan gelegen tussen huisnummers 60 en 72 […] definitief [wordt] aanvaard met inbegrip van de zone voor het [buffer]bekken (nr. 11 op het voorliggende plan)”.

Dit is het bestreden besluit, waarin met betrekking tot het bezwaarschrift van de verzoekers het volgende wordt overwogen:

“Uit artikel 2 van het rooilijnendecreet volgt dat het van toepassing is op [de] ‘openbare weg’. In de toelichting bij dit artikel van het voorstel van decreet wordt het begrip ‘openbare weg’ als volgt aangeduid: ‘onder openbare weg wordt verstaan de weg die voor alle verkeer te land open staat, maar waarvan het gebruik wordt ingeperkt door de verkeerswetgeving. Het gaat om de rijbaan en aanhorigheden, dat wil zeggen alles wat en behoeve van de weg bestaat of is aangelegd en tot zijn behoud strekt’.

Het bufferbekken staat in het teken van de [Koningin Astridlaan] en bijhorende baangrachten waarvan voorliggend deel van de straat onderdeel van is.”

Dit besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 november 2014.

X-16.135-3/6

IV. Ontvankelijkheid

Standpunt van de partijen

7. In het verzoekschrift stellen de verzoekers dat zij ontegenzeggelijk belang hebben bij hun beroep aangezien zij eigenaar zijn van de op het onteigeningsplan vermelde inneming nr. 11, waarop via het rooilijnplan een bufferbekken zal worden ingeplant.

8. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende patij op dat de verzoekers slechts belang hebben bij de opname van inneming nr. 11 in het onteigeningsplan, die op het bij het bestreden besluit horende grafische plan in het geel is ingekleurd. De op het grafische plan in het rood aangeduide rooilijn treft het weiland van de verzoekers echter niet, zodat hun beroep onontvankelijk is in zoverre het tegen het rooilijnplan gericht is.

9. In hun memorie van wederantwoord merken de verzoekers op dat het rooilijnplan geen afzonderlijk plan vormt. Met het bestreden besluit wordt het “rooilijn- en onteigeningsplan” goedgekeurd, en dit op basis van motieven die betrekking hebben op het plan in zijn totaliteit.

10. In hun laatste memorie stellen de verzoekers dat in de overwegingen van het bestreden besluit duidelijk, doch in tegenspraak met het grafische plan, wordt aangegeven dat hun weiland wél getroffen wordt door de vastgestelde rooilijn. Het is net deze tegenstrijdigheid die de verzoekers in hun eerste middel aanklagen.

Beoordeling

11. Het bij het bestreden besluit vastgestelde rooilijnplan (rode lijn op het grafische plan) is materieel afsplitsbaar van het bij het bestreden besluit vastgestelde onteigeningsplan (gele inkleuring op het grafische plan).

X-16.135-4/6

12.1. Artikel 12, zevende lid, van het rooilijndecreet luidt:

“Het onteigeningsplan voor de realisatie van het gemeentelijk rooilijnplan wordt aan de Vlaamse Regering voorgelegd. De Vlaamse Regering beslist over het verlenen van de onteigeningsmachtiging.”

12.2. Met het auditoraatsverslag moet worden vastgesteld dat er door de Vlaamse regering geen machtiging tot onteigening werd verleend op grond van het door het bestreden besluit vastgestelde onteigeningsplan. De bestreden beslissing maakt derhalve, wat de vaststelling van het onteigeningsplan betreft, een onvolkomen en niet-aanvechtbare rechtshandeling uit.

13. Verder blijkt dat de op het bij het bestreden besluit horende grafische plan in het rood aangeduide rooilijn uitsluitend percelen treft die gelegen zijn langs de Koningin Astridlaan. Het weiland van de verzoekers hoort daar niet bij en wordt dus niet door de door het bestreden besluit vastgestelde rooilijn getroffen.

Aan die vaststelling kan geen afbreuk worden gedaan door hetgeen in de overwegingen van het bestreden besluit wordt gesteld.

De exceptie van de verwerende partij is gegrond.

14. Het beroep is niet ontvankelijk.

15. Volledigheidshalve wijst de Raad van State erop dat ook een verwerpingsarrest gezag van gewijsde heeft, tussen de partijen. Dit gezag van gewijsde strekt zich uit tot de onverbrekelijk met het dictum verbonden motieven.

Aldus zal het gezag van gewijsde te dezen verbieden dat de verwerende partij zich, in strijd met de vaststellingen gedaan in de verwerpingsgrond, gedraagt alsof het weiland van de verzoekers wél getroffen wordt door de door het bestreden besluit vastgestelde rooilijn.

X-16.135-5/6

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verzoekers worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig februari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X-16.135-6/6

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.404