Belgian court dismisses appeal for not exhausting administrative appeal before seeking annulment.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the applicant's appeal for failing to exhaust the mandatory administrative appeal procedure required by secondary education law. The applicant directly sought annulment of an orientation certificate without first requesting a meeting with school administration or filing a complaint with the appeals committee. The court ruled that only final decisions after this internal review process are subject to judicial annulment, rendering the direct appeal inadmissible.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 123/15 and 123/17 of the Secondary Education Code; The administrative appeal procedure against evaluation decisions is mandatory and has devolutive effect, meaning only the final decision by the appeals committee is subject to annulment by the Council of State.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 237.238 van 31 januari 2017
in de zaak A. 220.608/IX-8956
In zake : Yousra ESSAROUKH
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Dhertoge kantoor houdend te 9320 Erembodegem Ninovesteenweg 118
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Brussel
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 28 oktober 2016, strekt tot de nietig-
verklaring van de beslissing van de delibererende klassenraad van het vijfde jaar moderne talen-wetenschappen van het Atheneum Anderlecht van 31 augustus 2016, waarbij aan Yousra Essaroukh een oriënteringsattest C wordt toegekend.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 januari 2017.
IX-8956-1/5
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Jan Fransen, die loco advocaat Marc Stommels, ver-
schijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoekster is tijdens het schooljaar 2015-2016 leerling in het eerste jaar van de derde graad moderne talen-wetenschappen in het Atheneum te Anderlecht, onderwijsinstelling die ressorteert onder het gezag van de verwerende partij.
Op 31 augustus 2016 kent de delibererende klassenraad aan verzoekster een oriënteringsattest C toe. In de kennisgeving van die beslissing worden de beroepsmogelijkheden als volgt toegelicht:
“Indien U het niet eens bent met deze beslissing kunt u vanaf de eerste dag na ontvangst van het rapport binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, een persoonlijk onderhoud aanvragen met de directeur of zijn afgevaardigde om uw bezwaren kenbaar te maken.”
IV. Toepassing kortedebattenprocedure
4. Alleen in laatste aanleg genomen beslissingen komen in aan-
merking voor nietigverklaring door de Raad van State. Dit betekent dat wanneer
IX-8956-2/5
tegen een beslissing een georganiseerd administratief beroep openstaat, dat beroep eerst moet worden uitgeput en dat de beslissing over dat beroep de aanvankelijke beslissing vervangt; die aanvankelijke beslissing verdwijnt daarmee uit de rechtsorde. Het is dan ook alleen tegen de eindbeslissing – de beslissing na beroep – dat een verzoekende partij kan opkomen bij de Raad van State.
5. Met artikel 123/15 en volgende van de Codex Secundair On-
derwijs, ingevoegd bij decreet van 4 april 2014 ‘houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school’ en hernummerd bij decreet van 17 juni 2016
‘betreffende het onderwijs XXVI’, heeft de decreetgever voor het gewoon se-
cundair onderwijs een administratief beroep georganiseerd tegen evaluatiebeslis-
singen van de delibererende klassenraad teneinde deze door een beroepscommissie aan een nieuw onderzoek te doen onderwerpen.
Artikel 123/15, § 1, tweede lid, van de Codex Secundair On-
derwijs preciseert dat deze verhaalmogelijkheid slechts openstaat na een overleg zoals vermeld in artikel 115/6, § 4, van de Codex, zijnde een overleg tussen de directeur of zijn afgevaardigde en de betrokken personen.
De zogenaamde devolutieve werking van dit door de decreet-
gever georganiseerd administratief beroep bij een overeenkomstig artikel 123/17, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs samengestelde beroepscommissie met hervormingsbevoegdheid heeft tot gevolg dat de beroepen beslissing uit het rechtsverkeer verdwijnt en dat een nieuwe beslissing in de plaats ervan komt, op grond van een autonome, eigen beoordeling van de zaak door het beroepsorgaan.
De beslissing waarmee de desbetreffende procedure wordt af-
gesloten, is de eindbeslissing, vatbaar voor beroep voor de Raad van State.
Uit artikel 123/15, § 3, van de Codex blijkt dat het beroep wordt behandeld door de voormelde beroepscommissie die, na alleszins de betrokken
IX-8956-3/5
personen en de leerling in kwestie en in voorkomend geval leden van de klassen-
raad te hebben gehoord, kan beslissen tot (1) de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid, dan wel, nadat de beroepscommissie al dan niet aan de leerling bijkomende proeven of opdrachten heeft opgelegd, (2) de bevestiging van het oorspronkelijk evaluatieresultaat of (3) de vervanging door een ander evaluatieresultaat.
Het is tegen één van die drie potentiële eindbeslissingen, al naargelang het geval, dat een leerling beroep kan instellen bij de Raad van State.
6. Om het georganiseerd administratief beroep uit te putten, moest verzoekster aldus eerst het in de kennisgeving van de bestreden beslissing ver-
melde overleg met de directie aanvragen. Indien dit overleg niet het gewenste resultaat had opgeleverd, moest zij vervolgens middels een bij het schoolbestuur ingediend verzoekschrift de beroepscommissie vatten.
Uit niets blijkt dat verzoekster het voormelde overleg met de directie heeft aangevraagd of nadien een beroep bij het schoolbestuur heeft inge-
diend. Verzoekster heeft zich daarentegen rechtstreeks tot de Raad van State ge-
wend, zonder het georganiseerd administratief beroep uit te putten.
7. Dit noopt tot het besluit dat het voorliggende beroep niet is gericht tegen een in laatste aanleg genomen beslissing en onontvankelijk is. Het auditoraat heeft terecht de afhandeling van de zaak met de kortedebattenprocedure voorgesteld.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2 De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie-
tigverklaring, begroot op 200 euro.
IX-8956-4/5
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 31 januari 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8956-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.238