Court dismisses urgent suspension request against environmental permit confirmation due to lack of urgency.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicants' request for an urgent suspension of the execution of the provincial environmental permit decision. The intervening party, Maarten Michiels, voluntarily ceased operations and requested the annulment proceedings be paused, eliminating the need for immediate suspension. The court found no special circumstances justifying the suspension because the applicant had already stopped the activity and the intervening party confirmed this commitment.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 100, 101, 102 of the Code of Administrative Justice; An urgent suspension request is only granted if special circumstances exist, which are absent when the applicant voluntarily ceases the contested activity and the opposing party confirms this commitment.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 236.710 van 9 december 2016
in de zaak A. 216.898/VII-39.470.
In zake : 1. Patrick VAN ROEY
2. Danny RÖDER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen De Staercke kantoor houdend te 9550 Hillegem (Herzele)
Dries 77
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD
VAN OOST-VLAANDEREN
Tussenkomende partij :
Maarten MICHIELS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim De Cuyper en Bram De Smet kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 2 december 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 27 augustus 2015 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Geraardsbergen van 9 maart 2015, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan Maarten Michiels voor het exploiteren van een schapenhouderij, gelegen aan de Boekevijverstraat te Geraardsbergen, niet wordt ingewilligd en de verleende milieuvergunning wordt
VII-39.470-1/4
bevestigd met aanpassing.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 232.247 van 17 september 2015 is een eerste vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
Bij arrest nr. 234.625 van 3 mei 2016 is een tweede vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
De verwerende partij heeft ter terechtzitting een nota ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 december 2016.
Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.
Advocaten Jürgen De Staercke en Laurens Storms, die verschijnen voor de verzoekers, en Jurist Fabienne Vanderstraeten, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
VII-39.470-2/4
III. Spoedeisendheid
3. De raadsman van de partij die in het eerder ingediende beroep tot nietigverklaring is tussengekomen verstuurde op 7 december 2016 per email volgend bericht naar de Raad van State:
“(…)
Daarnaast zal tussenkomende partij niet tussenkomen in de procedure tot schorsing bij UDN.
Evenwel wenst tussenkomende partij de Raad in te lichten dat hij vrijwillig de vergunning niet zal uitvoeren en de behandeling van de nietigverklaring wenst af te wachten.
Zulks werd door tussenkomende partij tevens gecommuniceerd aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen, waar de zitting tot schorsing bij UDN van de stedenbouwkundige vergunning om 10u30 doorgaat.
Onderhavig schrijven richt ik tevens (in cc) aan mijn achtbare tegenstreve[r] Mr. De Staercke, raadsman van de verzoekende partijen en aan de dossierbehandelaar bij de verwerende partij opdat ook zij hiervan op de hoogte zijn.
Ik hield eraan u hiervan in te lichten”.
De verzoekers brengen ter terechtzetting eveneens de inhoud van dit schrijven ter kennis van de Raad van State.
Er zijn geen aanwijzingen dat de tussenkomende partij de verbintenis die zij via haar raadsman heeft geuit, niet zou nakomen.
In de gegeven omstandigheden kan worden aangenomen dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid wettigen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
VII-39.470-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen december tweeduizend zestien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-39.470-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.710