Court lifts urgent suspension order because plaintiff failed to file annulment request within required time limits.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the urgent suspension order previously granted in August 2016 regarding the municipality's tender acceptance. The plaintiff parties had not filed a separate request for annulment of the contested decision before this hearing. Consequently, the court was legally bound to terminate the suspension under the relevant procedural rule.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 4, third paragraph of the Council of State laws; If a party seeking urgent suspension fails to file a request for annulment of the contested decision, the Council of State must lift the suspension.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 236.982 van 10 januari 2017
in de zaak A. 219.743/XII-8188
In zake: 1. de NV RECUTEX
2. de BVBA VLAAMS INZAMEL CENTRUM TEXTIEL
(VICT)
3. de BVBA VICTRANS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bettina Poelemans kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem Kortrijksesteenweg 1144 G
bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Wauters
tegen:
de GEMEENTE MAASMECHELEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 15 juli 2016, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[h]et besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Maasmechelen d.d. 1 juli 2016 tot aanvaarding van het bijzonder bestek voor de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp ‘Textielinzameling –
huis-aan-huisophaling & containers 2017-2020’ en de besteksbepalingen, waarvan [de nv Recutex, de bvba Vlaams Inzamel Centrum Textiel (VICT) en de bvba Victrans] kennis kregen naar aanleiding van de publicatie in het Bulletin der Aanbestedingen op 1 juli 2016”.
XII-8188-1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 235.605 van 9 augustus 2016 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maasmechelen van 1 juli 2016 tot aanvaarding van het bijzonder bestek voor de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp “Textielinzameling –
huis-aan-huisophaling & containers 2017-2020” en de besteksbepalingen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 december 2016.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Sophie Bleux, die loco advocaat Kris Wauters verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Yasmine D’Hanis, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3. De verzoekende partijen hebben na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
XII-8188-2/4
IV. Kosten
4.1. Bij besluit van 19 augustus 2016 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maasmechelen werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, ten laste te leggen van de verwerende partij.
4.2. In de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vragen de verzoekende partijen dat de verwerende partij zou worden veroordeeld tot betaling van een verhoogde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro per verzoekende partij.
De verzoekende partijen hebben geen beroep tot nietigver-
klaring ingesteld. De door artikel 67, § 2, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State’ bedoelde verhoging van het in de § 1 van hetzelfde artikel bedoelde basisbedrag van 700 euro is derhalve niet van toepassing.
Aangezien de vordering die de verzoekende partijen gezamenlijk hebben ingesteld slechts een en hetzelfde geschil betreft, wordt slechts één rechsplegingsvergoeding ten belope van het gevraagde basisbedrag van 700 euro toegekend.
BESLISSING
1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 235.605 van 9 augustus 2016
bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
XII-8188-3/4
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 600 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen, elk voor een derde.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 januari 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Johan Bovin
XII-8188-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.982