Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.022 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.022 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to plaintiff's failure to request hearing, establishing a presumption of withdrawal.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.022
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the appeal filed against a provincial decision regarding an environmental permit. The plaintiff failed to request a hearing within the statutory period after the auditor's report was served, triggering a legal presumption of withdrawal. Consequently, the court declared the appeal abandoned and ordered the plaintiff to bear the costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, paragraph 7 of the Council of State Rules of Procedure; Article 14quater of the Regent's Decree of 23 August 1948: Failure to request a hearing within the prescribed period after the auditor's report creates a presumption of withdrawal of the proceedings.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal auditor's report failure to request hearing procedural abandonment Council of State Rules environmental permit appeal costs of proceedings

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the Council of State Rules of Procedure
Article 14quater of the Regent's Decree of 23 August 1948

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 237.022 van 12 januari 2017

in de zaak A. 216.812/VII-39.462.

In zake : de BVBA LOMA-AIR

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Loix en Jo Van Lommel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 28 augustus 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 11 juni 2015 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heist-op-den-Berg van 13 januari 2015, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de BVBA Loma-Air voor het exploiteren van een inrichting voor het herstellen van motoren van vliegtuigen en boten, gelegen aan de Herentalsesteenweg 10 te Heist-op-den-Berg, deels gegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd, mits aanpassing van de vergunningstermijn en aanpassing van de bijzondere voorwaarden.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

VII-39.462-1/3

Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 6 oktober 2016.

Op 29 november 2016 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding.

De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen

VII-39.462-2/3

een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf januari tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Peter Sourbron

VII-39.462-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.022