Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.975 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.975 Généré par l'IA

Court annuls municipal plan due to invalid publication after timely Flemish government suspension.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.975
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Partiellement admis (Partially Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State annulled the municipality's final decision to establish the 'Poelbos' spatial plan while dismissing the challenge against earlier acts. The applicant argued the municipality failed to respect a suspension order, but the court found the municipality incorrectly published the plan despite the timely suspension by the Flemish government. Consequently, the court applied statutory sanctions for non-reinstatement, rendering the original plan void and ordering its destruction.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 2.2.16, § 1, first paragraph; 2.2.16, § 3, first and third paragraphs, VCRO: When a spatial plan is timely suspended by the competent authority, the local council must reinstate it within sixty days; failure to do so triggers automatic invalidation of the plan and the original suspension, necessitating the annulment of the council's final establishment decision.

Mots-clés

Généré par l'IA
spatial planning VCRO regulations administrative suspension publication sanction municipal council legal invalidation reinstatement period

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 2.2.16, § 1, first paragraph; 2.2.16, § 3, first and third paragraphs, VCRO

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

nr. 236.975 van 9 januari 2017

in de zaak A. 217.529/X-16.404.

In zake : het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de GEMEENTE LEBBEKE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erika Rentmeesters kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 10 november 2015, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Lebbeke van 3 september 2015 en de brief van de gemeente Lebbeke van 10 september 2015, waarbij de Gemeente Lebbeke geen rekening heeft gehouden met de op 18 augustus 2015 overeenkomstig art. 2.2.16

VCRO genomen schorsingsbeslissing van de Vlaamse Regering”, alsook “[h]et besluit van de Gemeenteraad van de Gemeente Lebbeke van 30 april 2015 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP ‘Poelbos’, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 9 oktober 2015”.

X-16.404-1/10

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend.

Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld.

De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 december 2016.

Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Jan Bouckaert, die loco advocaat Erika Rentmeesters verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest gedeeltelijk eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Op 2 september 2014 wordt een plenaire vergadering gehouden over het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Poelbos”

(hierna: het GRUP).

X-16.404-2/10

3.2. Op 16 juli 2014 besluit de dienst Mer dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.

3.3. Op 27 november 2014 stelt de gemeenteraad van de gemeente Lebbeke het ontwerp-GRUP voorlopig vast.

3.4. Tijdens het openbaar onderzoek dat over het ontwerp-GRUP

van 9 januari 2015 tot en met 9 maart 2015 wordt gehouden, worden acht bezwaarschriften ingediend en twee adviezen uitgebracht.

3.5. In haar zitting van 1 april 2015 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: de Gecoro) de bezwaren en brengt zij een gunstig advies uit.

3.6. Bij besluit van 30 april 2015 stelt de gemeenteraad van de gemeente Lebbeke het GRUP definitief vast.

Dit is de derde bestreden beslissing.

3.7. Bij brief van 3 juli 2015 maakt de gemeente Lebbeke aan Ruimte Vlaanderen het genoemde gemeenteraadsbesluit van 30 april 2015 over, samen met het advies van de Gecoro en het “definitieve ontwerp van het RUP

Poelbos”. Deze brief wordt door Ruimte Vlaanderen op 20 juli 2015 ontvangen.

3.8. Bij besluit van 18 augustus 2015 schorst de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw de uitvoering van het onder randnummer 3.6 vermelde definitieve vaststellingsbesluit van 30 april 2015.

3.9. Het voormelde schorsingsbesluit wordt per aangetekende brief van 20 augustus 2015 aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke overgemaakt.

X-16.404-3/10

3.10. Op 3 september 2015 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke om over te gaan tot publicatie in het Belgisch Staatsblad van het onder randnummer 3.6 vermelde definitieve vaststellingsbesluit omdat “het Vlaams gewest te laat [is] om te schorsen”.

Dit is de eerste bestreden beslissing.

3.11. De gemeente Lebbeke deelt de voormelde beslissing bij brief van 10 september 2015 mee aan Ruimte Vlaanderen.

Dit is de tweede bestreden beslissing.

3.12. Het onder randnummer 3.6 vermelde definitieve vaststellingsbesluit van 30 april 2015 wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 oktober 2015.

IV. De regelmatigheid van de rechtspleging

4. De verwerende partij diende haar memorie van antwoord en het administratief dossier niet binnen de gestelde termijn in. Gelet op artikel 21 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet bijgevolg de memorie van antwoord uit het debat worden geweerd en moeten de door de verzoekende partij aangevoerde feiten als bewezen worden beschouwd, tenzij ze kennelijk onjuist zijn.

V. Onderzoek wat de derde bestreden beslissing betreft

Eerste middel

Standpunt van de partijen

5.1. De verzoekende partij steunt haar eerste middel op een schending van de artikelen 2.2.16, §§ 1 en 3 en 2.2.17 van de Vlaamse Codex

X-16.404-4/10

Ruimtelijke Ordening (hierna: de VCRO), en het zorgvuldigheids-, rechtszekerheids-, en materiëlemotiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Zij betoogt dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen de termijn die de Vlaamse regering heeft om een beslissing tot schorsing van een definitief vaststellingsbesluit van een GRUP te nemen – die een vervaltermijn uitmaakt –, en de termijn om het college van burgemeester en schepenen daarvan in kennis te stellen – hetgeen een termijn van orde is. Artikel 2.2.17 VCRO

verbindt immers enkel een sanctie aan het niet tijdig nemen van een schorsingsbeslissing.

Te dezen is de schorsingsbeslissing van 18 augustus 2015

binnen de termijn van dertig dagen na ontvangst van het vaststellingsbesluit genomen, zodat die beslissing geldig is. Het in kennis stellen van het college van burgemeester en schepenen van de schorsingsbeslissing kan ook na de termijn van dertig dagen gebeuren. Te dezen gebeurde de kennisgeving één dag later, wat niet als onredelijk kan worden beschouwd. De verwerende partij toont ook niet aan dat haar belangen hierdoor zouden zijn geschaad.

Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke had ingevolge de schorsingsbeslissing geen toepassing mogen maken van artikel 2.2.17 VCRO. Overeenkomstig artikel 2.2.16, § 3, VCRO, had de gemeenteraad het GRUP binnen zestig dagen na de verzending van de schorsingsbeslissing opnieuw moeten vaststellen. Bij die vaststelling kunnen ten opzichte van het geschorste plan slechts wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit het schorsingsbesluit. De verwerende partij kon niet zonder miskenning van de in het middel aangehaalde beginselen oordelen dat het definitieve vaststellingsbesluit niet tijdig werd geschorst.

5.2. In haar toelichtende memorie stelt de verzoekende partij nog dat tevergeefs verwezen zou worden naar de voorheen geldende bepalingen van de stedenbouwwet of het coördinatiedecreet. Bovendien zijn de belangen van de

X-16.404-5/10

verwerende partij niet geschaad, en is het normdoel van de betrokken bepaling bereikt.

5.3. De verwerende partij doet in haar laatste memorie gelden dat uit de samenlezing van de artikelen 2.2.16 en 2.2.17 VCRO volgt dat de Vlaamse regering over een bindende termijn van dertig dagen beschikt om het definitieve vastststellingsbesluit te schorsen én te betekenen. Er wordt in artikel 2.2.16, § 1, VCRO geen onderscheid gemaakt tussen deze beide zaken, wat ook uit de parlementaire voorbereiding bij deze bepaling blijkt. Zij stelt dat de Raad van State in het verleden steeds het principe heeft bevestigd dat wanneer de tijdige betekening wordt vooropgesteld, ook deze betekening een substantiële vormvereiste uitmaakt, waarvan de niet-naleving op dezelfde manier gesanctioneerd moet worden als het niet tijdig nemen van de beslissing.

Het schorsingsbesluit zou op 18 augustus 2015 genomen zijn, maar werd pas op 20 augustus 2015 per aangetekende post naar haar opgestuurd en werd pas op 21 augustus 2015 door haar ontvangen. Dit terwijl de schorsingsbeslissing uiterlijk op 19 augustus 2015 aan haar ter kennis moest zijn gebracht. De schorsing gebeurde derhalve laattijdig, zodat er geen rekening mee diende gehouden te worden.

5.4. De verzoekende partij stelt in haar laatste memorie nog dat bij gebrek aan de uitdrukkelijke vermelding van een sanctie in de artikelen 2.2.16 en 2.2.17 VCRO, de termijn van kennisgeving van de schorsingsbeslissing als een termijn van orde moet worden gekwalificeerd.

Beoordeling

6.1. De te dezen relevante bepalingen van de VCRO luiden:

“Art. 2.2.15. Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening onmiddellijk na de definitieve vaststelling per beveiligde zending bezorgd aan de deputatie van de provincie waarin de gemeente is gelegen en aan de Vlaamse Regering.

X-16.404-6/10

Art. 2.2.16. § 1. De Vlaamse Regering en de deputatie beschikken over een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de betekening, vermeld in artikel 2.2.15 of in paragraaf 3, tweede lid, om de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te schorsen en om het college van burgemeester en schepenen daarvan per beveiligde zending in kennis te stellen.

Binnen dezelfde termijn bezorgt de Vlaamse Regering een afschrift van het schorsingsbesluit aan de deputatie. Indien de deputatie een schorsingsbesluit neemt, bezorgt zij hiervan binnen dezelfde termijn een afschrift aan de Vlaamse Regering.

[...]

§ 3. In geval van schorsing beschikt de gemeenteraad over een termijn van zestig dagen die ingaat de dag na de verzending van het schorsingsbesluit aan de gemeente, om het ruimtelijk uitvoeringsplan opnieuw definitief vast te stellen. Onverminderd artikel 2.2.14, § 6, tweede lid, kunnen bij de definitieve vaststelling van het plan ten opzichte van het geschorste plan slechts wijzigingen worden aangebracht, die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit het schorsingsbesluit.

Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wordt samen met het nieuwe besluit van de gemeenteraad onmiddellijk na de definitieve vaststelling per beveiligde zending bezorgd aan de deputatie van de provincie waarin de gemeente is gelegen en aan de Vlaamse Regering.

Indien de gemeenteraad binnen de voormelde termijn van zestig dagen geen nieuw besluit tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan neemt, vervalt het geschorste gemeenteraadsbesluit en het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

Art. 2.2.17. Als het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan niet tijdig werd geschorst, wordt de gemeenteraadsbeslissing houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.”

6.2. Artikel 2.2.16, § 1, eerste lid, VCRO bepaalt weliswaar dat de Vlaamse regering over een termijn van dertig dagen beschikt, “die ingaat de dag na de betekening, vermeld in artikel 2.2.15 of in paragraaf 3, tweede lid, om de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te schorsen en om het college van burgemeester en schepenen daarvan per beveiligde zending in kennis te stellen, maar verbindt aan het overschrijden van die termijn geen sanctie”.

Artikel 2.2.17 VCRO voorziet wel in een sanctie in geval van termijnoverschrijding, maar uit de tekst zelf van deze bepaling blijkt dat die sanctie enkel betrokken wordt op de niet tijdige schorsing van het definitieve

X-16.404-7/10

vaststellingsbesluit, en niet op de tijdige betekening ervan. De sanctie in geval van niet tijdige schorsing is de bekendmaking bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van de gemeenteraadsbeslissing houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

6.3. Betwist wordt verder niet dat de termijn van dertig dagen waarover de verzoekende partij overeenkomstig artikel 2.2.16, § 1, eerste lid, VCRO beschikte om de beslissing tot schorsing van het GRUP te nemen, tot en met 19 augustus 2015 liep. Blijkens de stukken van het dossier werd de kwestieuze schorsingsbeslissing door de bevoegde Vlaamse minister op 18 augustus 2015, en derhalve tijdig, genomen.

De eerste bestreden beslissing, waarbij de verwerende partij op 3 september 2015 heeft beslist om het – tijdig geschorste – definitieve vaststellingsbesluit van het GRUP van 30 april 2015 toch in het Belgisch Staatsblad te publiceren, is dan ook onwettig.

6.4. Gelet op de tijdige schorsing van het definitieve vaststellingsbesluit van 30 april 2015, beschikte de gemeenteraad in toepassing van artikel 2.2.16, § 3, eerste lid, VCRO, over een termijn van zestig dagen, die inging de dag na de verzending van het schorsingsbesluit aan de gemeente, om het ruimtelijk uitvoeringsplan opnieuw definitief vast te stellen.

Aangezien de verwerende partij niet binnen de voormelde termijn een nieuw besluit tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan heeft genomen, vindt de sanctie van artikel 2.2.16, § 3, derde lid, VCRO toepassing: het geschorste definitieve vaststellingsbesluit van het GRUP van 30 april 2015 en het ontwerp-GRUP zijn vervallen.

6.5. Gelet op de voormelde sanctie van verval, past het om de derde bestreden beslissing om redenen van duidelijkheid in het rechtsverkeer te vernietigen.

X-16.404-8/10

6.6. Het middel is gegrond.

VI. Onderzoek wat de eerste en de tweede bestreden beslissing betreft

7. Daargelaten de ontvankelijkheid ratione materiae van het beroep tegen de eerste en de tweede bestreden beslissing, is de verzoekende partij hoe dan ook zonder belang erbij, gelet op de hierna uit te spreken vernietiging van de derde bestreden beslissing.

BESLISSING

1. De Raad van State vernietigt de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Lebbeke van 30 april 2015 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Poelbos”.

De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.

2. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.

3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

X-16.404-9/10

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen januari 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X-16.404-10/10

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.236.975