Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.235 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.235 Généré par l'IA

Belgian Council of State dismisses appeal for non-observance of 60-day reply deadline under administrative procedure rules.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.235
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Belgian Council of State rejected the applicant's appeal for annulment of a disciplinary sanction due to a procedural failure. The applicant failed to submit a counter-memoir within the mandatory sixty-day period after receiving the defense memo. Consequently, the court found the applicant lacked standing to pursue the annulment request.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 21, second paragraph of the Council of State Rules; Article 14bis, paragraph 1 of the Regent's Decision of 23 August 1948: Failure to submit a counter-memoir within the prescribed sixty-day period results in the loss of standing to pursue the annulment of the contested decision.

Mots-clés

Généré par l'IA
procedural standing counter-memoir deadline administrative procedure loss of interest Council of State Rules sanction disciplinaire mesures de substitution à la détention détention pour insoumission

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, second paragraph of the Council of State Rules
Article 14bis, paragraph 1 of the Regent's Decision of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 237.235 van 31 januari 2017

in de zaak A. 219.581/XIV-37.097

In zake: Olaf PHILIPPAERTS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nadia Lorenzetti kantoor houdend te 8000 Brugge Langestraat 87

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 25 juni 2016, strekt tot de nietigver-

klaring van “de beslissing van de Directeur van de Strafinrichting te Brugge […]

van 21.06.2016 waarbij verzoeker de volgende tuchtsanctie werd opgelegd: 1 week ATV met inbegrip van de voorlopige maatregel van 19/06/2016 om 17:45 uur tot en met 26/06/2016 om 17:45 uur.”

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 235.303 van 30 juni 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.

Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

XIV-37.097-1/3

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 3 oktober 2016.

Op 28 december 2016 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.

Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.

Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.

XIV-37.097-2/3

4. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 400 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenendertig januari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Geert Debersaques

XIV-37.097-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.235