Court dismisses appeal against age assessment decision, ruling final medical conclusion prevails over individual test results.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's appeal and request for suspension regarding the termination of his wardship due to age assessment. The court found the medical expert's final conclusion stating the applicant was over 18 legally binding, overriding the applicant's argument that individual test results were insufficient. Consequently, the decision to end wardship was upheld as the medical evidence was procedurally sound and objectively accurate.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 5, 7, and 9 of the 2002 Act on the Wardship of Unaccompanied Minors; The final medical conclusion regarding age is the sole relevant factor for determining eligibility for wardship, superseding any conflicting individual test results.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 237.031 van 13 januari 2017
in de zaak A. 219.974/XIV-37.158
In zake: Shakeel Ahmad MOMAND
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Franz Geleyn kantoor houdend te 1060 Brussel Berckmansstraat 104
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Verbouwe kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270
I. Voorwerp van het beroep
1. Verzoeker dient met een enig verzoekschrift op 5 augustus 2016
een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 8 juni 2016 waarbij wordt vastgesteld dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’, van de programmawet van 24 december 2002”, waardoor de plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege vervalt op de datum van de kennisgeving van deze beslissing.
XIV-37.158-1/8
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 november 2016.
Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Elisabeth Van Der Haert, die loco advocaat Franz Geleyn verschijnt voor verzoeker, en advocaat Stefaan Verbouwe, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoeker komt naar eigen zeggen België binnen op 7 november 2015 en hij dient een asielaanvraag in op 4 december 2015. Hij verklaart alsdan
XIV-37.158-2/8
van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 31 december 1998.
Verzoeker wordt dezelfde dag onder de hoede geplaatst van de dienst Voogdij. De dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene.
In het Universitair Ziekenhuis Sint-Rafaël (KU Leuven)
ondergaat verzoeker op 9 maart 2016 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar.
Op 8 juni 2016 beslist de dienst Voogdij dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6
‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002. Bijgevolg vervalt de plaatsing […] van Jongeheer Shakeel Ahmad MOMAND [onder de hoede van] de dienst Voogdij van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing.” Dit is de bestreden beslissing.
IV. Onderzoek van de middelen
Enig middel
Uiteenzetting van het middel
4. Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van administratieve bestuurshandelingen’ (hierna: de wet van 29 juli 1991), van de artikelen 3 en 7 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002
(hierna: de voogdijwet) en van het zorgvuldigheids-, het voorzichtigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
In een eerste middelonderdeel voert verzoeker aan dat inhoudelijk twijfel bestaat over de uitgevoerde medische tests waar de conclusie te
XIV-37.158-3/8
dezen enkel het resultaat van de radiografie van de sleutelbeenderen in overweging neemt. Met de hand-polsradiografie wordt geen rekening gehouden “omdat men niet juist kan vaststellen sinds hoeveel dagen, maanden of jaren deze groei volledig beëindigd is”. Het orthopantomogram wordt buiten beschouwing gelaten “omdat er geen wijsheidstanden zijn [zodat] het niet mogelijk [is] een dentale leeftijdsschatting uit te voeren die een antwoord kan geven op de vraag van de meerderjarigheid”, terwijl voor deze test nochtans wordt gesteld dat verzoeker “ouder is dan 16 jaar”. Verzoeker acht artikel 7, § 3, van de voogdijwet en de aangehaalde algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden omdat geen rekening is gehouden met de jongste leeftijd, te dezen 16 jaar. Er wordt niet aangegeven waarom slechts rekening wordt gehouden met één van de drie gewoonlijk gebruikte medische tests, zodat volgens verzoeker ook de artikelen 2
en 3 van de wet van 29 juli 1991 geschonden zijn.
In een tweede middelonderdeel voert verzoeker aan dat enkel de radiografie van de sleutelbeenderen in overweging is genomen voor de globale schatting van de leeftijd. Hij citeert een aantal buitenlandse rapporten om te stellen dat één medische test niet volstaat voor een leeftijdsschatting doch dat een combinatie van tests en technieken is vereist. Door hier te dezen niet aan te voldoen, zijn volgens verzoeker de aangevoerde algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden met de bestreden beslissing.
In een derde middelonderdeel voert verzoeker aan dat naar luid van artikel 7, § 3, van de voogdijwet ingeval van twijfel over de uitslag van het medisch onderzoek, rekening wordt gehouden met de jongste leeftijd. Volgens verzoeker zijn de op hem uitgevoerde onderzoeken, te weten een orthopantomogram, een radiografie van de sleutelbeenderen en een hand-polsradiografie, “zowel wetenschappelijk als politiek gezien twijfelachtig en dubieus” om een leeftijd te schatten. Hij citeert daartoe de stellingnames van een Franse senator op 13 april 2014, van de (Franse) “Académie nationale des médecins” op 16 januari 2007, van het (Franse) “Comité Consultatif National d’Ethique pour les Sciences de la Vie en de la Santé” op 23 juni 2005 en een artikel
XIV-37.158-4/8
in de krant Libération van 14 november 2014. Verzoeker besluit dat derhalve artikel 7 van de voogdijwet en de aangevoerde algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden.
In een vierde middelonderdeel voert verzoeker aan dat bij de leeftijdsschatting enkel rekening werd gehouden met de radiografie van de sleutelbeenderen. Hij citeert verschillende buitenlandse rapporten om te stellen dat deze test onbetrouwbaar is omdat hij enkel kan worden gebruikt om te bepalen of een persoon ouder of jonger dan 21 jaar is. Doordat enkel met deze test rekening is gehouden, acht verzoeker artikel 7 van de voogdijwet en de aangevoerde algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden.
Beoordeling
5. De bestreden beslissing is, wat het medisch onderzoek betreft, formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de bestreden beslissing wordt vermeld. Te dezen geeft de bestreden beslissing de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan 18 jaar oud is. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend. Bovendien blijkt verzoeker kennis te hebben van het volledige verslag van het medisch onderzoek vermits hij er een kopie van bij het verzoekschrift tot nietigverklaring voegt en de gebruikte technieken betwist.
Verzoekers kritiek dat niet wordt gemotiveerd waarom enkel het resultaat van de radiografie van de sleutelbeenderen in aanmerking wordt genomen, mist feitelijke grondslag. Zoals verzoeker in het middel zelf aangeeft, wordt in het medisch verslag immers vermeld dat de hand-polsradiografie “wijst in de richting van een persoon met een matuur skelet” en dat het tandheelkundig onderzoek wijst in de richting van een persoon van minstens 16 jaar maar dat het door de afwezigheid van wijsheidstanden niet mogelijk is een preciezere leeftijdsschatting op basis van de tanden uit te voeren.
XIV-37.158-5/8
Het enige middel is ongegrond wat betreft de schending van de in de wet van 29 juli 1991 vastgelegde formelemotiveringsplicht.
6. Naar luid van artikel 7, §1, van de voogdijwet laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Nu de wet zelf het medisch onderzoek als bewijsmiddel heeft ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat, blijkt geen schending van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur uit het feit dat de dienst Voogdij de bestreden beslissing heeft genomen op grond van dergelijk leeftijdsonderzoek.
Verzoeker weidt uit over de (on)betrouwbaarheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling en steunt zich op een aantal standpunten dienaangaande uit Frankrijk en in bepaalde andere buitenlandse rapporten. Hij beperkt zich tot algemene kritiek doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
Uit het verslag van het medisch onderzoek blijkt meer bepaald dat de arts zich steunt op een drieledig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoeker al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie en niet, zoals verzoeker voorhoudt, de conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is
XIV-37.158-6/8
derhalve ook bepalend voor de in het voornoemde artikel 7, § 3, bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Te dezen is de eindconclusie dat verzoeker op 9 maart 2016 “een leeftijd heeft van 20 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar”.
Verzoeker gaat in zijn kritiek voorbij aan de vaststelling in het medisch verslag dat een kort klinisch-tandheelkundig onderzoek wijst op “een individu ouder dan 18 jaar”. Bij de hand-polsradiografie wordt vastgesteld “dat er een volledige fusie is van de distale diaphyse en epiphyse van de radius, wat overeenkomt met een biologisch matuur skelet, onafhankelijk van de gebruikte methode, en wat neerkomt op een leeftijd van minstens 18 jaar”. Betreffende het tandheelkundig onderzoek wordt vastgesteld dat dit wijst op “een leeftijd van minimaal 16 jaar” maar dat een preciezere schatting niet mogelijk is bij gebrek aan wijsheidstanden. Het gaat dus niet enkel om een radiografie van de sleutelbeenderen. Verzoeker toont niet aan dat de eindconclusie van het medisch verslag in strijd is met de voornoemde vaststellingen.
Verzoeker ontkracht aldus niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard.
Het enige middel is ongegrond wat betreft de schending van artikel 7 van de voogdijwet en van het voorzichtigheids-, zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
7. Het enige middel kan niet tot nietigverklaring leiden.
XIV-37.158-7/8
V. Over de vordering tot schorsing
8. Deze zaak vereist slechts korte debatten zodat er grond is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Er is bijgevolg geen grond meer om uitspraak te doen over de vordering tot schorsing.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver-
klaring, begroot op 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien januari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Carlo Adams
XIV-37.158-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.031