Court suspends enforcement of school board's orientation certificate due to insufficient reasoning in appeal decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State suspended the enforcement of the school board's decision to issue an orientation certificate C to the student. The student argued that his academic gaps were exaggerated and that he had improved, while the school board dismissed his appeal with only six sentences. The court found the appeal decision insufficiently reasoned and failed to address the student's specific arguments, warranting a suspension pending further review.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 1 of the Council of State Rules; An administrative appeal decision must provide a reasoned response to the applicant's arguments, and a failure to do so constitutes a ground for suspending enforcement.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 236.347 van 3 november 2016
in de zaak A. 220.188 /IX-8915
In zake: Romeo STAMATOPOULOS
woonplaats kiezend te 1930 Zaventem Bremberg 14
en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Flamant kantoor houdend te 1930 Zaventem Hermestraat 20
tegen:
de VZW ZAVENTEMS VRIJ ONDERWIJS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Günther L’Heureux en Roel Meeus kantoor houdend te 1200 Brussel Gulledelle 96 bus 3
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 3 september 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Zaventems Vrij Onderwijs van 5 september 2016 om het aan Romeo Stamatopoulos toegekende oriënteringsattest C te handhaven.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een verslag opgesteld.
IX-8915-1/13
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2016.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Koenraad Flamant, die verschijnt voor de verzoe-
kende partij en advocaat Roel Meeus, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2015-2016 leerling in het tweede jaar van de derde graad lichamelijke opvoeding en sport (TSO) aan ZAVO
Zaventem.
Op het einde van het schooljaar toont verzoekers rapport jaar-
tekorten voor ‘LOS en maatschappij’ (49,6%), godsdienst (44,2%) en psychologie (44,2%). Hij heeft ook een eindresultaat ‘onvoldoende’ voor de geïntegreerde proef (GIP). Eén en ander resulteert in een oriënteringsattest C, dat de klassenraad als volgt motiveert:
“Wij stellen vast dat er voor de hoofdvakken Psychologie en LO en maatschappij, die uitermate belangrijk zijn voor de richting, een substan-
tieel jaartekort is waardoor de leerplandoelstellingen niet gerealiseerd zijn.
Je bent niet geslaagd voor je GIP (zie GIP-rapport)
Bijkomend tekort voor Godsdienst.
IX-8915-2/13
Zwakke resultaten voor Toegepaste Biologie, Toegepaste Chemie, Engels, Wiskunde en Zwemmen.
Remediëring: het niet wegwerken van de tekorten na semester 1.
We verwijzen ook naar de ernstige verwittiging op de Begeleidende klas-
senraad van semester 1. In dit verband stellen we een onvoldoende posi-
tieve evolutie vast.”
Na vruchteloos overleg, tekent verzoeker op 6 juli 2016 beroep aan bij het schoolbestuur. Hij zet uiteen dat hij voor alle vakken waarvoor een examen werd gehouden voldoende heeft, zowel hoofdvakken als bijvakken, dat hij alle onvoldoendes van vorig trimester heeft opgehaald, dat geen rekening werd gehouden met zijn inzet om alle tekorten in te halen, dat de drie vakken waarvoor een tekort werd gegeven bijvakken zijn en bovendien niet het voorwerp waren van een examen, dat die punten enkel gevolg zijn van een laattijdig indienen van taken die wel degelijk werden ingediend, dat de tekorten zeer beperkt zijn, de punten van LO en sport ruim voldoende zijn. Hij onderstreept dat het laattijdig indienen van werken niet het bewijs levert dat hij de leerstof niet kende, dat hij voor psychologie niet beoordeeld wordt naar zijn kennis, maar enkel bestraft wordt op de laattijdige indiening van de taak. Hij verklaart zich bereid vakantiewerken te doen.
De beroepscommissie notuleert op 22 augustus 2016 over het verloop van de hoorzitting bijkomend nog de volgende argumenten van verzoeker:
“- Romeo heeft maar drie onvoldoendes (49,6, 44, 44). Dit is allemaal dicht bij de 50 procent. Daarbij is hij niet geslaagd voor zijn GIP.
- Hij is nooit gewaarschuwd dat hij hiervoor gebuisd kon worden.
- Hij heeft een jaartotaal van 60,26%. Hij heeft ook goede commentaren gekregen van leerkrachten.
- Het zijn allemaal één- of twee-uursvakken. Zijn belangrijkste vakken zijn allemaal in orde.
- Op zijn examens is hij overal geslaagd.
- In de loop van het jaar had hij een buis voor Nederlands en wiskunde en die heeft hij tegen het einde van het schooljaar opgehaald.
- Romeo vindt het oneerlijk dat hij geen herkansing krijgt omdat hij zijn taken niet heeft ingeleverd. Terwijl anderen op een examen niet goed scoren en dan wel een hertoets krijg(en).
- De moeder van Romeo vindt dat Romeo bewezen heeft dat hij de leer-
plandoelstellingen behaald heeft van het zesde jaar LOS. Dit verdient een A-attest, want een A-attest betekent dat de leerstof gekend is.
IX-8915-3/13
- Romeo heeft al zijn tekorten opgehaald. Hij heeft bewezen dat hij kan studeren en zelfstandig tekorten kan wegwerken.
- De motivatie van de klassenraad (is) niet terecht. Ze geven aan dat er over het algemeen zwakke resultaten behaald zijn. Als ze het rapport bekijken zien ze toch goede resultaten en ook een positieve vooruitgang naar het einde van het schooljaar.
- Op de examens heeft hij overal goede resultaten.
- Romeo is bereid om hertoetsen of hertaken te maken als hij hierdoor een A-attest kan krijgen. Hij is ook bereid om zijn GIP opnieuw te maken.
- De moeder van Romeo heeft opgezocht bij de raad van state dat er vooral rekening moet gehouden worden met de positieve evolutie en niet mag gekeken worden naar het gedrag tijdens het schooljaar. Ook mag de GIP
niet doorslaggevend zijn voor de beslissing van een C-attest.”
Op 23 augustus 2016 beslist de beroepscommissie dat het C-attest behouden blijft op grond van de volgende overwegingen:
“- Met de tussentijdse evaluatie van kerstmis werd Romeo ernstig ge-
waarschuwd dat zijn resultaten voor verschillende vakken een ernstig probleem zouden vormen bij de eindevaluatie.
- Ook zijn inzet en zijn tussentijdse prestatie voor de GIP was duidelijk onvoldoende. Wij oordelen dat de GIP moet aantonen dat Romeo in staat is om kennis, vaardigheden en competenties die aan de basis liggen van de leerplannen, in praktijk (te kunnen) zetten.
- Het eindresultaat van de GIP is daaromtrent duidelijk onvoldoende.
- We stellen ook vast dat er tekorten zijn voor Godsdienst, LO en maat-
schappij en Psychologie. LO en maatschappij en psychologie zijn toch twee richtingsspecifieke vakken.”
IV. Schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
IX-8915-4/13
V. Spoedeisendheid
Standpunt van de partijen
5. Verzoeker wijst op de vaste rechtspraak van de Raad van State die aanvaardt dat de grondvoorwaarde van de spoedeisendheid is vervuld wanneer een verlies van een schooljaar dreigt. Hij wijst erop dat hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding aan de hogeschool UCLL, richting sport en bewe-
gingsrecreatie.
6. De verwerende partij werpt tegen dat een schorsing het verlies van een schooljaar niet meer nuttig kan weren en dat verzoeker dit aan zichzelf heeft te wijten omdat hij na ontvangst van de bestreden beslissing twaalf dagen wachtte om de vordering in te stellen en hij bovendien niet op correcte wijze een verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid heeft ingediend.
Beoordeling
7. Hoe een verzoeker, die binnen twaalf dagen na de bestreden evaluatiebeslissing in rechte treedt, verweten kan worden niet diligent te handelen, is de Raad een raadsel.
In zoverre mist het verweer alle ernst.
Verzoeker heeft de Raad van State voorts wel degelijk gevraagd om de bestreden beslissing te schorsen bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Hij heeft echter nagelaten om dit ook te vermelden in het opschrift van zijn verzoek-
schrift, zodat die vordering overeenkomstig artikel 16, § 1, tweede lid, van het procedurereglement kort geding volgens de regels van de gewone schorsing moet worden behandeld.
In zoverre mist het verweer feitelijke grondslag.
IX-8915-5/13
Daarenboven verliest de verwerende partij uit het oog dat ver-
zoeker een opleiding in het hoger onderwijs wenst aan te vatten, dat georganiseerd is volgens een semestersysteem. Een uitspraak volgens de gewone schorsings-
procedure komt dus niet te laat om minstens gedeeltelijk het dreigend verlies van een schooljaar te verhelpen.
In zoverre kan het verweer niet overtuigen.
8. De besproken grondvoorwaarde is vervuld.
VI. Ernst van het middel
Standpunt van de partijen
9. Verzoeker voert een schending van de motiveringsplicht aan.
Verzoeker stelt, onder meer, dat de beslissing hoofdzakelijk is gesteund op het onvoldoende eindresultaat van de GIP terwijl dit volgens hem geen reden mag zijn tot het uitreiken van een C-attest, temeer daar zijn gemiddelde 60,26% is.
Hij merkt op dat alle vaktekorten tijdens het jaar werden weg-
gewerkt op het eindexamen, wat wijst op inzet en positieve ingesteldheid. Enkel op drie vakken waarvoor geen examen werd uitgeschreven maar een werk diende te worden ingediend, werden de tekorten niet opgehaald. Verzoeker werd er niet schriftelijk van verwittigd dat het laattijdig indienen van taken voor godsdienst en psychologie tot een C-attest zou leiden.
Volgens verzoeker werden voorts de volgende argumenten niet door de beroepscommissie beantwoord:
- de positieve evolutie: op 22 vakken en vakonderdelen heeft verzoeker een krap onvoldoende voor drie vakken waaronder één (LOS en maatschappij) waarvoor hij
IX-8915-6/13
49,6% behaalt; deze onvoldoendes gelden voor bijvakken, waarvoor geen examen afgelegd moest worden en waardoor verzoeker in de onmogelijkheid werd gesteld een beter eindresultaat te behalen; dit is geen bewijs dat verzoeker de leerstof niet kende;
- de verwerende partij heeft geen rekening gehouden met de positieve evolutie en de globale resultaten. Zij omschrijft LOS en maatschappij en psychologie als richtingspecifieke vakken, terwijl het één-uursvakken zijn; een tekort op gods-
dienst (44,2 %) kan geen C-attest rechtvaardigen;
- er is geen aandacht besteed aan alle voldoendes op de sportvakken die hoofd-
vakken zijn in een LOS-richting, noch aan de andere theoretische hoofdvakken en de positieve opmerkingen op het rapport;
- er werd niet geantwoord op het verzoek om herexamens te mogen doen.
10. De verwerende partij antwoordt in de nota dat de verschillende GIP-rapporten duidelijk aantonen dat verzoeker het gehele schooljaar onvoldoende heeft gepresteerd en dat dit niet het enige element is waarop de bestreden beslissing is gesteund; wel lijkt verzoeker het belang ervan te onderschatten.
Zij wijst erop dat de duidelijke waarschuwing bij het kerstrap-
port niet in tegenspraak is met het eindrapport. Het feit dat de vaktekorten zijn weggewerkt op vakken met examens terwijl de nieuwe vaktekorten zijn ontstaan op vakken waarbij met een permanente evaluatie wordt gewerkt, brengt niet te-
weeg dat dit laatste minder relevantie zou hebben in de eindbeoordeling. Deze vorm houdt evaluatie aan de hand van toetsen en taken in zodat de leerling meer-
dere kansen krijgt, wat verzoekers gebrek aan inzet demonstreert.
Verzoeker toont niet aan hoe het niet weten dat het laattijdig indienen van taken voor godsdienst en psychologie tot een C-attest zou leiden, aan de bestreden beslissing verweten kan worden, zodat het middel volgens de ver-
werende partij op dit punt niet ontvankelijk is. De verwerende partij weerspreekt ook de aantijging en zet concreet uiteen welke commentaren verzoeker heeft kunnen lezen op zijn rapporten.
IX-8915-7/13
Wat de positieve evolutie en de inspanningen van verzoeker betreft, was verzoekers argumentatie niet opgenomen in zijn beroepschrift van 6 juli 2016. Hoe dan ook is er wel rekening mee gehouden, volgens de verwerende partij. Het is manifest onjuist dat verzoeker in de onmogelijkheid werd gesteld om een beter eindresultaat te verkrijgen voor de drie vakken waarvoor een tekort is behaald, aangezien het vakken zijn met permanente evaluatie en geen examen.
Precies het feit dat het om vakken gaat met permanente evaluatie heeft verzoeker de mogelijkheid geboden om op meerdere momenten doorheen het volledige schooljaar punten te scoren voor deze vakken en een eventueel tekort op te halen, naar aanleiding van de verscheidene taken en toetsen die voor deze vakken zijn georganiseerd.
LOS en maatschappij en psychologie zijn één-uursvakken maar wel richtingspecifiek.
Tot slot kunnen de voldoendes op andere vakken, ook al zijn het (voor een deel) tevens richtingspecifieke vakken, evident niet remediëren aan de tekortkomingen die worden behaald op de andere vakken (voor een deel tevens richtingspecifiek).
Wat herexamens betreft, heeft verzoeker hierom niet verzocht in zijn brief van 6 juli 2016, hij heeft zich uitsluitend bereid verklaard vakantiewer-
ken te doen. Een vakantietaak is maar zinvol indien er een nieuw schooljaar op volgt, het is dan ook logisch dat hierop in de bestreden beslissing niet is geant-
woord.
De leerplandoelstellingen zijn niet louter te reduceren tot kennis van de leerstof, zo stelt de verwerende partij ten slotte nog.
IX-8915-8/13
Beoordeling
11. Verzoeker heeft een onvoldoende voor de GIP en drie vakte-
korten. Anders dan hij beweert, is dit geenszins een resultaat dat aantoont dat hij het betrokken leerjaar met vrucht heeft beëindigd en een A-attest verdient.
Integendeel, lijkt met zo een resultaat een C-attest meer in de lijn te liggen van de verwachtingen.
Verzoeker haalt ook geen regel of beginsel aan dat de verwe-
rende partij zou verplichten om te waarschuwen dat het studieparcours verkeerd dreigt te lopen, laat staan dat het nalaten van dergelijke waarschuwing de regel-
matigheid van de bestreden beslissing zou aantasten. De keuze om een bepaald opleidingsonderdeel louter door permanente evaluatie te beoordelen gaat op het eerste gezicht de pedagogische vrijheid van de verwerende partij niet te buiten.
Uit de neergelegde stukken blijkt op het eerste gezicht waarop de quotering ‘onvoldoende’ voor de GIP steunt. Het resultaat voor de GIP vormt een belangrijk element bij de beraadslaging over het slagen van een leerling. Verzoeker overtuigt niet dat zijn gemiddelde resultaat voor alle vakken van 60% eraan in de weg staat een C-attest te geven dat mede rekening houdt met de onvoldoende voor de GIP.
Voor zover het middel uitgaat van een tegenovergestelde op-
vatting, is het niet ernstig.
12. Verzoeker heeft evenwel aan de beroepscommissie een reeks argumenten voorgelegd, om het C-attest in de omstandigheden die eigen zijn aan zijn leerlingendossier, in vraag te stellen.
13. Het is vanzelfsprekend in het geval een leerling gebruik maakt van de verhaalmogelijkheid en aldus een samenkomst van de beroepscommissie
IX-8915-9/13
uitlokt, dat de motiveringsplicht ten volle betekenis krijgt en dat de beroepscom-
missie kennis moet nemen van de grieven van de leerling, ze moet beoordelen en ze beantwoorden.
14. Noch het algemeen rechtsbeginsel luidens welk een overheids-
beslissing op objectief aanneembare redenen gegrond moet zijn die hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit het administratief dossier moeten blijken, noch de uit-
drukkelijkemotiveringswet of de formelemotiveringsplicht vermeld in arti-
kel 123/10, § 3, van de Codex leggen aan de beroepscommissie de verplichting op alle grieven van verzoeker afzonderlijk te beantwoorden. Het volstaat daarentegen indien in de beslissing zelf de motieven opgenomen worden die de beslissing kunnen dragen.
Waar de regelgeving in een administratieve beroepsprocedure heeft voorzien, moet de indiener van het beroep er wel op kunnen rekenen dat zijn beroepschrift door de beroepsinstantie zorgvuldig wordt onderzocht en dat zij voor de verwerping van de aangevoerde argumenten goede redenen heeft. In sommige gevallen, meer bepaald als het gaat om een specifieke, gewichtige grief van ver-
zoeker, zullen die redenen zelfs uitdrukkelijk in de beroepsbeslissing dienen te worden weergegeven. In beginsel immers mag van een zorgvuldig handelende beroepscommissie worden verwacht dat zij in haar beslissing formeel aandacht besteedt aan de wezenlijke en fundamentele grieven van verzoeker en dat zij hem aldus de antwoorden geeft die laten verstaan waarom zijn beroep wordt verworpen.
Het bestaan en de zin van de beroepsprocedure vereist dan ook dat de motivering er blijk van geeft dat de bezwaren van de leerling daadwerkelijk in overweging zijn genomen en in de nieuwe beoordeling zijn betrokken, dat de leerling begrijpt waarom die argumenten de beroepscommissie niet konden over-
tuigen en dat ten minste een uitdrukkelijke repliek volgt op de vragen die voor de leerling blijkens zijn beroepschrift van wezenlijk belang zijn en die, mochten ze terecht zijn gesteld, mogelijk tot een voor de leerling gunstiger resultaat leiden.
IX-8915-10/13
15. Wat voorafgaat toepassend op deze zaak stelt de Raad van State in de huidige stand van de rechtspleging vast dat de beroepscommissie slechts zeer ten dele op de bezwaren van verzoeker is ingegaan.
16. De opmerking van verzoeker dat zijn tekorten behaald zijn voor één-uursvakken is correct, maar krijgt van de beroepscommissie het antwoord dat het profielvakken zijn. Het belang van een richtingbepalend vak hoeft niet enkel afgemeten te worden, zo lijkt, aan het aantal lesuren dat er wekelijks aan wordt gespendeerd. Verzoeker blijft dit in vraag stellen, maar lijkt dit niet te weerleggen.
17. Verzoeker en met hem de Raad speuren evenwel tevergeefs naar een antwoord op de door verzoeker opgeworpen vraag of de tekorten wel een correct en waarheidsgetrouw beeld geven van zijn kennis en kunnen, als die te-
korten het gevolg zijn van het laattijdig inleveren van taken die finaal dus wel werden ingeleverd.
Hij geeft de beroepscommissie voorts ter overweging, dat de tekorten niet al te groot zijn en dat ze moeten worden afgewogen tegen, eensdeels, het jaarresultaat van 60% voor alle vakken samen en dus de goede resultaten van de daaraan onderliggende andere vakken – waaronder óók profielvakken – en, anderdeels, de gunstige evolutie tijdens het schooljaar en het ophalen van tekorten voor Nederlands en wiskunde. Op het eerste gezicht komt hierop ook geen ant-
woord.
Ten slotte biedt hij aan, indien de voorliggende punten de be-
roepscommissie een onvolkomen beeld verschaffen van zijn kennis, om vakan-
tietaken te maken of ‘hertoetsen of hertaken’ te maken of de GIP opnieuw te ma-
ken. Ook hierop leest de Raad in de beslissing van de beroepscommissie prima facie geen antwoord.
Het ligt niet op de weg van de Raad van State op deze grieven nu een antwoord te geven. Dat was de opdracht van de beroepscommissie.
IX-8915-11/13
De beroepscommissie wijst enkel op de waarschuwing bij het kerstrapport, wat niets leert over de evolutie nadien. Zij wijst op de duidelijk on-
voldoende prestatie voor de GIP en de drie andere tekorten en herhaalt zo eigenlijk niet meer dan wat de klassenraad reeds had gesteld, terwijl verzoeker in zijn beroep nu net naar zijn andere gunstige resultaten verwees en de tekorten – terecht of niet – minimaliseerde, ervan beweerde dat ze geen waarheidsgetrouw beeld geven en vroeg om een herkansing.
18. In de nota met opmerkingen neemt de verwerende partij het op zich, om omstandig de bezwaren van verzoeker te weerleggen. De Raad van State mag hiermee thans geen rekening houden, aangezien die motieven niet te lezen zijn in de beslissing van de beroepscommissie en niet aan haar zijn toe te rekenen. Het enkele feit reeds dat de verwerende partij in de nota nu elf bladzijden vult als antwoord op het middel, had haar kunnen doen inzien dat de zes luttele zinnen die de beroepscommissie in de bestreden beslissing over heeft als antwoord op de bezwaren van verzoeker, niet getuigen van een zorgvuldig motiverend bestuur.
19. Het middel is in zoverre ernstig.
VII. Slotsom
20. Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen.
BESLISSING
De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de be-
slissing van de beroepscommissie van de vzw Zaventems Vrij Onderwijs van 5 september 2016 om het aan Romeo Stamatopoulos toegekende oriënte-
ringsattest C te handhaven.
IX-8915-12/13
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 3 november 2016, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8915-13/13
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.347