Court dismisses urgent suspension request for dog seizure orders due to lack of extreme urgency and missing factual statement.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to suspend the municipality's decisions regarding the seizure and release of five dogs. The court found that the application was filed too late after the initial seizure and behavioral assessment, failing to demonstrate extreme urgency. Furthermore, the applicant did not provide the required factual statement justifying the need for an immediate suspension, leading to the total dismissal of the claim.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 16, § 1, 7° of the Royal Decree of 5 December 1991 and Article 17 of the Rules of Procedure; extreme urgency is a cumulative condition for suspension that requires a specific factual statement and must be proven by the applicant, whose failure to do so results in dismissal.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 237.367 van 14 februari 2017
in de zaak A. 221.405/X-16.859.
In zake : Kiël BOLAIN
woonplaats kiezend te 1831 Diegem Stationsstraat 34
tegen :
de GEMEENTE MACHELEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 3 februari 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissingen van de burgemeester van de gemeente Machelen van 14 december 2016, 5 januari 2017 en 19 januari 2017 in verband met de inbeslagname van vijf honden, hun onderwerping aan een gedragsonderzoek, en hun al dan niet vrijgave.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 februari 2017, om 10.30 uur.
X-16.859-1/5
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Verzoeker verschijnt, en advocaat Katrien Dams, die loco advocaat Sven Vernaillen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Barbara Speybrouck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
III. Feiten
3. Op 14 december 2016 besluit de burgemeester van de gemeente Machelen met toepassing van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet om de honden van verzoeker in beslag te nemen en in een asiel te plaatsen. De directe aanleiding is een (nieuw) bijtincident, waarbij een hond en zijn begeleider werden gebeten en die hond finaal aan zijn verwondingen overleed.
Op 5 januari 2017 beveelt de burgemeester dat de in beslag genomen honden aan een gedragsonderzoek moeten worden onderworpen, uit te voeren onder bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de vzw Veeweyde.
De burgemeester beslist ten slotte op 19 januari 2017, rekening houdend met het verslag van dr. A. H., om de hond Ida vrij te geven, de honden Fons en Jef voorlopig vrij te geven onder voorwaarden, en de honden Jos en Marcel niet vrij te geven. Wat de laatste twee honden betreft kan herplaatsing enkel gebeuren indien potentiële nieuwe eigenaars vooraf een gedragstherapie volgen en altijd volgende maatregelen naleven: opzetten muilband en honden houden in een slotvaste kennel; indien herplaatsing niet mogelijk is, dient het nodige gedaan te worden om de honden te laten inslapen.
X-16.859-2/5
IV. Ontvankelijkheid
4. De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering.
Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zouden zich alleen opdringen indien mocht blijken dat aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan is, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder andere onder de voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
6. Artikel 16, § 1, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ schrijft voor dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting moet bevatten van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid verantwoorden.
Een dergelijke uiteenzetting lijkt in het verzoekschrift evenwel te ontbreken.
7. Betrokken op de besluiten van de burgemeester van 14 december 2016 en 5 januari 2017 blijkt de vordering pas na één tot anderhalve maand te zijn ingesteld. Door zoveel tijd te laten verstrijken alvorens de besproken vordering tot schorsing in te dienen, doet verzoeker er zelf van blijken dat er, wat althans die twee besluiten betreft, met zijn vordering geen uiterste urgentie gemoeid is.
X-16.859-3/5
8. Wat het besluit van de burgemeester van 19 januari 2017
betreft, kan er manifest geen reden tot een hoogdringende schorsing zijn in zoverre de burgemeester de hond Ida onvoorwaardelijk vrijgeeft.
Ook in de mate waarin de burgemeester de honden Fons en Jef, in afwachting van een definitieve beslissing, voorlopig vrijgeeft op voorwaarde dat met hen gedurende vier weken een cursus gedragstherapie wordt gevolgd, wordt vooralsnog niet ingezien dat er een zodanig dringende noodzakelijkheid voorhanden is dat een berechting van de zaak volgens de gewone schorsingsprocedure te laat dreigt te komen.
9. Blijft nog het besluit van de burgemeester van 19 januari 2017
in zoverre het op de honden Jos en Marcel betrekking heeft.
Ook wat dat betreft, zijn er voor de Raad van State geen gegevens gebleken die ervan kunnen overtuigen dat de zaak voor verzoeker een uiterst dringende noodzakelijkheid vertoont die maakt dat hij niet de behandeling van de zaak in een beroep tot nietigverklaring kan afwachten en, meer nog, ook niet de uitkomst van een gewone vordering tot schorsing.
In dat verband wordt in de eerste plaats vastgesteld dat verzoeker ter terechtzitting uitdrukkelijk verklaart niet zelf de eigenaar van Jos en Marcel te zijn.
In de tweede plaats heeft zijn raadsman in een brief van 5 januari 2017 aan de burgemeester speciaal met betrekking tot die twee honden geschreven:
“Wat deze twee honden betreft, hebben mijn cliënten er alle begrip voor dat de nodige maatregelen zullen worden getroffen. Zij beseffen de ernst van de situatie, en zullen elke mogelijke beslissing over hun lot aanvaarden.”
Ten slotte verklaart verzoeker ter zitting dat er een adoptiegezin voor de honden voorhanden is, zodat hun herplaatsing mogelijk is.
X-16.859-4/5
10. In de gegeven omstandigheden wordt vastgesteld dat alvast één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet vervuld is. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien februari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust.
X-16.859-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.367