Court dismisses urgent execution suspension request due to lack of specific urgency evidence in animal welfare case.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicants' request to suspend the enforcement of a decision transferring six dogs to a shelter. The applicants argued that the dogs were lost and that immediate transfer would cause irreparable harm, but failed to provide concrete facts proving urgency. The court ruled that general references to the severity of the violation or the length of annulment proceedings do not satisfy the statutory requirement for demonstrating specific urgency.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 1 and § 2 of the Council of State Act; Urgency in suspension requests requires concrete factual evidence of irreparable harm, not general assertions of violation severity or procedural duration.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 237.168 van 26 januari 2017
in de zaak A. 220.476/VII-39.813.
In zake : 1. Raf FEYTONS
2. Kelly HOUBEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bjorn Reynders kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 83
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 13 oktober 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de inspecteur-dierenarts van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse Overheid van 22 augustus 2016 genomen in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnswet) tot toekenning in volle eigendom aan het Noodasiel Lommel van volgende honden:
- 967000001049866 - Hinto;
- 900032001249992 - Bleu;
- 967000009635549 - Nita;
- 967000009752580 - Flo;
VII-39.813-1/10
- 967000009415510 - Tala;
- 528140000438954 - Balta.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 januari 2017.
Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Bjorn Reynders, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Maxime Lecomte, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Nadat in de periode tussen 19 november 2012 en 9 mei 2016
meerdere processen-verbaal ten laste van de verzoekende partijen werden opgemaakt wegens inbreuken op de dierenwelzijnswet, werd op 2 augustus 2016
een proces-verbaal van “vaststelling overtreding” opgemaakt met betrekking tot de controle die op 25 juli 2016 plaatsvond:
VII-39.813-2/10
“ Er lopen twee pony’s op de weide:
- Vos […] wondjes op de neusrug - Zwart niet gechipt. Indien dit dezelfde pony is die bij de controle op 28/4
mager werd aangetroffen: de conditie is duidelijk verbeterd Er staat vooral onkruid op de weide, waarbij zeer veel jacobskruid. Er is geen hooi aanwezig op de weide.
[…]
Op het terrein is nog steeds veel afval aanwezig. In de schuilstal ligt er toiletpapier. Er hangt een rolletje toiletpapier tegen de wand. Ook in de schuilstal is er geen hooi aanwezig. De stal is niet afgesloten. We betreden de stal.
- Meteen links bevinden zich 6 honden in een box. Deze honden hebben toegang tot het buitenloop. Ze hebben geen water ter beschikking: de zwarte bak buiten is leeg, in de blauwe schelp zit enkel een bodempje met modderig bezinksel.
Aanwezige honden 1. 981100002924035 - Maska: te mager 2. 967000001049866 - Hinto: te mager 3. 900032001249992 - Bleu;
4. 967000009635549 - Nita: te mager 5. 967000009752580 - Flo;
6. 967000009415510 - Tala: zeer slank Tegen de ligplank aan liggen losse haren en pluimen.
- In de middengang van de stal zitten twee husky’s:
7. 947000000413982 Ice 8. 528140000438954 Ghost: veel dode haren in de vacht Deze honden hebben geen toegang tot een buitenloop maar kunnen via een kleine betraliede opening naar buiten kijken. Ook deze honden beschikken niet over water. Er liggen meerdere uitwerpselen in dit staldeel. In een hoek ligt afval (oa. Plastic).
- Box zonder buitenloop:
9. 056098100311002 Sloeber Deze stal is smerig: er ligt plastic- en papierafval, er liggen vuile doeken en talrijke uitwerpselen. Deze stal werd duidelijk al lang niet meer gereinigd. Dit is ook een stal waar bij de controle op 9/5/2016 een beetje hooi was opgeslagen.
Er ligt op dit moment geen hooi.
We bieden de honden water aan, ze komen gulzig drinken.
In een box rechts in de stal treffen we voeding aan:
- een zak oud brood, - een aangebroken zak basismengeling voor paarden, - een aangebroken zak AVEVE hondendiner. Er staan 9 eetbakken voor honden gevuld met deze voeding klaar.
Wanneer we de honden uit de boxen laten om de verschillende chipnummers af te lezen storten verschillende honden zich op het voer.
Op 9 mei werd reeds vastgesteld dat Maska, Ice en Hinto te mager waren.
Dierenarts Van Dijck heeft deze honden op 10/5/2016 onderzocht en Versele Laga Opti Life voeding voorgeschreven om de voedingstoestand van de honden
VII-39.813-3/10
te verbeteren. Van deze voeding treffen we enkel twee lege zakken aan. Het voedingsadvies van de dierenarts wordt dus niet meer gevolgd ondanks het feit dat de voedingstoestand van verschillende honden (nog) niet goed is: Maska, Hinto en Nita zijn te mager, Tala is zeer slank”.
Het proces-verbaal vermeldt volgende overtredingen:
“- Opgelegde maatregelen niet navolgen.
Dit is strafbaar gesteld bij art. 36-4° van de wet van 14/8/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.
- Acht honden beschikken niet over water.
- Honden houden in onhygiënische omstandigheden, tussen afval en uitwerpselen.
-De honden worden niet volgens hun behoefte gevoerd, met magere dieren tot gevolg. Er werd geen dierenarts geraadpleegd ondanks het feit dat de voedingstoestand van verschillende honden niet verbeterde.
Dit zijn overtredingen van art. 4, §1 van de wet van 14/8/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren”.
3.2. Op 2 augustus 2016 wordt een beslissing tot beslagname genomen.
De verzoekende partijen doen afstand van drie honden.
3.3. Op 11 augustus 2016 worden de verzoekende partijen opnieuw verhoord door de lokale politie Noordoost Limburg.
3.4. Op 22 augustus 2016 beslist de verwerende partij om de honden in toepassing van artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet definitief in volle eigendom te geven aan het Noodasiel Lommel, dat daarmee instemt.
Dit is de bestreden beslissing die als volgt werd gemotiveerd:
“De tweeëntwintigste augustus 2016, om 10:00 uur.
Wij, Dr. Lamberechts Ann, inspecteur - dierenarts bij de Inspectie Dierenwelzijn van het Vlaamse Gewest, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, woonst verkiezend te Koningin Maria Hendrikaplein 70, bus 77
- 9000 Gent en handelend krachtens de bevoegdheid ons verleend bij de Wet
VII-39.813-4/10
van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren beteken hierbij de genomen beslissing in toepassing van artikel 42 §2 van de wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.
BETROKKENE
Naam: Feytons Voornaam: Raf Geen gekend adres Naam: Houben Voornaam: Kelly Geen gekend postadres; verblijvend weide Hansweg links van nummer 55
in 3960 Bree HISTORIEK
PV G-16-2578/DWZ/KRH.
Uit dit PV blijkt dat op 25/7/2016 volgende 9 honden administratief in beslag zijn genomen in toepassing van art. 42, §1 van de Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren:
1. 981100002924035
2. 967000001049866
3. 900032001249992
4. 967000009635549
5. 967000009752580
6. 967000009415510
7. 947000000413982
8. 528140000438954
9. 056098100311002
De dieren zijn, in afwachting van de beslissing van mijn dienst, ondergebracht in een erkend dierenasiel.
Uit dit PV blijkt eveneens dat op 25/7/2016 twee pony’s ter plaatse administratief in beslag werden genomen:
- Pony zonder chip - 981020007043422
De dieren mogen enkel verplaatst worden indien de nieuwe locatie aan onze dienst wordt meegedeeld.
BESTEMMING
Voor de honden Sloeber, Maska en Ice:
De dieren worden, in toepassing van artikel 42 §2 van hierboven vermelde Wet, op bevel van de Dienst Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom gegeven aan het Noodasiel Lommel, dat daarmee instemt.
Voor de overige 6 honden:
De dieren worden, in toepassing van artikel 42 §2 van hierboven vermelde Wet, op bevel van de Dienst Dierenwelzijn, definitief in volle, eigendom gegeven aan het Noodasiel Lommel, dat daarmee instemt, MOTIVATIE VAN DE BESLISSING
Voor de honden Sloeber, Maska en Ice:
Gelet op de telefonische verklaring van mevr. Houben Kelly en gelet op de mails van mevr. Houben Kelly en dhr. Feytons Raf, waarin zij afstand doen van deze honden (bijlage PV G-16- 2578/DWZ/KRH), Voor de overige 6 honden:
VII-39.813-5/10
Gelet op de historiek vermeld in PV G-16-2578/DWZ/KRH, Gelet op het feit dat de Lokale politie Midlim al op 20/4/2016 drie honden van betrokkene Feytons Raf in beslag heeft genomen in de Rotenstraat 11 te Genk omwille van volgende vaststellingen (PV TG.63.L6.006346/2016):
- De honden zitten tussen vuil, afval en uitwerpselen, - Er is onvoldoende voedsel en drinken aanwezig, - De verluchting in het pand is ondermaats, er hangt een penetrante ammoniakgeur.
Gelet op het feit dat naar aanleiding van de inbeslagname te Genk eerder al verschillende controles werden uitgevoerd op het adres Hansweg links van nummer 55 te Bree - namelijk op 28/4/16, 3/5/16, 9/5/16 - om de verzorging en huisvesting van de overige honden na te gaan, en dat bij deze controles oa. werd vastgesteld - dat verschillende honden te mager zijn - dat verschillende honden een onverzorgde vacht hebben - dat er op 9/5/16 (een aangekondigde controle) geen voer is voor de honden Gelet op het feit dat de op 20/04/2016 in Genk in beslag genomen honden aan dhr. Feytons werden teruggegeven (bestemmingsbeslissing G-16-1582)
onder voorwaarden waaronder ook naleven van bijkomende maatregelen voor de overige dieren, en dat betrokkenen aldus de kans werd geboden om de honden beter te verzorgen en beter te huisvesten, Gelet op het feit dat tijdens de controle van 25/7/2016 honden in gelijkaardige omstandigheden worden aangetroffen, namelijk:
- 8 van de 9 honden zonder water, - tussen afval en uitwerpselen, - 1 hond in een zeer smerige stal vol afval en uitwerpselen, - 1 hond met veel dode haren in de vacht, wat er op wijst - dat betrokkenen nog steeds geen inzicht hebben in hoe men honden moet houden of wat hun behoeften zijn, - dat betrokkenen de kans die zij hebben gekregen niet hebben benut, en waardoor de kans reëel is dat de feiten zich zouden kunnen herhalen bij teruggave van de honden, Gelet op het feit dat bij de controle op 25/7/16 drie honden te mager zijn en 1 hond zeer slank is, wat erop wijst dat deze honden niet volgens hun behoeften gevoerd worden, Gelet op het feit dat de dierenarts van betrokkenen op 10/5/2016 een aangepaste voeding (Versele Laga Optilife) heeft voorgeschreven voor de magere honden, maar dat deze voeding bij de controle op 25/7/16 niet wordt aangetroffen; het voedingsadvies van de dierenarts wordt dus niet meer gevolgd ondanks het feit dat de voedingstoestand van verschillende honden (nog) niet goed is, - Houben Kelly verklaart op 29/6/2016 tijdens haar verhoor door de lokale politie dat de honden twee keer per dag Versele Laga krijgen, - Tijdens de controle op 25/7/16 wordt enkel AVEVE hondendiner aangetroffen,
VII-39.813-6/10
- Houben Kelly en Feytons Raf verklaren op 11/8/2016 in hun verhoor door de lokale politie dat de honden 1x per dag Versele krijgen en lx per dag Dinner, De 2 verklaringen van Houben Kelly spreken elkaar dus tegen; de vaststellingen spreken verklaringen van beide betrokkenen tegen, Gelet op het feit dat de dierenarts van betrokkene heeft verklaard dat ze de honden sinds 10/5/2016 niet meer heeft teruggezien (behalve de verlamde hond die werd ingeslapen); er werd nochtans opgelegd dat de dierenarts opnieuw moest geraadpleegd worden als een normale voedingstoestand niet werd bereikt, Gelet op het feit dat betrokkenen ook de maatregelen, opgelegd om het welzijn van andere dieren te garanderen, op datum van 25/7/16 niet hebben genomen nl. het verwijderen van het afval van de weide, wat de vraag doet rijzen of zij wel bereid zijn of in staat zijn om de nodige inspanningen te leveren voor het welzijn van de dieren, Gelet op het verhoor van Houben Kelly op 29/6/2016 door de Lokale politie, waarin zij verklaart dat er bloedonderzoek zou gebeuren bij één van de magere honden (Maska), wat niet is gebeurd; mevr. Houben legt hiervoor de verantwoordelijkheid bij haar dierenartsen: dierenarts Van Dijck is met zwangerschapsverlof en dierenarts Pinxten zou geen tijd gehad hebben;
dierenarts Van Dijck heeft nochtans een vervangster in de praktijk en indien een dierenarts geen tijd heeft kan een andere geraadpleegd worden, Gelet op het verhoor van Feytons Raf op 11/8/2016 door de Lokale politie, waarin hij verklaart dat hij de honden niet te mager vindt, waaruit geconcludeerd kan worden dat hij de noodzaak van de opgelegde maatregel niet inziet en dat de honden na teruggave nog steeds niet volgens hun behoeften gevoederd zullen worden, Gelet op het feit dat een teruggave van de honden om deze redenen niet wenselijk is omdat hun welzijn niet gegarandeerd kan worden, Gelet op het feit dat de dieren geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde hebben die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig hun ethologische en fysiologische behoeften”.
IV. Voorwaarden van de vordering tot schorsing
4. Luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State (hierna: RvS-wet) kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de beslissing prima facie kan verantwoorden.
VII-39.813-7/10
V. Spoedeisendheid
Uiteenzetting van de verzoekende partijen
5. Onder de hoofding “belang en spoedeisendheid” zetten de verzoekende partijen het volgende uiteen:
“[…] Verzoekers beschikken over een persoonlijk, rechtstreeks, griefhoudend en geoorloofd belang voor het indienen van onderhavige vordering tot schorsing.
Bovendien is de zaak te spoedeisend om te worden behandeld in een gewone annulatieprocedure.
De bestreden beslissing heeft een onmiddellijke, rechtstreekse en nadelige weerslag op de rechtstoestand van verzoekers.
[…] Door de beslissing van de Inspectie Dierenwelzijn worden de honden van verzoekers definitief in volle eigendom toegewezen aan het Noodasiel Lommel. De beslissing is onmiddellijk uitvoerbaar waardoor de honden meteen door het Noodasiel Lommel ter adoptie kunnen [worden] aangeboden aan derden.
Wanneer het Noodasiel Lommel de honden zou afstaan aan derden, zijn de honden definitief verloren voor verzoekers, de voormalige eigenaars. In voorkomend geval zou een beslissing in het kader van het verzoek tot nietigverklaring te laat komen.
Gelet op de tijdsverloop van een procedure in het kader van een verzoek tot nietigverklaring, kunnen verzoekers deze procedure niet afwachten en dringt een vordering tot schorsing zich op. Het Noodasiel Lommel kan immers op elk moment één of meerdere honden afstaan aan derden hetgeen voor verzoekers onherroepelijke schade zou veroorzaken.
[…] Zoals hierna meer concreet toegelicht, beschikken verzoekers onbetwistbaar over ernstige middelen ten aanzien van de bestreden beslissing.
[…] Er kan dan ook geen betwisting bestaan over de spoedeisendheid en het belang in hoofde van verzoekers”.
Beoordeling
6. Op grond van artikel 17, § 2, van de RvS-Wet moet het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten bevatten die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december 1991. Dit houdt in dat het aan de
VII-39.813-8/10
verzoekende partij toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt.
Een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, moet dus in haar verzoekschrift concrete feiten aanvoeren die de spoedeisendheid verantwoorden.
De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
Te dezen ontbreekt in het verzoekschrift een concrete uiteenzetting van de gegevens die de spoedeisendheid verantwoorden.
Een uiteenzetting, beperkt tot algemeenheden of een loutere verwijzing naar de duur van de annulatieprocedure en zonder ook maar enig licht te doen schijnen op de onherroepelijke schadelijke gevolgen voor de verzoekende partij bij een tenuitvoerlegging van de bestreden akte, volstaat niet om de spoedeisendheid aan te tonen.
Een verwijzing naar de ernst van de middelen is niet terzake dienend. De voorwaarde van het spoedeisend karakter is een schorsingsvoorwaarde die afzonderlijk onderzocht moet worden. De onwettigheden die tegen het bestreden besluit worden aangevoerd kunnen op zich geen reden zijn om het bestaan van spoedeisendheid te aanvaarden.
7. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 1, van de RvS-wet. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie te onderzoeken.
VII-39.813-9/10
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig januari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-39.813-10/10
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.168