Court dismisses appeal for invalidating negative probation evaluation due to lack of legal interest.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's appeal to annul her negative probation evaluation as a head of youth expert. Although the evaluation criticized her leadership skills, the court found it was merely an assessment rather than a disciplinary sanction. Consequently, the court ruled that the applicant no longer possessed the requisite legal interest to pursue the annulment.
Regeste Legislator
Généré par l'IAWet van 1973 betreffende de Raad van State, titel VI, hoofdstuk II; The Council of State holds that an administrative appeal regarding a negative performance evaluation lacks legal standing if the applicant no longer holds the position in question and cannot demonstrate a concrete legal interest.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 237.243 van 31 januari 2017
in de zaak A. 209.169/X-16.008.
In zake : Joanne UVIN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de STAD SINT-NIKLAAS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 14 juni 2013, strekt tot de nietigverklaring van de ongunstige evaluatie van 16 april 2013 van Joanne Uvin in het kader van de proeftijd na haar bevordering tot hoofddeskundige Jeugd.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 224.913 van 1 oktober 2013 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
Verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
X-16.008-1/5
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag opgesteld.
Verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2016.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Elke Goossens, die loco advocaat Pascal Lahousse verschijnt voor verzoekster, en advocaat Bert Van Herreweghe, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoekster, contractueel deskundige Jeugd in dienst van de stad Sint-Niklaas, wordt met ingang van 1 juli 2012 bij wijze van bevordering op proef aangesteld als statutair hoofddeskundige Jeugd.
Zij wordt over de proeftijd van zes maanden, van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2012, ongunstig geëvalueerd op 16 april 2013. Haar
X-16.008-2/5
technische, persoonlijke, organisatiegerichte en klantgerichte kwaliteiten worden “zeer goed” tot “goed” beoordeeld, maar wat de leidinggevende kwaliteiten betreft is de conclusie dat zij haar rol als leidinggevende heeft onderschat en nog onvoldoende leidinggevende competenties heeft ontwikkeld.
Aangezien zij hierdoor niet in aanmerking komt voor een vaste aanstelling in de functie van hoofddeskundige Jeugd, wordt zij, in afwachting van de uitspraak over de procedure die zij bij de Raad van State instelde, ingezet bij de dienst Mobiliteit.
IV. Belang
Standpunt van de partijen
4. In de laatste memorie merkt de verwerende partij op dat verzoekster al sinds 1 augustus 2015 niet meer bij de stad werkt, zodat de inwilliging van het beroep haar op het eerste gezicht geen voordeel meer kan opleveren en de vraag rijst “welk belang zij nog heeft bij haar beroep”.
5. Ter terechtzitting brengt verzoekster in de eerste plaats een moreel belang ter sprake, om ten slotte te verklaren zich naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen.
Beoordeling
6. Het voorliggende beroep heeft als natuurlijke, of voor de hand liggende, doel dat verzoekster alsnog vast bevorderd wordt tot hoofddeskundige Jeugd.
Het is een doel waarvan verzoekster, die intussen bij een andere werkgever werkzaam is, zelfs niet beweert het nog na te streven.
X-16.008-3/5
7. In de plaats beroept zij zich louter op een moreel belang bij het beroep, zonder dit evenwel met concrete gegevens te staven.
Integendeel stelt de Raad van State vast dat de bestreden beslissing – die een evaluatie is en niet een tuchtmaatregel of anderszins gericht op enige bestraffing van tekortkomingen in het functioneren – allerminst speciaal afkeurend of krenkend is. Zo wordt verzoekster in de bestreden evaluatie zeer goed op de hoogte van de regelgeving inzake het jeugdbeleid genoemd en wordt zij geacht het werkveld vrij goed te kennen en “zeer resultaatsgericht” te werken.
Ook heet zij “gedreven in inzet en prestaties” te zijn, heel zelfstandig, gemotiveerd, geïnteresseerd in vorming, flexibel. Eveneens vermeld wordt onder meer dat zij vlot rapporteert, problemen signaleert, raad vraagt, de stad op een correcte wijze naar buiten vertegenwoordigt, klantgericht is, zich open en luisterbereid opstelt, klachten constructief opvangt en inspeelt op behoeften en verwachtingen.
Als de evaluatie finaal toch ongunstig blijkt, dan is dat, zoals de verwerende partij ter terechtzitting terecht benadrukt, alleen omdat zij tijdens de proefperiode van zes maanden onvoldoende haar geschiktheid op het stuk van leidinggeven heeft bewezen.
8. In de gegeven omstandigheden wordt niet aangenomen dat verzoekster nog over het rechtens vereiste actueel belang beschikt.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 350 euro.
X-16.008-4/5
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenendertig januari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.008-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.243