Court dismisses appeal against municipal planning decisions where a prior decision was already annulled. The court finds the applicant lacks standing due to the annulment of the third challenged act. The ruling confirms procedural dismissal based on the loss of subject matter. The court rejects the appeal as the underlying decision has been annulled. The applicant has no legal interest in the remaining challenged acts. The court orders the defendant to bear the litigation costs. The decision upholds the principle that annulment extinguishes the subject of the appeal.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of State dismissed the applicant's appeal against three municipal decisions regarding the 'Poelbos' spatial plan, finding the applicant lacked legal interest. The core fact is that the third challenged decision (the definitive adoption of the plan) had already been annulled in a previous ruling, rendering the current appeal moot. Consequently, the court held that the applicant had no standing to challenge the remaining decisions, as the annulment of the primary act eliminated the subject matter of the dispute. The court therefore rejected the appeal and ordered the municipality to pay the litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10 and 11 of the Code of Justice; the annulment of a challenged administrative act extinguishes the subject matter of a subsequent appeal against related acts, thereby depriving the applicant of legal interest and resulting in the dismissal of the appeal.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 236.976 van 9 januari 2017
in de zaak A. 217.783/X-16.430.
In zake : Stefaan MOENS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jeroen De Coninck kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 120
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de GEMEENTE LEBBEKE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erika Rentmeesters kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 7 december 2015, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Lebbeke van 3 september 2015 en de brief van de gemeente Lebbeke van 10 september 2015”, alsook van het “[b]esluit van de gemeenteraad van Lebbeke houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Poelbos’, genomen in zitting van 30 april 2015, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 9 oktober 2015”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
X-16.430-1/5
Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld.
Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 december 2016.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Jeroen De Koninck, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Jan Bouckaert, die loco advocaat Erika Rentmeesters verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest gedeeltelijk eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Op 2 september 2014 wordt een plenaire vergadering gehouden over het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Poelbos”
(hierna: het GRUP).
3.2. Op 16 juli 2014 besluit de dienst Mer dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
3.3. Op 27 november 2014 stelt de gemeenteraad van de gemeente Lebbeke het ontwerp-GRUP voorlopig vast.
X-16.430-2/5
3.4. Tijdens het openbaar onderzoek dat over het ontwerp-GRUP
van 9 januari 2015 tot en met 9 maart 2015 wordt gehouden, worden acht bezwaarschriften ingediend en twee adviezen uitgebracht.
3.5. In haar zitting van 1 april 2015 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: de Gecoro) de bezwaren en brengt zij een gunstig advies uit.
3.6. Bij besluit van 30 april 2015 stelt de gemeenteraad van de gemeente Lebbeke het GRUP definitief vast.
Dit is de derde bestreden beslissing.
3.7. Bij brief van 3 juli 2015 maakt de gemeente Lebbeke aan Ruimte Vlaanderen het genoemde gemeenteraadsbesluit van 30 april 2015 over, samen met het advies van de Gecoro en het “definitieve ontwerp van het RUP
Poelbos”. Deze brief wordt door Ruimte Vlaanderen op 20 juli 2015 ontvangen.
3.8. Bij besluit van 18 augustus 2015 schorst de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw de uitvoering van het onder randnummer 3.6 vermelde definitieve vaststellingsbesluit van 30 april 2015.
3.9. Het voormelde schorsingsbesluit wordt per aangetekende brief van 20 augustus 2015 aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke overgemaakt.
3.10. Op 3 september 2015 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke om over te gaan tot publicatie in het Belgisch Staatsblad van het onder randnummer 3.6 vermelde definitieve vaststellingsbesluit omdat “het Vlaams gewest te laat [is] om te schorsen”.
Dit is de eerste bestreden beslissing.
X-16.430-3/5
3.11. De gemeente Lebbeke deelt de voormelde beslissing bij brief van 10 september 2015 mee aan Ruimte Vlaanderen.
Dit is de tweede bestreden beslissing.
3.12. Het onder randnummer 3.6 vermelde definitieve vaststellingsbesluit van 30 april 2015 wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 oktober 2015.
IV. Ontvankelijkheid van het beroep
4.1. De derde bestreden beslissing werd bij ’s Raads arrest nr. 236.975 van 9 januari 2017 vernietigd. Het beroep heeft in zoverre geen voorwerp meer.
4.2. Daargelaten de ontvankelijkheid ratione materiae van het beroep tegen de eerste en de tweede bestreden beslissing, is verzoeker hoe dan ook zonder belang erbij, gelet op de hierna uit te spreken vernietiging van de derde bestreden beslissing.
V. Kosten
5. Gelet op de omstandigheden van de zaak past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. Daaronder dient een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro te worden begrepen die aan verzoeker verschuldigd is, maar die, anders dan deze laatste dit ziet, niet is geïndexeerd.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
X-16.430-4/5
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan verzoeker.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen januari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-16.430-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.976