Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.375 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.375 Généré par l'IA

Court declares French documents void and mandates Dutch language proceedings for cross-border planning case.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.375
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Irrecevable (Inadmissible)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of State declared the French-language procedural documents submitted by the defending party and an intervening party void due to a violation of the official language law. The court determined that because the urban planning project straddles both the Dutch-speaking and bilingual Brussels regions, the entire case must be handled in Dutch under Article 17 of the Official Language Law. Consequently, the proceedings were reopened, and the parties were granted a sixty-day deadline to submit Dutch versions of their previously filed memorials.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 17, § 1, A, 2° of the Official Language Law; Art. 65 of the Coordinated Laws on the Council of State: When an administrative act or legal proceeding involves territory in both the Dutch-speaking area and the bilingual Brussels area, the entire case must be conducted in Dutch, rendering documents submitted in French void.

Mots-clés

Généré par l'IA
Official Language Law Dutch-speaking area Bilingual Brussels Void procedural documents Urban planning case Cross-border jurisdiction Language requirement langues régionales

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 17, § 1, A, 2° of the Official Language Law
Art. 17, § 1, B, 2° of the Official Language Law
Art. 65 of the Coordinated Laws on the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

nr. 237.375 van 14 februari 2017

in de zaak A. 217.262/X-16.637.

In zake : 1. Claude VERBEECK

2. Cengiz AVCI

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joël Van Ypersele en Lia Champoeva kantoor houdend te 1000 Brussel Koloniënstraat 56

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-Paul Lagasse kantoor houdend te 1030 Brussel de Jamblinne de Meuxplein 41

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij :

1. het VLAAMS GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominique Vermer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7

bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

2. de REGIE DER GEBOUWEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe en Jan Bouckaert kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25

bij wie woonplaats wordt gekozen

X-16.637-1/7

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 9 oktober 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 29 juni 2015, waarbij aan het agentschap Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant een stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor de herinrichting van de Woluwelaan (R22) te Machelen, tussen de Kerklaan en de Haachtsesteenweg, inclusief het complex RO/E19/R22.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.

De tussenkomende partijen hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 2 juni 2016 respectievelijk 24 juni 2016. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend.

Auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld.

De verzoekende partijen en de eerste tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tweede tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 januari 2017.

Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.

X-16.637-2/7

Advocaat Joël Van Ypersele, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Annelore Verbeeck, die loco advocaat Jean-Paul Lagasse verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Lore Mels, die loco advocaten Dominique Vermer en Sven Vernaillen verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat Damien Léonard, die loco advocaten David D’Hooghe en Jan Bouckaert verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur An Van den broeck heeft een advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. De eerste tussenkomende partij is enkele jaren geleden een project gestart voor de herinrichting van de Woluwelaan (R22) tussen de Kerklaan en de Haachtsesteenweg te Machelen (hierna: het betrokken tracé van de Woluwelaan) evenals voor het complex R0/E19/R22.

Zij wijst er op dat ongeveer 99 % van het meer dan twee kilometer lange betrokken tracé van de Woluwelaan in het Nederlandse taalgebied gelegen is en dat zij op 26 november 2013 en 2 december 2014 aan het agentschap Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant stedenbouwkundige vergunningen heeft toegekend voor de herinrichtingsplannen.

Omdat een ongeveer 40 meter lange inham in het betrokken tracé van de Woluwelaan deel uitmaakt van het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad werden dezelfde plannen ook ingediend bij de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, die met het in het Nederlands gestelde bestreden besluit de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend.

X-16.637-3/7

3.2. De tweede tussenkomende partij ontwikkelt een project voor een nieuw gevangeniscomplex dat ontsloten wordt langs een weg die aantakt op de Woluwelaan.

IV. Regelmatigheid van de rechtspleging

4. In het auditoraatsverslag wordt voorgesteld de nietigheid uit te spreken van de in het Frans gestelde procedurestukken van de verwerende partij en de tweede tussenkomende partij.

5. Artikel 53 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State schrijft voor dat de Raad de beroepen tot nietigverklaring behandelt in de taal die de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt krachtens de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken moeten gebruiken in hun binnendiensten. Artikel 64 van dezelfde wetten bepaalt dat de partijen die onderworpen zijn aan de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken, voor hun akten en verklaringen de taal gebruiken welke hun opgelegd is door die wetgeving in hun binnendiensten.

Zowel voor de behandeling door de Raad van State als voor de akten en verklaringen van de verwerende partij en de tweede tussenkomende partij legt artikel 17, § l, van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 ‘op het gebruik van de talen in bestuurszaken’ (hierna: de bestuurstaalwet) het gebruik van het Nederlands of het Frans volgens navolgend onderscheid op:

“A. Indien de zaak gelocaliseerd of localiseerbaar is:

[...]

2° tegelijk in Brussel-Hoofdstad en in het Nederlandse of het Franse taalgebied: de taal van dat gebied;

[...]

6° uitsluitend in Brussel-Hoofdstad de hierna onder B voorgeschreven taal;

B. Indien de zaak niet gelocaliseerd of niet localiseerbaar is en:

[...]

2° door een particulier is ingediend: de door deze gebruikte taal.”

X-16.637-4/7

6. Verzoekers stellen dat krachtens artikel 17, § l, B, 2°, van de bestuurstaalwet de Raad van State de zaak in het Frans moet behandelen, zodat ze moet worden verwezen naar een Franstalige kamer of minstens de tweetalige kamer.

De tweede tussenkomende partij stelt dat zij krachtens artikel 17, § l, B, 2°, van de bestuurstaalwet haar akten en verklaringen in het Frans moet stellen, zodat de zaak moet worden verwezen naar de tweetalige kamer.

De verwerende partij en de eerste tussenkomende partij stellen zich naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen.

7.1. De voornoemde herinrichting van de Woluwelaan kan slechts worden gerealiseerd wanneer de vergunningsplichtige handelingen zowel op het grondgebied van het Nederlandse taalgebied als op het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad worden gesteld. Het is deze karakteristiek die meebrengt dat de bestreden stedenbouwkundige vergunning voor de herinrichting van de weg die doorsneden wordt door de taalgrens betrekking heeft op een zaak die tegelijk in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het Nederlandse taalgebied gelokaliseerd of lokaliseerbaar is.

7.2. Bijgevolg is in onderhavig geval artikel 17, § l, A, 2°, van de bestuurstaalwet en niet artikel 17, § l, B, 2°, van die wet toepasselijk. De zaak moet door de Raad van State in het Nederlands worden behandeld en de akten en verklaringen van de verwerende partij en de tweede tussenkomende partij moeten in het Nederlands worden gesteld.

8. Dat, zoals verzoekers aanhalen, hetgeen door het bestreden besluit is vergund exclusief op het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ligt, is evident juist, maar kan niet dienstig worden aangevoerd nu dit element op geen enkele manier afbreuk doet aan de in randnummer 7.1 gedane vaststelling.

X-16.637-5/7

9. Er is reden om krachtens artikel 65 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de nietigheid van de in het Frans gestelde processtukken van de verwerende partij en de tweede tussenkomende partij uit te spreken.

De verwerende partij beschikt over een termijn van zestig dagen na de ontvangst van dit arrest om een Nederlandstalige versie van haar memorie van antwoord in te dienen.

De tweede tussenkomende partij beschikt over een termijn van zestig dagen na de ontvangst van dit arrest om een Nederlandstalige versie van haar verzoekschrift tot tussenkomst en van haar memorie in te dienen.

Er kan verder niet worden ingegaan op de op een onjuist uitgangspunt steunende verzoeken om de zaak naar een andere kamer te verwijzen.

BESLISSING

1. De in het Frans gestelde processtukken van de verwerende partij en de tweede tussenkomende partij zijn nietig.

2. Het debat wordt heropend.

3. Het door de auditeur-generaal aangeduide lid van het auditoraat wordt belast met het verdere onderzoek van de zaak.

X-16.637-6/7

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien februari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X-16.637-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.375