Court dismisses appeal as applicant lacks standing due to prior MRI equipment ownership violating substitution principle.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the appeal filed by a healthcare association against planning permits granted to competing hospitals. The applicant argued that the permits violated the substitution principle because they already possessed an MRI service recognition before January 1, 2015. The court ruled that this prior ownership meant the applicant did not meet the legal conditions for a new permit and therefore lacked the necessary interest to challenge the decisions.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 1 and 2 of the Planning Permit Decision; An applicant lacks standing to challenge a planning permit granted to a competitor if the applicant already held a recognition for the same service prior to the relevant date, thereby failing the substitution principle and having no legitimate interest in the dispute.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VIIe KAMER
nr. 237.262 van 2 februari 2017
in de zaak A. 216.987/VII-39.486.
In zake : de VZW ZIEKENHUISNETWERK ANTWERPEN (ZINA)
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te 8310 Assebroek (Brugge)
Baron Ruzettelaan 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partijen :
1. de VZW EMMAUS
2. de VZW AZ AUGUSTINUS VEURNE
3. de VZW SINT-ANDRIESZIEKENHUIS
4. de VZW AZ HEILIGE FAMILIE
5. de VZW WERKEN GLORIEUX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Gendt kantoor houdend te 3000 Leuven Koning Leopold I-straat 32
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 17 september 2015, strekt tot de nietigverklaring van:
“- de beslissing van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid betreffende de toekenning van een planningsvergunning voor de oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische
VII-39.486-1/7
resonantie tomograaf wordt opgesteld, uitgebaat in associatie tussen de Sint-Jozefkliniek te Bornem-Willebroek en het Algemeen Ziekenhuis Heilige Familie te Rumst en waarbij het toestel opgesteld wordt in het Algemeen Ziekenhuis Heilige Familie te Rumst […];
- de beslissing van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid betreffende de toekenning van een planningsvergunning voor de oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld in het Algemeen Ziekenhuis Sint-Jozef te Malle) […];
- de beslissing van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid betreffende de toekenning van een planningsvergunning voor de oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld in het Sint-Franciskusziekenhuis te Heusden-Zolder […];
- de beslissing van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid betreffende de toekenning van een planningsvergunning voor de oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld in het Algemeen Ziekenhuis Zusters van Barmhartigheid te Ronse […];
- de beslissing van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid betreffende de toekenning van een planningsvergunning voor de oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld, uitgebaat in associatie tussen het Algemeen Ziekenhuis Delta te Roeselare, de Sint-Jozefskliniek te Izegem en het Sint-Andriesziekenhuis te Tielt en waarbij het toestel opgesteld wordt in het Sint-Andriesziekenhuis te Tielt […];
- de beslissing van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid betreffende de toekenning van een planningsvergunning voor de oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld, uitgebaat in associatie tussen het Algemeen Ziekenhuis Sint-Augustinus te Veurne en het Algemeen Ziekenhuis Sint-Rembert te Torhout en waarbij het toestel opgesteld wordt in het Algemeen Ziekenhuis Sint-Augustinus te Veurne […];
- de beslissing van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid betreffende de toekenning van een planningsvergunning voor de oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld, uitgebaat in associatie tussen het Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart te Leuven en het Algemeen Ziekenhuis Diest te Diest en waarbij het toestel opgesteld wordt in het Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart te Leuven […]”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
VII-39.486-2/7
De tussenkomende partijen hebben verzoekschriften tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 17 december 2015. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend.
Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partijen hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 januari 2017.
Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Antoon Lust, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Yasmine Vuylsteke, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Stefano Geebelen, die loco advocaat Tom De Gendt verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord.
Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
VII-39.486-3/7
III. Feiten en juridisch kader
Juridisch kader
3. Artikel 58, tweede lid, van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, strekt er toe dat de Koning erkenningsnormen voor medische diensten en medisch-technische diensten kan bepalen, en artikel 60 van dezelfde wet biedt de Koning de mogelijkheid om nadere regelen te bepalen inzake het maximumaantal van zulke diensten.
Overeenkomstig artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2006 houdende vaststelling van het maximum aantal diensten waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld, dat uitgebaat mag worden (hierna: programmatiebesluit), zoals gewijzigd door een koninklijk besluit van 25 april 2014 en van toepassing ten tijde van de bestreden beslissing, wordt het aantal erkende diensten op het grondgebied van het Vlaams Gewest bepaald op 55.
De toepasselijke erkenningscriteria zijn vervat in het koninklijk besluit van 25 oktober 2006 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld, moet voldoen om te worden erkend (hierna: erkenningsbesluit).
Artikel 6 van het erkenningsbesluit bepaalt dat diensten die vanaf 1 januari 2015 in de programmatie zoals bedoeld in artikel 1 van het programmatiebesluit opgenomen worden, worden erkend in ziekenhuizen waar op die datum nog geen magnetische resonantie tomograaf (hierna: NMR) is opgesteld.
De ziekenhuizen die een dienst willen laten erkennen waarin een dergelijk toestel staat opgesteld, dienen een planningsvergunning overeenkomstig een besluit van de Vlaamse regering van 18 februari 1997 te verkrijgen.
VII-39.486-4/7
Krachtens artikel 4 van het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio’s en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen kan de Vlaamse regering bijkomende programmatiecriteria en erkenningsnormen bepalen met betrekking tot programmatie.
Feitelijke gegevens
4. De verzoekende partij vraagt op 9 december 2014 aan het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid om een erkenning voor een NMR-toestel toe te kennen.
In een brief van 17 februari 2015 deelt de administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid aan de verzoekende partij mee dat vanaf 1 januari 2015 zeven diensten met één NMR-toestel bijkomend kunnen worden erkend. Het ziekenhuis van de verzoekende partij voldoet volgens dit schrijven niet aan het substitutieprincipe aangezien het reeds beschikt over een erkenning van een dienst medische beeldvorming met NMR. In de beslissing wordt aangegeven op basis van welke criteria de diensten worden verdeeld over zeven andere ziekenhuizen of ziekenhuisassociaties, en wordt vermeld dat de brief moet worden beschouwd “als een voornemen tot weigering van een planningsvergunning”.
Tegen dit voornemen dient de verzoekende partij een bezwaarschrift in.
De Vlaamse Adviescommissie voor voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (kandidaat-)pleegzorgers stelt in haar advies van 25 juni 2015 dat zij er niet voor opteert om de aanvragen dossier per dossier te behandelen “precies omdat de Adviescommissie geen mogelijkheden ziet om tussen veertien ziekenhuizen, die allen over een NMR-toestel zouden moeten beschikken, een selectie door te voeren”. Volgens de commissie is het enige
VII-39.486-5/7
wettelijke criterium dat voorhanden was bij het toewijzen van de erkenningen dat er nog geen NMR in het ziekenhuis mocht beschikbaar zijn. Er moeten volgens haar noodgedwongen bijkomende criteria worden uitgewerkt, maar zij is tevens van oordeel “dat de door het Agentschap gekozen bijkomende criteria niet altijd de finale doelstelling (goede toegankelijkheid voor iedereen, goede spreiding)
ondersteunen”. Zij is er ook van overtuigd “dat het onmogelijk is om criteria op te stellen die deze finale doelstelling ondersteunen”.
Op 24 juli 2015 weigert de administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid de planningsvergunning.
Met een e-mail van 8 september 2015 worden de bestreden beslissingen, waarbij aan de tussenkomende partijen een vergunning wordt toegekend, meegedeeld aan de verzoekende partij.
IV. Ontvankelijkheid
5. In arrest nr. 237.261 van 2 februari 2017 heeft de Raad van State geoordeeld dat de weigering voor de toekenning van een planningsvergunning aan de verzoekende partij die steunt op de toepassing van artikel 6 van het erkenningsbesluit gegrond is, aangezien de verzoekende partij reeds vóór 1 januari 2015 over een NMR beschikte.
Bijgevolg voldoet de verzoekende partij niet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de planningsvergunning en heeft zij geen belang bij het bestrijden van de toekenning van een dergelijke vergunning aan concurrerende ziekenhuizen.
Het beroep is onontvankelijk.
VII-39.486-6/7
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, verschuldigd aan de verwerende partij.
De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 750 euro, elk voor een vijfde.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee februari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-39.486-7/7
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.262