Court dismisses suspension request for NGO recognition revocation due to lack of urgency and serious grounds.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of the Flemish Minister's decision to revoke the NGO's social-cultural status. The applicant argued that losing subsidies would threaten the organization's survival, but the court found the evidence insufficient to prove irreparable harm or financial impossibility. Consequently, the court ruled that the case did not meet the strict dual requirements of urgency and serious grounds necessary for suspending execution.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 17, § 1 of the Coordinated Council of State Rules; Suspension of execution requires both urgency in annulment proceedings and at least one serious ground prima facie justifying the nullity.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 237.362 van 14 februari 2017
in de zaak A. 220.808/IX-8966
In zake: de VZW CDF FEDERATIE VAN VOORUITSTREVENDE
VERENIGINGEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Özgür Balci kantoor houdend te 9040 Gent Antwerpsesteenweg 742
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Leopold Schellekens en Linde Bevernaege kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 19 november 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel van 19 september 2016 om de erkenning van de vzw CDF Federatie van Vooruitstrevende Verenigingen als sociaal-culturele vereniging in te trekken vanaf 1 januari 2017.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld.
IX-8966-1/8
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 februari 2017.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Özgür Balci, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Leopold Schellekens, die tevens loco advocaat Frederik Vandendriessche verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoekster werd opgericht op 24 juni 1994 en is sinds 1 januari 2010 erkend als sociaal-culturele vereniging zoals bedoeld in het decreet van 4 april 2003 ‘betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk’.
Op 25 september 2015 beslist de verwerende partij de erkenning van verzoekster als sociaal-culturele vereniging in te trekken.
Deze beslissing wordt wegens schending van de hoorplicht door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 234.293 van 31 maart 2016.
Met de thans bestreden beslissing van 19 september 2016 wordt de erkenning andermaal ingetrokken. Deze intrekking heeft uitwerking op 1 januari 2017.
IX-8966-2/8
IV. Schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
V. Spoedeisendheid
Uiteenzetting
5. In het inleidend verzoekschrift geeft verzoekster de volgende uiteenzetting van de feiten die volgens haar de spoedeisendheid verantwoorden:
“Als gevolg van de intrekking van de erkenning, komt verzoekster niet langer in aanmerking voor de subsidie-enveloppe. Dit geldt niet alleen voor 2017, maar ook voor 2016. Ondanks het arrest van de Raad van State – dat een eerdere beslissing heeft vernietigd – laat de Administratie na om de subsidie-enveloppe uit te betalen. Nochtans blijkt uit een nota aan de mi-
nister van 17 september 2015 (stuk 13) de grote afhankelijkheid van sub-
sidies. ‘tijdens het visitatiebezoek van 2013 kwam CDF naar boven als een inhoudelijk sterke, maar organisatorisch kwetsbare vereniging. De com-
missie prees het grote engagement van de medewerkers, maar waar-
schuwde voor de financieel kwetsbare situatie. De vereniging heeft zo goed als geen eigen vermogen, is voor 100% afhankelijk van subsidies en heeft een zeer grote overheadkost, hoofzakelijk huisvestingskosten in Gent en Brussel (15% van de uitgaven).’ De vaste kosten blijven lopen, ook voor 2017. Een aantal onbetaalde schuldeisers zet verzoekster nu reeds onder druk met beslaglegging en uitvoering door gerechtsdeurwaarders (stuk 5). Gezien de enige bron van inkomsten van verzoekster subsidies zijn en zij niet over een kapitaalbuffer beschikt, kan zij deze schuldeisers niet betalen.
Aldus maakt verzoekster aannemelijk dat de bestreden beslissing op korte termijn de leefbaarheid van haar organisatie in gevaar brengt (RvSt. 2 juli 2014, nr. 227.973) zodat de spoedeisendheid bewezen is conform artikel 6
van de wet van 20 januari 2014 en de korte debattenprocedure dient te worden toegepast.”
IX-8966-3/8
Beoordeling
6. Een verzoekende partij die de schorsing van de tenuitvoerleg-
ging van een bestreden beslissing beoogt te verkrijgen, is ertoe gehouden in haar verzoekschrift een op de omstandigheden van haar zaak betrokken uiteenzetting op te nemen die ziet op de voorwaarde van de spoedeisendheid en waarin zij aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens uitlegt in welke mate zij on-
herroepelijke schadelijke gevolgen zou ondergaan indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht.
Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden on-
derbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden.
De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
7. Verzoekster is opgericht in 1994 en geniet de besproken erken-
ning sedert 2010, wat erop wijst dat haar bestaan – en voortbestaan – ook zonder die erkenning denkbaar is.
Niet het gemis aan erkenning, maar het daaruit resulterende verlies aan inkomsten brengt verzoekster blijkens de aangehaalde uiteenzetting ertoe om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de ministeriële beslissing.
Verzoekster beroept zich aldus op een financieel nadeel en de weerslag daarvan op “de leefbaarheid van haar organisatie”.
8. Het volstaat op zich niet een financieel nadeel in te roepen, om de behandeling bij spoedeisendheid te verantwoorden. Dit is uitzonderlijk anders, indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de omvang van dit
IX-8966-4/8
financiële nadeel op de situatie van verzoekster een zodanige impact heeft dat zij dit niet kan lijden tot de uitspraak ten gronde.
Hierbij wordt bedacht dat verzoekster een rechtspersoon is.
Als bijzondere reden kan dan worden aangevoerd, de vaststel-
ling dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing het financieel evenwicht van de rechtspersoon ernstig in gevaar brengt bij zoverre dat de nietigverklaring van de bestreden beslissing en het daaropvolgend rechtsherstel voor haar geen onmiddellijk nut meer kan hebben.
9. Hierbij zij nogmaals opgemerkt dat van een verzoekende partij een concreet op haar situatie toegeschreven uiteenzetting wordt verwacht.
10. Verzoekster brengt twee gegevens aan: een nota van de admi-
nistratie aan de minister van 17 september 2015 en brieven van enkele schuldei-
sers.
11. De bedoelde nota heeft betrekking op vaststellingen door de administratie tijdens een visitatiebezoek in 2013, die geleid hebben tot de éérste intrekkingsbeslissing.
De spoedeisendheid dient echter verantwoord te worden in functie van de huidige en de toekomstige situatie van verzoekster. De nota bewijst daaromtrent niets.
De nota die meer dan een jaar oud is en gesteund is op bevin-
dingen daterend van 2013, volstaat dan ook niet om de spoedeisendheid in de voorliggende zaak aan te tonen als gevolg van tenuitvoerlegging van de bestreden intrekking van 19 september 2016.
IX-8966-5/8
Van verzoekster wordt verwacht actuele gegevens aan te voeren die haar beweerd financieel kwetsbare situatie aantonen.
12. De documenten waarvan een afschrift is neergelegd als stuk 5 bij het verzoekschrift tonen ten hoogste aan dat verzoekster een aantal openstaande schulden heeft, of had.
Dat er zulke schulden zijn of waren, bewijst niet dat ze niet betaald kunnen worden, noch wordt verduidelijkt wat de niet-betaling en de eventuele invordering ervan via gerechtelijke weg als impact heeft op de vermo-
genstoestand of het voortbestaan van de vereniging. Deze stukken volstaan niet om een volledig en accuraat beeld te geven aan de rechter van verzoeksters financiële mogelijkheden en haar verplichtingen, of van de gevolgen van de eventuele ver-
breking van aangegane verbintenissen.
Dat de subsidies de enige bron van inkomsten zouden zijn en dat zij niet over een kapitaalbuffer beschikt, is een loutere verklaring die niet door verzoekster met verifieerbare stukken wordt onderbouwd.
13. Ten slotte kan de Raad er niet aan voorbij dat verzoeksters er-
kenning reeds eerder ingetrokken was en dat die intrekkingsbeslissing enkel is vernietigd ingevolge een vormfout. Verzoekster mocht zich eraan verwachten dat de inhoudelijke verwijten die aan de eerste intrekking van haar erkenning ten grondslag lagen na de nietigverklaring andermaal door de verwerende partij zou-
den worden beoordeeld en dat een nieuwe intrekking dan ook niet ondenkbaar was.
Verzoekster weet met andere woorden al een tweetal jaar dat haar erkenning, en dus haar subsidiëring, precair is.
In die concrete omstandigheden rijst de vraag wat verzoekster heeft belet om een visie te ontwikkelen teneinde haar werking te heroriënteren en om op financiële verbintenissen met derden terug te komen, al was het maar tij-
IX-8966-6/8
delijk, om aan het verlies van subsidies het hoofd te bieden voor de tijd die nodig is om een uitspraak van de rechter ten gronde te verkrijgen. In het verzoekschrift zet verzoekster alleszins niet uiteen waarom zo een tijdelijke herstructurering niet mogelijk of minstens bijzonder moeilijk zou zijn.
14. Als een bijzondere reden die de spoedeisendheid zou recht-
vaardigen, kan ook worden aanvaard dat de activiteiten van de vereniging zelf – of, wegens de aard van die activiteiten, haar marktaandeel of andere structurele in-
komsten, of voor de activiteiten dragende samenwerkingsverbanden – op een definitieve of moeilijk omkeerbare wijze in gevaar worden gebracht. Een dergelijk betoog wordt door verzoekster evenwel niet gehouden.
15. Aldus stelt verzoekster de rechter niet de noodzakelijke gegevens ter beschikking die hem in staat moeten stellen om te verifiëren of het wegvallen van de subsidie en het tijdelijk ondergaan van die beslissing in af-
wachting van een uitspraak ten gronde het voortbestaan van verzoekster definitief en onherroepelijk in gevaar dreigen te brengen, of minstens toch een dermate fundamentele hypotheek leggen op haar activiteiten dat van haar niet mag worden verwacht dat zij de normale afwikkeling van het annulatieberoep moet afwachten.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
IX-8966-7/8
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 februari 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-8966-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.362