Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.368 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.368 Généré par l'IA

Court suspends town council's refusal to appoint mayor but rejects daily fine demand.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.368
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Partiellement admis (Partially Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State suspended the execution of the town council's decision refusing to appoint the applicant as mayor due to urgent necessity. The applicant argued for immediate appointment with a daily fine for delay, while the council claimed the applicant lacked a suitable profile. The court found the council's refusal lacked valid reasons and ordered suspension, but deemed the additional coercive measure unnecessary given the suspension itself.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Law of 12 January 1973 on the Council of State; The Council of State may suspend the execution of an administrative decision when urgent necessity exists, but it is not required to impose additional coercive measures if the suspension sufficiently secures the applicant's interests.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative suspension urgent necessity town council appointment coercive measures employment refusal procedural fairness municipal administration requête en nomination

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Law of 12 January 1973 on the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 237.368 van 14 februari 2017

in de zaak A. 221.404/X-16.858.

In zake : Guy VERBUYST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Dorien Geeroms kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de GEMEENTE ZELZATE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hans-Kristof Carême kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 6 februari 2017, strekt in de eerste plaats tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Zelzate van 10 januari 2017 om Guy Verbuyst niet vast te benoemen als voltijds statutair gemeentesecretaris.

Verzoeker vraagt tevens dat aan de verwerende partij zou worden opgelegd hem “tot gemeente- en OCMW-secretaris te benoemen en dit onder verbeurte van een dwangsom van 1.000€ per dag vertraging”.

X-16.858-1/7

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 februari 2017, om 10.30 uur.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Dirk Van Heuven, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Hans-Kristof Carême, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973

III. Feiten

3. Bij besluit van 29 december 2014 beslist de gemeenteraad van de gemeente Zelzate dat verzoeker vanaf 1 september 2015 het ambt van gemeentesecretaris volledig opneemt en dat vanaf dan een proeftijd van twaalf maanden begint te lopen. Vanaf 3 september 2015 oefent verzoeker ook het ambt van secretaris van het OCMW uit.

Het evaluatiecomité besluit op 18 juli 2016 de proeftijd van de gemeentesecretaris gunstig te evalueren.

X-16.858-2/7

De gemeenteraad van de gemeente Zelzate beslist op 19 oktober 2016 een eerste keer om hem niet vast te benoemen als voltijds statutair gemeentesecretaris. Ter verantwoording wordt onder meer aangevoerd dat hij niet het geschikte profiel heeft, wat met drie “gebreken om de functie als gemeentesecretaris uit te oefenen” wordt toegelicht.

Deze gemeenteraadsbeslissing wordt geschorst bij arrest nr. 236.547 van 25 november 2016 omdat de gemeenteraad geen bevoegdheid lijkt te hebben inzake de evaluatie van de gemeentesecretaris en hij de gunstige evaluatie van het evaluatiecomité op het eerste gezicht niet mag vervangen door een eigen ongunstige beoordeling.

De gemeenteraad trekt de geschorste beslissing op 28 december 2016 in.

Op 10 januari 2017 beslist de gemeenteraad opnieuw om verzoeker niet vast te benoemen als voltijds statutair gemeentesecretaris. Er worden geen motieven meer aangevoerd.

IV. Onderzoek van de vordering tot schorsing

A. Opsomming

4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

X-16.858-3/7

B. Ernstig middel

Standpunt van de partijen

5. Verzoeker voert in een eerste onderdeel van het eerste middel de schending aan van het recht om vast benoemd te worden. Hij licht, onder verwijzing naar het besluit van de Vlaamse regering van 17 (lees: 7) december 2007 „houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn‟ en naar de gemeentelijke rechtspositieregeling, toe dat hij een recht op vaste benoeming heeft gelet op zijn gunstige eindevaluatie en nu niet wordt betwist dat hij nog steeds beantwoordt aan de algemene toelatingsvoorwaarden en de aanwervingsvoorwaarden. Minstens zijn er volgens hem geen draagkrachtige motieven die een andersluidend oordeel kunnen verantwoorden.

Naar luid van een vierde onderdeel van het eerste middel is de bestreden beslissing op geen enkele manier gemotiveerd.

6. De verwerende partij verklaart zich, wat het beweerde recht op vaste benoeming aangaat, naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen.

Wat het motiveringsgebrek betreft, meent de verwerende partij dat verzoeker er in het tweede middelonderdeel van doet blijken dat hij de motieven kent.

Beoordeling

7. Ofschoon het resultaat van verzoekers eindevaluatie van de proeftijd gunstig is, weigert de gemeenteraad tot twee keer toe hem vast aan te stellen in statutair verband: een eerste keer op grond van motieven die ogenschijnlijk ondeugdelijk zijn en vervolgens worden teruggenomen, en een tweede keer zelfs om helemaal geen enkele reden.

X-16.858-4/7

Dat verzoeker deze onbestaande motieven zou kennen, is grotesk. In zijn tweede middelonderdeel betoogt hij noch min noch meer: “In casu ligt er gewoonweg géén motivering voor”.

8. Aangezien het voorgaande lijkt uit te wijzen dat de verwerende partij geen redenen heeft om verzoeker niet vast te benoemen, is er ten minste in de huidige stand van de procedure aanleiding toe om bijgevolg, logischer- en noodzakelijkerwijze, te besluiten tot het bestaan van een verplichting om hem vast te benoemen.

9. Het besproken eerste en vierde middelonderdeel van het eerste middel zijn ernstig.

C. Uiterst dringende noodzakelijkheid

Standpunt van de partijen

10. Verzoeker zet uiteen te vrezen dat hij op korte termijn op oneervolle wijze zal worden ontslagen en een aanzienlijk inkomstenverlies zal lijden.

11. De verwerende partij zegt zich ter zake naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen.

Beoordeling

12. De Raad van State acht het wijs de zienswijze van verzoeker bij te vallen en ook de tweede en laatste cumulatieve grondvoorwaarde voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vervuld te achten.

X-16.858-5/7

V. Onderzoek van de gevorderde maatregel en dwangsom

Standpunt van verzoeker

13. Verzoeker vraagt naast de gevorderde schorsing tevens dat de verwerende partij ertoe verplicht wordt hem op de eerstvolgende gemeenteraad, en uiterlijk binnen een maand na betekening van het te wijzen arrest, tot gemeente- en OCMW-secretaris te benoemen, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 euro per dag vertraging. Ter verantwoording worden het morele leed en de ontslagdreiging aangevoerd doordat de verwerende partij, na de eerdere schorsing van de gemeenteraadsbeslissing van 19 oktober 2016, opnieuw dezelfde beslissing heeft genomen.

Beoordeling

14. Vooralsnog wordt aangenomen dat het ontslag en het morele leed waarvoor verzoeker vreest, voldoende worden tegengehouden door de hierna uit te spreken schorsing.

Het is naar het oordeel van de Raad van State ter beveiliging van verzoekers belangen ter zake niet nodig dat ook nog de bijkomende en onder verbeurte van een dwangsom gevorderde maatregel wordt opgelegd.

15. De vordering tot toekenning van de besproken maatregel, onder verbeurte van een dwangsom, wordt verworpen.

BESLISSING

1. De Raad van State schorst de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Zelzate van 10 januari 2017 waarbij Guy Verbuyst niet wordt vastbenoemd als voltijds statutair gemeentesecretaris.

X-16.858-6/7

2. De Raad van State verwerpt de vordering tot oplegging van een maatregel onder verbeurte van een dwangsom.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien februari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust.

X-16.858-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.368