Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.045 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.045 Généré par l'IA

Belgian State cassation appeal dismissed due to loss of legal interest after applicant obtained family residence permit.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.045
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the cassation appeal inadmissible because the applicant lost their legal interest in the proceedings. The applicant had previously challenged a deportation order which was annulled by the Foreigners' Dispute Council, but subsequently obtained a family residence permit. The court ruled that since the applicant now holds an indefinite right of residence, they no longer have a stake in overturning the earlier annulment decision.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Royal Decree of 30 November 2006 on the procedure for cassation at the Council of State: A cassation appeal is inadmissible if the applicant loses their legal interest during the proceedings, such as when obtaining a new residence permit that renders the challenged decision irrelevant.

Mots-clés

Généré par l'IA
loss of legal interest cassation inadmissibility family residence permit deportation order annulment Council of State procedure

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Royal Decree of 30 November 2006 on the procedure for cassation at the Council of State

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIVe KAMER

nr. 237.045 van 17 januari 2017

in de zaak A. 216.515/XIV-36.579

In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, thans de staatssecretaris voor Asiel en Migratie kantoor houdend te 1000 Brussel Antwerpsesteenweg 59 B

alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Harlekijnstraat 9

tegen :

XXX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Leyla Top kantoor houdend te 2018 Antwerpen Brederodestraat 146

I. Voorwerp van het cassatieberoep

1. Het cassatieberoep, ingesteld op 22 juli 2015, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 148.033 van 18 juni 2015 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 11.475 van 26 augustus 2015.

XIV-36.579-1/4

De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend.

Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.

De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2016.

Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Carmenta Decordier, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord.

Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. De staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding neemt op 20 januari 2015 in hoofde van verweerder een beslissing houdende bevel om het grondgebied te verlaten.

XIV-36.579-2/4

Op 18 februari 2015 stelt verweerder tegen deze beslissing een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vernietigt de voornoemde beslissing van 20 januari 2015 met een arrest van 18 juni 2015. Dit is het bestreden arrest.

IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

4. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het actuele karakter van zijn belang aantonen.

Ter terechtzitting deelt de verzoekende partij mee dat verweerder op 10 december 2015 een aanvraag heeft ingediend voor een verblijfskaart als familielid van een burger van de Unie en dat verweerder op 23 juni 2016 in het bezit werd gesteld van een F-kaart, geldig tot 10 juni 2021. Ter terechtzitting legt zij wat dat betreft ook stavingsstukken over.

Nu de verzoekende partij verweerder blijkt te hebben gemachtigd tot een recht van verblijf voor onbepaalde duur, valt niet in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarmee een eerdere beslissing in hoofde van verweerder houdende bevel om het grondgebied te verlaten werd vernietigd. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting. In die omstandigheden is het cassatieberoep niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang.

XIV-36.579-3/4

V. Kosten

5. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste worden gelegd. Daaraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat verweerder een verblijfsrecht heeft gekregen op grond van een aanvraag van 10 december 2015 voor een verblijfskaart als familielid van een burger van de Unie.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op 200 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien januari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, met bijstand van Johan Pas, griffier.

De griffier De voorzitter

Johan Pas Geert Debersaques

XIV-36.579-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.045