Filing dismissed as the underlying administrative decision was already annulled by the Council of State.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the annulment appeal because the underlying administrative decision had already been annulled in a previous ruling. The applicants sought to invalidate a provincial permit denial for a poultry farm, which was based on a municipal refusal. Since the Council of State had already annulled the municipal decision in a separate case, the subject matter of this appeal no longer existed.
Regeste Legislator
Généré par l'IAWet van 1999 tot herstel van de rechtsstaat, artikel 10; Wet van 1999 tot herstel van de rechtsstaat, artikel 11: An annulment appeal is inadmissible if the subject matter of the challenged decision has already been annulled by a final decision of the Council of State.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VIIe KAMER
nr. 237.268 van 2 februari 2017
in de zaak A. 214.703/VII-39.291.
In zake : 1. Veronique SUCAET
2. het biologisch tuinbouwbedrijf MICHIELSEN ALOYSIUS
3. Michel MICHIELSEN
4. de GEMEENTE STEKENE
5. de GEMEENTE HULST
6. de stichting naar Nederlands recht HET ZEEUWSE
LANDSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Malfait kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE
OOST-VLAANDEREN
Tussenkomende partij :
Peter DHOLLANDER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim De Cuyper en Erika Rentmeesters kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 12 januari 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 23 oktober 2014 waarbij het beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Stekene van 28 april 2014, houdende
VII-39.291-1/4
het weigeren van de milieuvergunning aan Peter Dhollander voor het exploiteren van een pluimveehouderij te Stekene, wordt ingewilligd.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 231.669 van 18 juni 2015 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 18 juni 2015.
De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
Auditeur Dieter Decock heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 januari 2017.
Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Sofie Rodts, die loco advocaat Tom Malfait verschijnt voor de verzoekende partijen, organisatiemedewerker Fanny Cocriamont, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Deira De Rijcke, die loco
VII-39.291-2/4
advocaten Wim De Cuyper en Erika Rentmeesters verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur Dieter Decock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Doelloos beroep
3. Het bestreden besluit is door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 237.267 van heden (zaak A. 214.699/VII-39.290).
Bijgevolg is het voorwerp van het annulatieberoep teloor gegaan en is dit beroep doelloos geworden.
4. Het past de kosten van het geding ten laste te leggen van het Vlaamse Gewest.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 2.400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro verschuldigd aan de verzoekende partijen.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
VII-39.291-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee februari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Eric Brewaeys
VII-39.291-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.268