Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.984 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.984 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to failure to submit explanatory memorandum within statutory deadline.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.984
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the appeal filed by Thierry Byvoet against a fine imposed by De Lijn. The plaintiff failed to submit the required explanatory memorandum within the sixty-day period mandated by the Council of State's procedural rules. Consequently, the court determined that the necessary legal interest to pursue the annulment of the administrative fine was absent.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 21, second paragraph of the Council of State Rules; Article 14bis, paragraph 1 of the Regent's Decision of 23 August 1948: Failure to submit an explanatory memorandum within the prescribed period results in the determination that the requisite legal interest is lacking, thereby leading to the dismissal of the appeal.

Mots-clés

Généré par l'IA
failure to submit memorandum lack of legal interest administrative fine appeal procedural deadline dismissal of appeal calcul de l'amende amendes disciplinaires infractions contre les communications publiques

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, second paragraph of the Council of State Rules
Article 14bis, paragraph 1 of the Regent's Decision of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 236.984 van 10 januari 2017

in de zaak A. 218.763/XII-8117

In zake: Thierry BYVOET

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat André Byvoet kantoor houdend te 3500 Hasselt Leopoldplein 25/1

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Vanhemelrijck kantoor houdend te 1910 Kampenhout Bergstraat 54

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 17 maart 2016, strekt tot de nietigver-

klaring van de beslissing van de dienst administratieve boetes van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 20 januari 2016 waarbij de administratieve geldboete ten bedrage van 107,00 euro wordt bevestigd

II. Verloop van de rechtspleging

2. Aan de verzoekende partij is op 4 juli 2016 ter kennis gebracht dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen.

XII-8117- 1/3

Op respectievelijk 29 en 28 september 2016 heeft de hoofd-

griffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt.

Bij het versturen aan de verzoekende partij van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.

De verzoekende partij heeft geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 8, juncto 7, van voormeld besluit van de Regent.

4. De verzoekende partij heeft vervolgens alsnog met een ter post aangetekende brief van 4 oktober 2016 aan de Raad van State medegedeeld dat zij afstand van het geding doet.

XII-8117- 2/3

5. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 januari 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Johan Bovin

XII-8117- 3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.984