Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.337 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.337 Généré par l'IA

Farming landowner's urgent suspension request dismissed due to lack of concrete proof of agricultural impossibility.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.337
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the landowner's request to suspend the execution of a public utility declaration for a sewer infrastructure project. Although the owner argued that the new canal would render his rear land unusable for farming, the court found he failed to provide specific evidence proving current or future agricultural use. Consequently, the court determined the applicant did not meet the strict requirements for demonstrating urgency under Article 17 of the Council of State laws.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 1 of the Council of State laws; A request for suspension of execution requires the applicant to provide concrete, specific evidence proving the personal and immediate negative consequences of execution, which was not established here.

Mots-clés

Généré par l'IA
suspension of execution urgency requirement public utility declaration agricultural land use Council of State laws burden of proof concrete evidence zone d'intérêt général

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 1 of the Council of State laws
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 237.337 van 10 februari 2017

in de zaak A. 220.882/X-16.801.

In zake : Luc COPPENS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen De Staercke kantoor houdend te 9550 Hillegem (Herzele)

Dries 77

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Thomas Quintens kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij :

de NV AQUAFIN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Access Building Keizer Karellaan 586/9

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 5 december 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 25 augustus 2016 van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw “waarbij de bouw van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur – volgens de bijgevoegde goedgekeurde grondinnemingsplannen nummers 22.376C/1/10-3-5.4/5 met revisie 16 van 17 mei 2016 en 22.376C/1/10-3-5.5/5 met revisie 15 van 26 januari 2016 en de bijbehorende goedgekeurde legende, plannummer 22.376C/1/10-3-3 met revisie X-16.801-1/7

15 van 26 januari 2016 van het project in het investerings-, optimalisatieprogramma 2010 bekend onder nummer 22376C bij VMM, Afdeling Economisch Toezicht, – onder, op of boven private onbebouwde gronden, die niet omsloten zijn met een muur of een omheining overeenkomstig de bouw- of stedenbouwverordeningen, gelegen op het grondgebied van de gemeente Lede, van openbaar nut wordt verklaard ten gunste van de nv Aquafin [...]”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 januari 2017.

Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Jürgen De Staercke, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Thomas Quintens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Amina Desaegher, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

X-16.801-2/7

III. Tussenkomst

3. Met een op 21 december 2016 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de nv Aquafin, begunstigde van de bestreden beslissing, om in het geding te mogen tussenkomen.

Er is grond om dat verzoek in te willigen.

IV. Feiten

4.1. De verzoeker is onverdeeld eigenaar van de percelen gelegen te Lede, kadastraal gekend onder afdeling 1, sectie B, nrs. 368a en 368b.

Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 30 mei 1978

vastgestelde gewestplan Aalst-Ninove-Geraardsbergen-Zottegem zijn beide percelen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied gelegen. Een zuidelijke strook van 12,5 meter van het perceel nr. 368b is in woongebied gelegen.

4.2. De nv Aquafin kreeg van het Vlaamse gewest de opdracht om het stedelijk afvalwater te zuiveren en daarvoor de nodige infrastructuur te beheren en op te richten.

In het kader daarvan kreeg de nv Aquafin op 16 februari 2009

de opdracht om het optimalisatieprogramma 2010-2014, inzonderheid het project “22376: Lede: afkoppeling Stationstraat-Kasteel van Mesen-Vijver Nachtegaallaan” te realiseren. Dit project beoogt het regenwater af te koppelen van de bestaande rioleringsinfrastructuur en houdt onder meer in dat bestaande grachten worden geruimd en/of geherprofileerd. Voor verzoeker betekent dit dat op zijn percelen in een nieuwe gracht wordt voorzien.

4.3. Op 10 februari 2016 dient de nv Aquafin een aanvraag in om de verklaring van openbaar nut voor de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Lede te verkrijgen.

X-16.801-3/7

4.4. Tijdens het openbaar onderzoek, dat van 3 maart 2016 tot en met 4 april 2016 over de voormelde aanvraag wordt georganiseerd, worden drie bezwaarschriften ingediend, waaronder ook één door de verzoeker, samen met de mede-eigenaars van de betrokken percelen.

4.5. Bij besluit van 25 augustus 2016 verleent de verwerende partij de gevraagde verklaring van openbaar nut.

Dit is de bestreden beslissing.

4.6. Bij besluit van 28 januari 2016 verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar aan nv Aquafin een stedenbouwkundige vergunning voor de afkoppeling Stationstraat – Kasteel van Menen – Vijver Nachtegaallaan en sanering overstort Bosstraat. Die aanvraag heeft onder meer betrekking op de aanleg van de gracht die over verzoekers percelen zal lopen.

Tegen deze vergunning werd geen beroep ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

V. Schorsingsvoorwaarden

5. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.

VI. Spoedeisendheid

Uiteenzetting van de spoedeisendheid

6.1. De vordering is volgens verzoeker spoedeisend. Hij zet in dit verband uiteen dat zijn eigendommen één blok weiland vormen, dat vanuit de X-16.801-4/7

Zwaluwstraat ontsloten wordt. De kwestieuze open gracht wordt dwars over zijn eigendommen aangelegd, zodat het weiland in twee delen wordt opgesplitst.

Daarbij blijft enkel het voorste gedeelte bereikbaar vanaf de Zwaluwstraat en wordt het achterste gedeelte voor een normale landbouwexploitatie onbruikbaar gemaakt.

6.2. Verzoeker houdt voor dat voor de kwestieuze werken geen stedenbouwkundige vergunning is vereist, zodat niet geargumenteerd kan worden dat het aangevoerde nadeel slechts hypothetisch is. De betrokken gracht is immers een ondergrondse constructie, die na realisatie tot het openbaar domein zal behoren, waardoor de werken zijn vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunning ingevolge artikel 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 ‘tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is’.

Beoordeling

7.1. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaken.

7.2. Verzoeker steunt de spoedeisendheid van zijn vordering op het feit dat de aanleg van de in het bestreden besluit voorziene gracht, tot gevolg zal hebben dat alleen nog het voorste gedeelte van zijn eigendom vanaf de Zwaluwstraat bereikbaar zal zijn. Het achterste gedeelte van zijn eigendom zou voor een normale landbouwexploitatie onbruikbaar worden.

X-16.801-5/7

7.3. Daargelaten de vraag of voor de aanleg van de kwestieuze gracht effectief geen stedenbouwkundige vergunning is vereist, zoals verzoeker beweert (zie randnummer 6.2), dient alleszins te worden vastgesteld dat verzoeker met geen enkel stuk aantoont dat zijn percelen thans of in de nabije toekomst als landbouwexploitatie worden of zullen worden gebruikt.

Voorts gaat verzoeker eraan voorbij dat de kwestieuze plannen weliswaar in de aanleg van een gracht, maar ook, op twee plaatsen, in een recht van doorgang over deze gracht voorzien. De aangegeven doorgangen zijn vijf meter breed, zodat het achterliggende gedeelte van verzoekers weiland wel degelijk bereikbaar blijft. Verzoeker toont dan ook allerminst aan dat het achterste gedeelte van zijn eigendom voor een normale landbouwexploitatie onbruikbaar zou worden.

7.4. Gelet op wat voorafgaat, toont verzoeker het spoedeisend karakter van zijn vordering niet aan.

VII. Besluit

8. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen.

BESLISSING

1. Het verzoek van de nv Aquafin tot tussenkomst wordt ingewilligd.

2. De Raad van State verwerpt de vordering.

X-16.801-6/7

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien februari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Stephan De Taeye

X-16.801-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.337