Court dismisses appeal as plaintiff lacks standing after prior rejection of the underlying dismissal decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the plaintiff's annulment appeal against the school board's ratification of a temporary teaching appointment decision. The plaintiff argued the board lacked authority to ratify a decision that had already been rejected in a separate proceeding. The court found the plaintiff had no remaining interest in the case because the underlying decision against him was already effectively rejected.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10 and 11 of the Law of 13 July 1921 on the Council of State; A plaintiff lacks standing to challenge a ratification decision if the underlying decision has already been rejected in a prior annulment proceeding.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
IXe KAMER
nr. 237.348 van 13 februari 2017
in de zaak A. 204.037/IX-8116
In zake: Wilfried WOUTERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Guido Wuyts kantoor houdend te 2200 Herentals Lierseweg 116
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 1
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Stommels kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 15 maart 2012, strekt tot de nietigver-
klaring “van het besluit uitgaande van de raad van bestuur van [scholengroep 1
van het Gemeenschapsonderwijs] dd. 21 november 2011 en inhoudende de be-
krachtiging en bevestiging van de beslissingen van de algemeen directeur van de scholengroep dd. 31 augustus 2011 en van de directeur van de onderwijsinstelling van eenzelfde datum om [Wilfried Wouters] niet aan te stellen als leraar binnen de onderwijsinstelling per 1 september 2011”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 235.070 van 14 juni 2016:
IX-8116-1/6
- is het beroep verworpen, in zoverre het is gericht tegen de beslissing van de raad van bestuur van scholengroep 1 van het Gemeenschapsonderwijs van 21 novem-
ber 2011 tot bekrachtiging van de beslissing van de algemeen directeur van de scholengroep van 31 augustus 2011 over de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur van Wilfried Wouters;
- is het debat heropend, in zoverre het beroep is gericht tegen de beslissing van de raad van bestuur van scholengroep 1 van het Gemeenschapsonderwijs van 21 november 2011 tot bekrachtiging van de beslissing van de directrice van het koninklijk technisch atheneum Zwijndrecht-Cenflumarin van 31 augustus 2011
over de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur van Wilfried Wouters.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een aanvul-
lend verslag opgesteld.
De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat-
ste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 januari 2017.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Niels Van Herck, die loco advocaat Guido Wuyts verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die loco advocaat Marc Stommels verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
IX-8116-2/6
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker is sedert het schooljaar 2005-2006 tijdelijk aange-
steld als leraar maritieme opleiding aan het KTA Zwijndrecht-Cenflumarin, on-
derwijsinstelling die behoort tot scholengroep 1 van het Gemeenschapsonderwijs.
3.2. Bij schrijven van 31 augustus 2011 deelt de directrice van het KTA Zwijndrecht-Cenflumarin aan verzoeker mee:
“Rekening houdend met het belang van de school en van de leerlingen en gelet op het evaluatieverslag met conclusie ‘onvoldoende’ beslis ik om u niet aan te stellen per 1 september 2011.”
Verzoeker vecht deze beslissing aan met een annulatieberoep bij de Raad van State, gekend onder rolnummer A. 202.é/IX-8110, dat heden wordt verworpen bij arrest nr. 237.347.
3.3. Op 21 november 2011 notuleert de raad van bestuur van de scholengroep de met huidig beroep bestreden beslissing:
“De heer Wouters is op administratief vlak met weinig of niets in orde.
Erger is echter dat zijn manier van lesgeven, gekenmerkt door een gebrek aan structuur en een totaal gebrek aan interactie, nefast is voor de be-
roepskennis van de leerlingen. Zowel van de leerlingen als vanuit de plaatsen waar zij tewerkgesteld worden komt de onverhulde boodschap dat er een gebrek aan kennis is.
De directeur van de school en de algemeen directeur van de scholengroep hebben terecht beslist de heer Wouters niet aan te stellen.
Gelet op de dan hangende procedures, de start van het nieuwe schooljaar en de inhoud van de beslissing van de algemeen directeur van 31 augustus 2011, is genoemde beslissing van de algemeen directeur inderdaad bij hoogdringendheid en terecht genomen.
Voor zoveel als nodig beslist de raad van bestuur om deze beslissingen te bekrachtigen en te bevestigen.”
IX-8116-3/6
IV. Ontvankelijkheid
Exceptie
4. In haar laatste memorie werpt de verwerende partij op dat ver-
zoeker geen actueel belang heeft bij het huidige beroep, voor zover het beroep in de sub 3.2 vermelde zaak A. 202.é/IX-8110 verworpen zou worden.
Beoordeling
5. Zoals hiervóór is opgemerkt, is het annulatieberoep A. 202.é/IX-8110, dat verzoeker heeft ingesteld tegen de beslissing van de directrice en die de raad van bestuur met de thans bestreden beslissing “[v]oor zoveel als nodig” bekrachtigt, bij arrest nr. 237.347 van heden verworpen.
Voorts blijkt uit het verzoekschrift in het huidige annulatiebe-
roep dat verzoeker in wezen argumenteert dat de raad van bestuur niet de be-
voegdheid heeft om de eerstgenoemde beslissing (nog) te bekrachtigen.
6. Het één met het ander heeft ertoe geleid dat aan de raadsman van verzoeker reeds op de terechtzitting van 2 mei 2016 de vraag is voorgelegd, welk voordeel verzoeker zou puren uit de nietigverklaring van de bekrachtiging van de beslissing van de directrice, die er enkel is gekomen “[v]oor zoveel als nodig”, die volgens verzoeker niet noodzakelijk is en die dus geen invloed heeft op de wettigheid van de bekrachtigde beslissing, eenmaal het beroep daartegen verworpen is.
Hierop kon niet worden aangetoond welk belang verzoeker in die mate en hypothese nog zou hebben bij zijn beroep. Ook de Raad ziet niet spontaan welk voordeel een nietigverklaring verzoeker nog zou opleveren.
IX-8116-4/6
7. Aangezien ondertussen, zoals gezien, de hypothese niet langer een hypothese is, maar het beroep tegen de beslissing van de directrice effectief is verworpen, stelt de Raad van State vast dat verzoeker in zoverre geen belang meer heeft bij zijn beroep.
De exceptie is gegrond.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep, in zoverre het is gericht tegen de beslissing van de raad van bestuur van scholengroep 1 van het Gemeen-
schapsonderwijs van 21 november 2011 tot bekrachtiging van de beslissing van de directrice van het koninklijk technisch atheneum Zwijndrecht-
Cenflumarin van 31 augustus 2011 over de tijdelijke aanstelling van bepaal-
de duur van Wilfried Wouters.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro.
IX-8116-5/6
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 13 februari 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8116-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.348