Belgian court dismisses university professor's suspension appeal due to lack of urgency and failure to explain delay.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the university professor's request to suspend the enforcement of his temporary suspension and building access ban. The court found that the applicant failed to provide the required factual explanation for the alleged urgency of his case. Consequently, the court ruled that the suspension conditions were not met, leading to the dismissal of the appeal.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17 § 1 and 17 § 2 of the Coordinated Laws on the Council of State; A suspension of enforcement requires both urgency and a prima facie serious ground, which is impossible to establish without a factual explanation of why the case cannot follow its normal course.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 237.237 van 31 januari 2017
in de zaak A. 220.581/IX-8949
In zake: Jürgen PIETERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim De Brock kantoor houdend te 9000 Gent Pekelharing 4
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de UNIVERSITEIT GENT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Michelle Decruy kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 24 oktober 2016, strekt tot de schor-
sing van de tenuitvoerlegging van:
“de beslissing van de Rector van de Universiteit Gent dd. 22 augustus 2016, […] waarbij de Rector van de Universiteit Gent beslist om [Jürgen Pieters] met onmiddellijke ingang tijdelijk te ontheven van zijn lesop-
drachten, inclusief de begeleiding van (doctoraats)studenten, en waarbij aan [Jürgen Pieters] voorlopig de toegang tot de gebouwen van de Uni-
versiteit Gent wordt ontzegd, meer dat de Rector van de Universiteit Gent een contactverbod oplegt met alle studenten en medewerkers van de Uni-
versiteit Gent.”
IX-8949-1/5
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 januari 2017.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Carmine Moonen, die loco advocaat Wim De Brock verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Michelle Decruy, die tevens loco advocaat Sofie Logie verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoeker is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent.
Op 22 augustus 2016 treft de rector van de universiteit de met de huidige vordering bestreden ordemaatregel, die aan verzoeker bij aangetekend schrijven van 23 augustus 2016 ter kennis wordt gebracht.
IX-8949-2/5
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
4. Na de sluiting van het debat in deze zaak neemt de Raad van State kennis van een schrijven van verzoekers raadsman, met het verzoek “de zaak te willen uitstellen”. Reden hiervoor is, dat de confrater die voormelde raadsman zou vervangen zich ziek zou hebben gemeld op een ogenblik waarop het voor de raadsman “onmogelijk was de nodige schikkingen te treffen om tijdig zelf naar de zitting in Brussel te komen”.
5. Vastgesteld zij dat verzoeker op de terechtzitting door een advocaat was vertegenwoordigd die verklaarde loco verzoekers raadsman op te treden en die niet heeft gevraagd om de zitting uit te stellen, maar integendeel zich ertoe heeft bepaald om naar de schriftelijke procedure te verwijzen. De behande-
ling van de zaak ter terechtzitting heeft aldus ten aanzien van verzoeker haar re-
gelmatige verloop gekend. Uit niets blijkt dat verzoeker bij die gelegenheid niet ten volle zijn standpunt zou hebben kunnen laten gelden.
Die vaststelling volstaat om een heropening van het debat af te wijzen.
V. Schorsingsvoorwaarden
6. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
IX-8949-3/5
VI. Spoedeisendheid
7. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoor-
den die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december 1991.
8. Zoals de verwerende partij in haar nota met opmerkingen gevat opmerkt, “bewaart [verzoeker] het stilzwijgen omtrent de spoedeisendheid van zijn vordering”.
9. Ook de Raad van State heeft in het verzoekschrift nergens de vereiste uiteenzetting mogen lezen die moet aantonen waarom de zaak volgens verzoeker haar gewone beloop niet mag krijgen en waarom hij een uitspraak ten gronde niet kan afwachten.
10. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
IX-8949-4/5
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 31 januari 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8949-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.237