Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.080 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.080 Généré par l'IA

Belgian State contract award suspended; court rejects urgent stay request after minister withdraws decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.080
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's urgent request to suspend the execution of a contract award decision made by the Belgian State's Ministry of Defence. The applicant sought to halt the award of a multi-year supply contract to company JAVA, arguing procedural irregularities in the tender process. The court rejected the stay because the Minister of Defence subsequently withdrew the contested decision on January 9, 2017, rendering the applicant's legal interest in the suspension moot.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Code of Administrative Justice; where the administrative authority withdraws the contested decision before the court rules on an urgent stay request, the applicant loses their legal interest in the suspension and the request is dismissed.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent stay request withdrawal of decision legal interest contract award Code of Administrative Justice ministerial withdrawal mootness contrat de restauration

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Code of Administrative Justice
Article 30/1 of the coordinated laws on the Council of State
Article 67 of the decree of the Regent of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 237.080 van 19 januari 2017

in de zaak A. 220.913/XII-8270

In zake: de NV SOLUCIOUS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Barteld Schutyser en Heleen De Bock kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op [9] december 2016, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 22 november 2016 van de bevoegde ordonnateur van het Ministerie van Landsverdediging om de opdracht ‘Meerjarige overeenkomst (2017-2018)

tegen prijslijst betreffende de levering van zuivel, oliën & vetten, bake-off-, diepvries- en aardappelproducten aan de cateringdiensten van Defensie’ op basis van het Bestek MRMP-S/AC Nr 17SC100 aan de bvba JAVA te gunnen”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

XII-8270-1/3

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 december 2016, om 10.00 uur, op welke datum de zaak is uitgesteld tot de terechtzitting van 12 januari 2017, om 10.00 uur.

Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.

Advocaten Barteld Schutyser en Heleen De Bock, die verschijnen voor de verzoekende partij, en kapitein-commandant Maarten Kerckhofs, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

3.1. Met een beslissing van 9 januari 2017 van de minister van Defensie is de bestreden beslissing ingetrokken.

3.2. De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

IV. Kosten

4.1. In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.

4.2. Er is te dezen tevens grond om met toepassing van artikel 30/1

van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ het door de verzoekende partij gevorderde bedrag van 700 euro toe te kennen, nu zij door de intrekking van XII-8270-2/3

de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 januari 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Dierk Verbiest

XII-8270-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.080