Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.019 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.019 Généré par l'IA

Court dismisses university non-appointment appeal due to applicant's failure to request procedure continuation.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.019
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Justice of the Flemish Community dismissed the appeal filed by Marleen Fornier against the University of Gent's decision not to appoint her. Although the university had implicitly refused the appointment, the applicant failed to request the continuation of the proceedings after the auditor's report recommended dismissal. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal of the case, resulting in the appeal being declared abandoned.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, paragraph 7, and 14quater of the Coordinated Laws on the Council of State; failure to request continuation of proceedings after the auditor's report triggers a presumption of withdrawal of the case.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal auditor's report continuation of proceedings administrative appeal university appointment procedural abandonment Council of State droit d'obtenir une décision

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the Coordinated Laws on the Council of State
Article 14quater of the Decision of the Regent of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 237.019 van 12 januari 2017

in de zaak A. 212.155/IX-8352

In zake: Marleen FORNIER

woonplaats kiezend te 9940 Ertvelde Forelstraat 3

tegen:

de UNIVERSITEIT GENT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Michelle Decruy kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 7 april 2014, strekt tot de nietigverkla-

ring van :

“1. De beslissing dd. 7 maart 2013 van het Bestuurscollege van de Universiteit Gent, waarbij het akkoord ging met het advies van de raad van beroep en besliste over te gaan tot niet-benoeming van [Marleen Fornier].

2. De impliciete weigering om [Marleen Fornier] te benoemen. Deze zit impliciet vervat in de eerste bestreden beslissing.”

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge-

diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Barbara Speybrouck heeft een verslag opgesteld.

IX- 8352-1/3

Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 22 september 2016.

Op 21 november 2016 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-

rechtspraak van de Raad van State’.

De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge-

hoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.

Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het ver-

slag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.

Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de proce-

dure ingediend.

4. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepas-

sing.

IX- 8352-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 januari 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.

De griffier De voorzitter

Vera Wauters Geert Van Haegendoren

IX- 8352-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.019