Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.267 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.267 Généré par l'IA

Administrative court dismisses appeal granting poultry farm permit due to insufficient evidence of significant environmental impact.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.267
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's appeal against the provincial deputy's decision to grant a poultry farm permit. The deputy overturned the municipality's refusal based on an environmental study concluding that ammonia emissions would not cause significant negative effects on nearby protected areas. The court upheld this decision because the applicant failed to provide sufficient evidence proving that the proposed farm would have significant environmental impacts on the Natura 2000 sites.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 100 § 1, 1st al. of the Code of Administrative Justice; Art. 100 § 2, 1st al. of the Code of Administrative Justice: An administrative decision granting a permit is valid if the applicant fails to demonstrate that the project will have significant negative environmental effects on protected areas.

Mots-clés

Généré par l'IA
environmental permit ammonia emissions Natura 2000 significant impact administrative appeal provincial deputy environmental assessment considérations de protection environnementale

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 100 § 1, 1st al. of the Code of Administrative Justice
Art. 100 § 2, 1st al. of the Code of Administrative Justice
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VIIe KAMER

nr. 237.267 van 2 februari 2017

in de zaak A. 214.699/VII-39.290.

In zake : Ben VERMEIREN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Abbeloos kantoor houdend te 9200 Dendermonde Noordlaan 82-84

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE

OOST-VLAANDEREN

Tussenkomende partij :

Peter DHOLLANDER

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim De Cuyper en Erika Rentmeester kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 12 januari 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 23 oktober 2014 waarbij het beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Stekene van 28 april 2014, houdende het weigeren van de milieuvergunning aan Peter Dhollander voor het exploiteren van een pluimveehouderij te Stekene, wordt ingewilligd.

VII-39.290-1/14

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 9 maart 2015. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

Auditeur Dieter Decock heeft een verslag opgesteld.

De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend.

Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 januari 2017.

Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Dirk Abbeloos, die verschijnt voor verzoeker, organisatiemedewerker Fanny Cocriamont, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Deira De Rijcke, die loco advocaten Wim De Cuyper en Erika Rentmeesters verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur Dieter Decock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

VII-39.290-2/14

III. Feiten

3.1. Op 24 januari 2014 dient de tussenkomende partij een milieuvergunningsaanvraag in voor de exploitatie van een pluimveehouderij met 19.000 kippen (zogenaamde slachtkuikenouderdieren), gelegen aan de Lekestraat 1A te Stekene, in agrarisch gebied volgens het gewestplan, en vlak bij de grens met Nederland.

3.2. Tijdens het openbaar onderzoek worden veertien bezwaarschriften ingediend.

3.3. Bij besluit van 28 april 2014 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Stekene de gevraagde vergunning.

3.4. Tegen dit besluit stelt de tussenkomende partij bestuurlijk beroep in bij de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen.

3.5. In het kader van de beroepsprocedure worden de volgende adviezen uitgebracht:

- de afdeling Milieuvergunningen adviseert gunstig en stelt bijzondere vergunningsvoorwaarden voor;

- de Vlaamse Milieumaatschappij, afdeling Operationeel Grondwaterbeheer, adviseert gunstig voor de grondwaterwinning, en stelt eveneens bijzondere vergunningsvoorwaarden voor;

- de provinciale milieudeskundige brengt een ongunstig advies uit;

- de Provinciale Milieuvergunningscommissie adviseert als volgt :

“De Commissie adviseert de aanvraag ONGUNSTIG; het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van 28 april 2014, waarmee aan Dhollander Peter de milieuvergunning geweigerd werd voor het exploiteren van een veeteeltinrichting (pluimveehouderij), gelegen aan de Lekestraat 1A, 9190 Stekene, kan worden bevestigd, overwegende dat:

- voor wat betreft de beschermde gebieden op Nederlands grondgebied werd de aanvraag enkel getoetst in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij; daarbij is vooral de afstand tot kwetsbare gebieden van belang; met betrekking tot de emissie van ammoniak gelden op

VII-39.290-3/14

basis van de Wet ammoniak en veehouderij (WAV) ter plaatse geen beperkingen aangezien de afstand tot dit gebied meer dan 250 meter bedraagt;

- dit neemt niet weg dat er [een] toetsing dient te gebeuren t.o.v. het aanpalende Nederlands natuurgebied, meer bepaald het deelgebied ‘de Wildelanden’ [dat] deel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS); uit de modellering die gebeurde t.o.v.

beschermde gebieden die gelegen zijn op Vlaams grondgebied valt af te leiden dat de verzurende en vermestende depositie in zeer hoge mate in het deelgebied ‘Wildelanden’ zal belanden; dit natuurgebied werd echter niet weergegeven op de grafische weergave van de modellering;

in het betreffende natuurgebied komen soorten voor die in Nederland door de Flora- en Faunawet beschermd worden, alsook soorten die zijn opgenomen in bijlage IV van de Europese habitatrichtlijn;

in het kader van Vogel- en Habitatrichtlijn gelden er extra toetsingskaders die niet werden onderzocht;

- dit bevestigt de bezwaren die werden gemaakt door de beheerder van het natuurgebied ‘de Wildelanden’ en het subadvies van de gemeente Hulst;

Indien vóór de beslissing van de Deputatie kan worden aangetoond dat er geen significante effecten zijn van de ammoniakdepositie op het natuurgebied in Nederland, kan het advies GUNSTIG worden”.

3.6. Op 16 oktober 2014 bezorgt de tussenkomende partij een studie “Stikstofbelasting. Lekestraat te Stekene”.

3.7. Met een besluit van 23 oktober 2014 verklaart de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen het beroep gegrond: de weigeringsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Stekene van 28 april 2014 wordt opgeheven en de gevraagde milieuvergunning wordt verleend.

Dit is de bestreden beslissing. Ze steunt onder meer op de volgende motieven:

“Milieuhygiënische aspecten […]

Vermesting en verzuring Binnen een straal van 1,5 km rondom het bedrijf komen volgens de milieunota volgende beschermde gebieden voor:

- een VEN-gebied op Vlaams grondgebied op ongeveer 680 m ten zuiden;

VII-39.290-4/14

- een reservaat op Vlaams grondgebied op zo’n 1,3 km ten zuidwesten;

- natuurgebied op Vlaams grondgebied op zo’n 1,3 km ten zuiden;

- een natuurgebied op Nederlands grondgebied aan de overkant van de straat (ca. 60 m).

Voor wat betreft de beschermde gebieden op Vlaams grondgebied werd een natuurtoets uitgevoerd.

In de omgeving van het bedrijf komen de volgende habitattypen, regionaal belangrijke biotopen en potentiële habitattypen voor:

- Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (9120) op een afstand van ca. 175 m;

- Bossen op alluviale grond met alnion glutinosa en Fraxinus excelsior (91EO) op een afstand van 275 m;

- Dotterbloemgrasland (rbbhc) op een afstand van 1.275 m;

- Laag gelegen schraal hooiland (6510) op een afstand van 1.305 m;

- Rietland (rbbmr), moerasbos van breedbladige wilgen (rbbsf) en voedselrijke zoomvormende ruigten of moerasspirearuigte met graslandkenmerken (6430, rbbhf) op een afstand van 1.320 m;

- Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren (3130).

Algemeen kan vastgesteld worden dat de bijdrage aan de kritische lasten nergens een significant negatief effect veroorzaken. Ter hoogte van 9120 en 91EO wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de kritische last (negatief effect), aangezien deze meer dan 10% bedraagt. Kijken we echter ter hoogte van het reservaatgebied, waarin de codes 6510, rbbsf, rbbmr, 6430, rbbhf en rbbhc gelegen zijn, dan is de bijdrage daar verwaarloosbaar. Kijken we ter hoogte van het VEN-gebied, dan kunnen we vaststellen dat de maximale verzurende depositie aldaar 93 Zeq/ha.jaar bedragen (maximale depositie op de rand van het gebied) en 1,31 kg N/ha.jaar. Rekening houdend met de kritische last van loofbos (1.906 Zeq/ha.jaar en 20 kg N/ha.jaar) ter benadering (want verschillende types hierbinnen gelegen), dan kunnen we vaststellen dat de bijdrage aan kritische last verzuring 5% zal zijn en aan kritische last vermesting 7%. Het natuurgebied volgens gewestplan valt deels samen met het VEN-gebied. Ter hoogte van deze gewestplanbestemming bedraagt de maximale depositie 16 Zeq/ha.jaar en 0,22 kg N/ha.jaar wat, rekening houdend met de kritische last voor loofbos, verwaarloosbaar is (bijdrage PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.267