Belgian Council of State dismisses annulment appeal as applicant lacks standing due to age 18.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Belgian Council of State rejected the applicant's annulment appeal regarding the termination of his wardship status. The applicant, who claimed to be under 18, was found to have turned 18 by the time of the hearing, rendering the wardship regulation inapplicable. Consequently, the court ruled that the applicant no longer possessed a concrete interest in overturning the decision, leading to the dismissal of the proceedings.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 19 and 5 of Title XIII, Chapter 6 of the 2002 Program Law; standing for annulment requires a concrete interest, which is lost when the applicant reaches the age threshold defining the applicable legal regime.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
XIVe KAMER
nr. 237.216 van 31 januari 2017
in de zaak A. 215.257/XIV-36.288
In zake : Kamran Khan MAMON
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nele Van der Linden kantoor houdend te 1050 Brussel Waversesteenweg 214
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Verbouwe kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep tot nietigverklaring, ingesteld op 11 maart 2015, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 24 februari 2015 waarbij wordt vastgesteld dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002”, waardoor zijn plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege vervalt op de datum van de kennisgeving van de bestreden beslissing.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
XIV-36.288-1/5
Auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld.
Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 november 2016.
Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Nele Van der Linden, die verschijnt voor verzoeker, is gehoord.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoeker komt naar eigen zeggen op 8 februari 2015 België binnen en vraagt op 9 februari 2015 asiel aan. Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 30 juni 1998. Eveneens op 9 februari 2015
wordt verzoeker onder de hoede geplaatst van de dienst Voogdij. De dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over verzoekers leeftijd.
In het Universitair Ziekenhuis te Antwerpen ondergaat verzoeker op 12 februari 2015 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar.
XIV-36.288-2/5
Op 24 februari 2015 beslist de dienst Voogdij dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002. Bijgevolg vervalt de plaatsing onder de hoede [van] de dienst Voogdij van Mijnheer Kamran Khan MAMON van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing.” Dit is de bestreden beslissing.
IV. Ambtshalve onderzoek van verzoekers belang bij het beroep
4. Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang.
Een verzoeker beschikt over het vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: hij dient door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden en de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling moet hem een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook.
Het belang waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en hij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar verzoeker moet minstens aannemelijk maken dat de vernietiging hem een concreet voordeel oplevert.
Het staat aan de Raad van State, desnoods ambtshalve, te oordelen of een verzoeker die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij zijn beroep. De Raad van State dient er evenwel over te waken dat de belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt B.4.3).
XIV-36.288-3/5
Wanneer er twijfel rijst omtrent het belang van een verzoeker, komt het die verzoeker toe aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen die kunnen aantonen dat hij in de concrete omstandigheden van de zaak een belang bij de nietigverklaring heeft.
5. Uit de bestreden beslissing blijkt dat verzoeker bij het indienen van zijn asielaanvraag heeft verklaard dat hij op 30 juni 1998 is geboren.
Verzoeker vermeldt ook in het verzoekschrift tot nietigverklaring en in zijn memories dat hij op 30 juni 1998 is geboren.
Ter terechtzitting is erop gewezen dat verzoeker, uitgaande van de door hemzelf opgegeven geboortedatum, inmiddels de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en is de vraag naar verzoekers actueel belang bij het beroep tot nietigverklaring gesteld. Verzoekers raadsman heeft hierop verklaard zich “naar de wijsheid” van de Raad van State te gedragen en hij heeft geen nadere toelichting gegeven over een mogelijk behoud van het belang.
Volgens artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002, is de voogdijregeling over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen van toepassing op elke persoon “van minder dan 18 jaar oud”. Het niet bereikt hebben van de leeftijd van 18 jaar is bijgevolg beslissend om onder de toepassing van de wetgeving op de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen te vallen en om dus onder de hoede van de dienst Voogdij of van een voogd te worden geplaatst. Hierboven is vastgesteld dat verzoeker thans ouder dan 18 jaar is. Na een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing zal verzoeker derhalve geen aanspraak kunnen maken op het voogdijschap en bijgevolg evenmin op de voordelen verbonden aan het statuut van niet-begeleide minderjarige vreemdeling. Verzoeker beschikt niet langer over het vereiste rechtstreeks en actueel belang, zodat het beroep tot nietigverklaring niet-ontvankelijk is.
XIV-36.288-4/5
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver-
klaring, begroot op 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenendertig januari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Geert Debersaques
XIV-36.288-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.216