Court dismisses appeal due to missing statement of interest and withdrawal of proceedings by the applicant.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the appeal filed against an administrative fine decision because the applicant failed to submit a statement of interest within the statutory period. Although the applicant later withdrew the proceedings via registered letter, the court determined that the requirement for a valid interest in the proceedings was already missing. Consequently, the appeal was dismissed without further examination of the merits of the fine.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 21, second paragraph of the Council of State Rules; Article 14bis, paragraph 1 of the Regent's Decree of 23 August 1948: The Council of State establishes the lack of required interest if the applicant fails to submit a statement of interest within the prescribed term, thereby rendering the proceedings inadmissible.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 236.984 van 10 januari 2017
in de zaak A. 218.763/XII-8117
In zake: Thierry BYVOET
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat André Byvoet kantoor houdend te 3500 Hasselt Leopoldplein 25/1
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Vanhemelrijck kantoor houdend te 1910 Kampenhout Bergstraat 54
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 17 maart 2016, strekt tot de nietigver-
klaring van de beslissing van de dienst administratieve boetes van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 20 januari 2016 waarbij de administratieve geldboete ten bedrage van 107,00 euro wordt bevestigd
II. Verloop van de rechtspleging
2. Aan de verzoekende partij is op 4 juli 2016 ter kennis gebracht dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen.
XII-8117- 1/3
Op respectievelijk 29 en 28 september 2016 heeft de hoofd-
griffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt.
Bij het versturen aan de verzoekende partij van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.
De verzoekende partij heeft geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 8, juncto 7, van voormeld besluit van de Regent.
4. De verzoekende partij heeft vervolgens alsnog met een ter post aangetekende brief van 4 oktober 2016 aan de Raad van State medegedeeld dat zij afstand van het geding doet.
XII-8117- 2/3
5. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 januari 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Johan Bovin
XII-8117- 3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.984