Cassation appeal dismissed for lack of interest due to failure to submit counter-memorandum within statutory deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Cassation rejected the cassation appeal lodged against a university's study continuation decision. The appellant failed to submit a counter-memorandum within the thirty-day deadline prescribed by the relevant procedural rules. Consequently, the court found that the appellant lacked the necessary legal interest to pursue the appeal, as the procedural defect precluded further examination of the merits.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, second paragraph; Article 15, paragraph 1 of the Royal Decree of 30 November 2006: The requirement of interest is deemed absent if the appellant fails to submit a counter-memorandum within the prescribed time limit, resulting in the dismissal of the cassation appeal.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 237.239 van 31 januari 2017
in de zaak A. 219.474/IX-8879
In zake : de VRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Alain François en Erika Leenknecht kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
Sofie MOORTHAMERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Fernand Keuleneer kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het cassatieberoep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 10 juni 2016, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. 2929 van 11 mei 2016 van de Raad voor betwistingen inzake Studievoortgangsbeslissingen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij beschikking nr. 12.024 van 21 juni 2016 wordt het cassatie-
beroep toelaatbaar verklaard.
De memorie van antwoord werd op 30 september 2016 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
IX-8879-1/4
De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
De mogelijkheid om te worden gehoord werd op respectievelijk 24 november 2016 en 22 november 2016 aan de verzoekende partij en de verwerende partij ter kennis gebracht.
De hoofdgriffier heeft aan de partijen de mededeling ter kennis gebracht bedoeld in artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 januari 2017.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Kristof Caluwaert, die tevens loco advocaat Alain François verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Fernand Keuleneer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van voormeld artikel 21, tweede lid, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de IX-8879-2/4
termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
Op grond van artikel 15, § 1 van voornoemd koninklijk besluit, doet de kamer uitspraak onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord.
Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State.
De verzoekende partij heeft buiten de termijn van dertig dagen, bepaald in artikel 14 van voormeld koninklijk besluit, een memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd.
4. De verzoekende partij heeft ter terechtzitting geen argumenten aangevoerd die het niet indienen van een memorie van wederantwoord binnen de voorgeschreven termijn rechtvaardigen.
5. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.
IX-8879-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 31 januari 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter,
bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8879-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.239