Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.240 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.240 Généré par l'IA

Court dismisses suspension request for vocational training module re-take due to lack of urgency.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.240
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of a decision declaring her failed in vocational training modules. The applicant argued that immediate re-takes were necessary to avoid irreparable harm to her future employment prospects and income. The court found no urgency because the applicant already held a secondary diploma and could retake the modules in February 2017 without disrupting her normal career path.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Code of Justice and Administrative Procedure; Suspension of enforcement requires proof of irreparable harm and urgency, which is absent when the applicant can simply retake failed modules at a later date without disrupting their normal career progression.

Mots-clés

Généré par l'IA
suspension of enforcement vocational training irreparable harm urgency requirement administrative procedure allocations de formation congé formation formation professionnelle initiale

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Code of Justice and Administrative Procedure
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 237.240 van 31 januari 2017

in de zaak A. 220.429/IX-8938

In zake: Eline DE RAEYMAECKER

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Maenhout kantoor houdend te 2600 Antwerpen (Berchem)

Filip Williotstraat 30/0102

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF STEDELIJK

ONDERWIJS ANTWERPEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A bus 10

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 4 oktober 2016, strekt tot de schor-

sing van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van de beroepscommissie in-

zake evaluatie van het autonoom gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen dd. 25 augustus 2016 […], waarbij de beroepscommissie de beslissing van de examencommissie van Encora bevestigde en het bezwaar van [Eline De Raey-

maecker] dienvolgende verwierp”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

IX-8938-1/7

Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 januari 2017.

Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-

bracht.

Advocaat Carmine Moonen, die loco advocaat Koenraad Maenhout verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend ad-

vies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Verzoekster schrijft zich tijdens het schooljaar 2015-2016 in voor de opleiding ‘logistiek assistent/zorgkundige’ in het centrum voor volwas-

senenonderwijs Encora te Antwerpen, waarvan de verwerende partij het bevoegde gezag is. Deze opleiding valt onder het secundair volwassenenonderwijs.

Deze opleiding neemt een aanvang op 1 februari 2016 om te eindigen op 30 juni 2016.

Verzoekster is niet geslaagd voor twee modules.

IX-8938-2/7

Op vraag van verzoekster komt de evaluatiecommissie op 28 juni 2016 opnieuw samen. Zij bevestigt “dat [verzoekster] de leerplandoelstel-

lingen en leerinhouden – desgevallend de basiscompetenties, zoals die zijn opge-

nomen in het opleidingsprofiel van de opleiding Logistiek assistent – van de mo-

dule ‘Logistieke vaardigheden’ en van de stagemodule ‘Logistiek assistent in het ziekenhuis’ niet behaald heeft”.

Hierop dient verzoekster een bezwaarschrift in bij de beroeps-

commissie.

Op 25 augustus 2016 bevestigt de beroepscommissie de beslis-

sing van de evaluatiecommissie en beslist zij dat verzoekster niet geslaagd is voor de opleiding ‘logistiek assistent’.

IV. Ontvankelijkheid van het beroep

4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver-

werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een on-

derzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.

V. Schorsingsvoorwaarden

5. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.

IX-8938-3/7

VI. Spoedeisendheid

Uiteenzetting

6. Wat de grondvoorwaarde van de spoedeisendheid betreft, voert verzoekster het volgende aan:

“14. De bestreden beslissing werd genomen 30 augustus 2016, verzonden aan verzoekster op 2 september 2016 en ontvangen op 5 september 2016.

De infosessies en intakegesprekken voor het eerste semester werden tijdens de maand mei afgenomen en de lessenrooster voor het eerste semester startte reeds op 1 september 2016, m.n. op een ogenblik dat verzoekster zelfs nog niet in het bezit was van de beslissing van verwerende partij.

Verzoekster heeft zich dan ook niet ingeschreven om de modules waarvoor zij niet geslaagd was verklaard te herdoen in huidig semester. Zelfs indien verzoekster zich zou hebben neergelegd bij de bestreden beslissing, was het voor haar onmogelijk om zich nog in te schrijven voor de vakken waarvoor zij niet geslaagd was verklaard, gezien deze beslissing pas werd ontvangen nà de start van het nieuwe semester, op een ogenblik dat er geen inschrij-

ving meer mogelijk was. Verzoekster vernam tevens dat de cursus reeds volzet was, zodat zelfs de vraag voor een nieuwe inschrijving in het huidige semester compleet onzinnig zou zijn geweest.

Verzoekster kan evenwel de modules waarvoor zij niet geslaagd werd verklaard nog opnieuw afleggen in februari 2017. Het is daarom absoluut noodzakelijk om zo spoedig mogelijk uitspraak te verkrijgen omtrent hui-

dig verzoek tot nietigverklaring en het aan verzoekster gedane onrecht zo spoedig mogelijk te beperken door de bestreden beslissing te schorsen, hetgeen een belangrijk incentive kan zijn voor verwerende partij om reeds een correcte beslissing te nemen zodat verzoekster reeds vroeger aan de slag op de arbeidsmarkt en zij zich niet opnieuw dient in te schrijven voor het semester in februari 2017.

Indien verzoekster echter de vernietigingsprocedure dient af te wachten, zal zij zich noodgedwongen terug moeten inschrijven voor de modules waar-

voor zij niet geslaagd werd verklaard, waarvoor de intake gesprekken reeds plaatsvinden op 22 en 23 november 2016. Verzoekster zou derhalve ge-

noodzaakt worden bijkomende kosten te maken, alsook bestaat het risico dat zij een belangrijk inkomensverlies lijdt indien achteraf in het kader van de vernietigingsprocedure zou blijken dat verzoekster wel geslaagd diende te worden verklaard.

Het tijdsverloop in afwachting van de behandeling van het verzoek tot nietigverklaring en het vorderen van het schooljaar zou er immers toe lei-

den dat verzoekster ofwel de opleiding niet meer […] kan starten indien zij beslist zich nog niet opnieuw in te schrijven in afwachting van de vernie-

tigingsprocedure, ofwel de opleiding onnodig nogmaals zou volgen.

IX-8938-4/7

De zaak is daarom te spoedeisend om een gewone behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring af te wachten.”

Beoordeling

7. De aangehaalde uiteenzetting kan volgens het auditoraat om de volgende in het auditoraatsverslag uitgeschreven redenen niet overtuigen om de spoedeisendheid aanwezig te achten:

“11. Wat verzoekster precies wil aantonen met haar uiteenzetting in de eerste alinea van randnummer 14 van haar verzoekschrift in het licht van de spoedeisendheid, is voor de auditeur-verslaggever volstrekt een raadsel.

Zij schetst op het eerste gezicht niet meer dan het feitenverloop na de be-

streden beslissing, namelijk dat zij zich niet opnieuw heeft ingeschreven voor de opleiding met het oog op het slagen voor de modules waarvoor zij geen voldoende behaalde. Dat mag dan wel een ‘uiteenzetting van de fei-

ten’ zijn, het is m.i. alleszins geen ‘uiteenzetting van de feiten (…) die (…)

de spoedeisendheid verantwoorden’.

12. Vervolgens betoogt verzoekster dat het ‘absoluut noodzakelijk’ is om ‘zo spoedig mogelijk uitspraak te verkrijgen’ omdat zij dan ‘de modules waarvoor zij niet geslaagd werd verklaard nog opnieuw kan afleggen in februari 2017’.

Hier dient dan weer te worden opgemerkt dat niet valt in te zien wat ver-

zoekster zou verhinderen om zonder een uitspraak over haar vordering tot schorsing de modules waarvoor zij niet slaagde te hernemen.

Ook dat argument is dus niet van aard de spoedeisendheid van de vordering te verantwoorden.

13. Verzoekster doet voorts gelden dat zij ‘vroeger aan de slag (wil) op de arbeidsmarkt’.

Uit stuk nr. 3 van het administratief dossier blijkt dat verzoekster reeds sinds juni 2013 in het bezit is van een diploma secundair onderwijs ‘Toerisme’ (TSO). Wat haar in die omstandigheden toch verhindert om actief te zijn op de arbeidsmarkt, verduidelijkt verzoekster niet.

Verzoekster bevindt zich aldus prima facie niet in een situatie waarin leer-

lingen van het secundair onderwijs zich geplaatst weten als zij geconfron-

teerd worden met een oriënteringsattest B of C. Voor die leerlingen houdt een B- of C-attest de verstoring in van het normale verloop van de schoolloopbaan, het verhindert hen om op het verwachte tijdstip het – eerste – gewenste diploma te behalen.

Verzoekster beschikt al over een diploma secundair onderwijs, waarvan zij alvast niet aantoont dat het onmogelijk toegang geeft tot tewerkstelling.

Ook dit argument overtuigt m.i. dus niet.

14. Nog daargelaten dat een financieel nadeel in beginsel herstelbaar is – en dus geen onherroepelijke schade oplevert, tenzij de verzoekende partij met precieze en concrete gegevens van het tegendeel doet blijken – , kan in het

IX-8938-5/7

licht van het voorgaande de boute bewering dat verzoekster ‘belangrijk inkomensverlies’ zou lijden evenmin de spoedeisendheid van de vordering rechtvaardigen.

Hetzelfde geldt voor de ‘bijkomende kosten’ die verzoekster beweert te moeten maken om enkele modules over te doen. Ook die becijfert ver-

zoekster niet en zij toont evenmin aan dat die kosten een zodanige omvang zullen aannemen dat er sprake kan zijn van ‘onherroepelijke schadelijke gevolgen’.

15. Ten overvloede kan erop worden gewezen dat verzoekster niet ver-

duidelijkt – en het kan ook niet spontaan worden ingezien – waarom het hernemen van de modules waarvoor verzoekster niet geslaagd was, te be-

schouwen zou zijn als een ‘onherroepelijk schadelijk gevolg’ van de ten-

uitvoerlegging van de bestreden beslissing.”

8. Op de terechtzitting onderneemt verzoeksters raadsvrouw geen poging om de Raad ervan te overtuigen anders tegen de zaak aan te zien en bepaalt zij zich tot een verwijzing naar de schriftelijke procedure.

9. De Raad ziet ook spontaan geen reden om het anders te zien en besluit, de redenering van het auditoraat bijvallend, dat de spoedeisendheid niet is aangetoond. Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de schorsings-

voorwaarden.

BESLISSING

De Raad van State verwerpt de vordering.

IX-8938-6/7

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 31 januari 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.

De griffier De voorzitter

Vera Wauters Geert Van Haegendoren

IX-8938-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.240