Cassation appeal dismissed because the court cannot review two non-connected administrative rulings filed under one request.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the cassation appeal filed by Geert Van den Berghe against two separate rulings of the Administrative Tribunal. Van den Berghe attempted to challenge both decisions simultaneously using a single procedural request, arguing for a unified review. The court held that since the Administrative Tribunal had correctly determined the cases were not connected, the cassation judge cannot re-examine this factual assessment and must declare the appeal inadmissible.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 16 of the Cassation Procedure Decree; Article 18, § 1 of the Cassation Procedure Decree: A cassation appeal challenging multiple non-connected decisions filed under a single request is inadmissible because the cassation court cannot re-evaluate the lower court's finding that the cases lack necessary connection.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VIIe KAMER
nr. 237.175 van 26 januari 2017
in de zaak A. 218.585/VII-39.770.
In zake : Geert VAN DEN BERGHE
wonende te 9450 Denderhoutem Daal 26
alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Eric Van Hauwermeiren
tegen :
de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN
OOST-VLAANDEREN
Tussenkomende partijen :
1. de BVBA ZAKENKANTOOR DE BLANDER ROGER
2. de BVBA BOUWONDERNEMING REMI KIEKENS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Laurent Proot kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 29 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van het arrest - van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb)
nr. RvVb/A/1516/0500 van 26 januari 2016 in de zaak 1213/0681/SA/2/0648;
- van de RvVb nr. RvVb/A/1516/0504 van 26 januari 2016 in de zaak 1314/0527/SA/2/0525.
VII-39.770-1/5
II. Verloop van de rechtspleging
2. Een beschikking van 15 maart 2016 verklaart het cassatieberoep toelaatbaar.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
De tussenkomende partijen hebben verzoekschriften tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 10 juni 2016. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend.
Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State (hierna: cassatieprocedurebesluit).
Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend teneinde te worden gehoord.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 januari 2017.
Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Eric Van Hauwermeiren, die verschijnt voor verzoeker, juriste Kaat Van Keymeulen, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Sofie Rodts, die loco advocaat Laurent Proot verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord.
Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
VII-39.770-2/5
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Met een besluit van 30 mei 2013 verleent de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen (hierna: deputatie) aan de BVBA Roger De Blander een voorwaardelijke verkavelingswijzigingsvergunning “strekkende tot het herverkavelen van één kavel voor een meergezinswoning en twee kavels voor ééngezinswoningen”.
3.2. Het eerste bestreden arrest verklaart het beroep van Van den Berghe tot vernietiging van de vergunningsbeslissing van 30 mei 2013
ongegrond.
3.3. Met een besluit van 13 maart 2014 verleent de deputatie een stedenbouwkundige vergunning aan de BVBA Bouwondernemingen Remi Kiekens “voor het slopen van bestaande bebouwing en het bouwen van een meergezinswoning en twee eengezinswoningen”.
3.4. Het tweede bestreden arrest verklaart het beroep van Van den Berghe tot vernietiging van de vergunningsbeslissing van 13 maart 2014
ongegrond.
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
4. Van den Berghe heeft een procedurestuk ingediend waarin hij om de voortzetting van de procedure verzoekt en een repliek geeft op de beoordeling in het auditoraatsverslag. Het cassatieprocedurebesluit voorziet na de kennisgeving van het auditoraatsverslag niet in de mogelijkheid om een laatste
VII-39.770-3/5
memorie neer te leggen. Wanneer de auditeur concludeert tot de verwerping van het cassatieberoep moet verzoeker luidens artikel 18, § 1, van het cassatieprocedurebesluit, op straffe van de toewijzing van de afstand van geding, “vragen dat de procedure wordt voortgezet teneinde te worden gehoord”. Het auditoraatsverslag concludeert tot de verwerping van het beroep van Van den Berghe. Het voormelde procedurestuk wordt alleen als procedurestuk in aanmerking genomen in zoverre wordt gevraagd de procedure voort te zetten en gehoord te worden.
V. Onderzoek van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
5. Van den Berghe stelt met één enkel verzoekschrift een cassatieberoep in tegen twee onderscheiden arresten van de RvVb.
De RvVb heeft de twee zaken niet samengevoegd en derhalve zeker en noodzakelijk geoordeeld dat zij niet samenhangend zijn.
Dit is een onaantastbare feitelijke beoordeling die door de Raad van State als cassatierechter niet opnieuw in vraag kan worden gesteld, hoewel Van den Berghe hem daartoe uitnodigt door één enkel verzoekschrift in te dienen.
Bijgevolg dient de Raad van State ambtshalve vast te stellen dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is. Het verzoek ter terechtzitting om beide met één verzoekschrift ingeleide zaken thans te splitsen in twee afzonderlijke zaken, doet niets af aan deze vaststelling.
VII-39.770-4/5
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op 200 euro.
De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 300 euro, elk voor de helft.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig januari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Eric Brewaeys
VII-39.770-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.175